*

 

Liever dood dan landbouwer-af

DOOR RIK DELHAAS − 07/05/05, 00:00

recensie Geen westerse onderzoeker weet meer over Darfur dan Alex de Waal, ondanks zijn Hollandse naam een Amerikaan. De Waals boeken laten zien dat het geweld en de volkerenmoord zich afspelen tegen een achtergrond van verwoestijning en strijd voor het behoud van vertrouwde manieren van leven.

De huidige crisis in de Soedanese provincie Darfur lijkt niet op de hongersnood van twintig jaar geleden. En toch hebben de bijna twee miljoen mensen die (weer) op de vlucht zijn en (weer) aangewezen zijn op voedselhulp, voor een groot deel met dezelfde prioriteiten en dilemma's te maken als de hongerslachtoffers van toen. Er zijn goede redenen voor een herziening én een heruitgave van 'Famine that kills', een studie naar de hongersnood van 1984-85, voorzien van een voorwoord dat op de huidige crisis ingaat.

Alex de Waal deed twintig jaar geleden voor zijn doctoraal scriptie onderzoek naar de hongersnood in Darfur en staat sindsdien bekend als een kenner van de regio en als specialist op het gebied van honger en hulpindustrie.

Alom wordt erkend dat ''Famine that kills' een standaardwerk is. Het geeft inzicht in het ontstaan van hongersnood, in de manier waarop wij westerlingen het begrip 'hongersnood' definiëren - heel anders dan de wijze waarop de getroffenen dat doen -, en in de manier waarop onze hulporganisaties erop reageren en de loop van de gebeurtenissen helpen bepalen.

De rol van een westerse onderzoeker, zoals Alex de Waal, heeft zo zijn eigen eigenaardigheden. ,,Het observeren van een hongernood is mogelijk, participerende observatie is problematisch'', zo omschrijft De Waal het dilemma van de antropoloog in zulke extreme omstandigheden. Meehongeren terwille van de wetenschap, hij heeft het niet gedaan.

De enige wetenschapper die wél ooit heeft 'meegedaan' aan een hongersnood is Colin Turnbull. Dat resulteerde in het fascinerende boek 'Het volk in de bergen'. Overigens kookte Turnbull in het geniep op de vloer van zijn jeep wel een potje. Hij had niet de vooropgezette bedoeling de reacties van een volk op honger in kaart te brengen. Turnbull wilde vooral onderzoeken hoe het een volk vergaat dat gedwongen wordt zijn nomadische bestaan te verruilen voor landbouw op een vaste plek.

Iedere hongersnood wordt veroorzaakt door specifieke, aan dát moment en díe plaats gebonden omstandigheden. Dat kan droogte zijn of een andere ecologische verandering, intensief gebruik van natuurlijke hulpbronnen, oorlog of een combinatie van deze factoren is. In Darfur is de bevolking gewend aan honger, of liever gezegd aan perioden van tekort, van schaarste, zoals de inwoners het zelf noemen.

De afgelopen eeuw vertoont een adembenemend patroon van alsmaar weer terugkerende schaarste. De neerslag is stelselmatig minder geworden, de woestijn steeds verder opgerukt, en zo kwam de 'schaarste' steeds vaker terug.

Het veranderde de leefwijze van de bevolking, met name in het noorden van de immense provincie Darfur, dramatisch. Veehouders werden gedwongen over te schakelen van de teelt van kwetsbare runderen op die van de taaiere kamelen en geiten. Deze omschakeling had verregaande implicaties voor de hele samenleving: bloedgeld en bruidsschat horen in runderen te worden betaald.

Delen van de bevolking trokken tijdelijk of voorgoed zuidwaarts, om zich te verhuren als arbeider of elders een nieuw bestaan op te bouwen. De conflicten tussen landbouwers en veehouders over de schaarser wordende vruchtbare gronden namen toe. Deze ontwikkelingen bepaalden het beeld, in de afgelopen decennia.

Als de regen één of meer seizoenen helemaal uitblijft en de 'schaarste' toeslaat, is de bevolking gedwongen over te schakelen op bepaalde overlevingsmethoden. In plaats van zelf verbouwde gewassen te eten, worden er wilde graansoorten, wilde vruchten en bladeren verzameld. De vrouwen gaan houtskool verkopen, landbouwers verhuren zich als arbeidskracht of trekken tijdelijk naar elders.

Hoewel er honger wordt geleden, hoeven er geen doden te vallen. Ons begrip 'hongersnood' wordt gekenmerkt door gebrek aan voedsel en massale sterfte. Voor de inwoners van Darfur is er veel vaker dan wij hebben opgemerkt sprake geweest van 'hongersnood', maar die ging niet altijd gepaard met massale sterfte.

In 1983 en '84 bleef de regen uit én er was sprake van massale sterfte in Darfur. Maar mensen stierven niet van de honger, luidt de conclusie van De Waal. Sterker nog, ze gebruikten niet eens alle beschikbare middelen om aan voedsel te komen, ze hielden liever hun vee in leven en hun geld op zak.

De internationale hulporganisaties reageerden met massale voedselhulp. Maar De Waal concludeerde in zijn onderzoek dat de mensen stierven aan ziekte, niet van de honger. Aan ziekten die met een goede gezondheidszorg behandeld of voorkomen hadden kunnen worden, ook bij mensen die verzwakt zijn.

In de vluchtelingenkampen, waar de mensen naar toe trokken, en in de krottenwijken bij de steden waren en zijn de vereiste medische voorzieningen niet aanwezig. De slechte hygiënische omstandigheden leidden tot een toename van de gezondheidsrisico's.

De reflex van hulporganisaties, die steevast op een hongersnood reageren met voedselhulp, is niet altijd adekwaat. De Waal concludeert dat de hulp die destijds is geboden nauwelijks mensenlevens heeft gered. Wél heeft de voedselhulp ervoor gezorgd dat mensen minder diep in de schulden kwamen.

En dat leidt tot een andere opmerkelijke conclusie. De mensen van Darfur - en zij niet alleen, mogen we aannemen - zijn allereerst bezorgd over het verlies van hun manier van leven. Toen de hongersnood op haar hoogtepunt was en de eerste regens zich in 1985 aandienden, losten de kampen in het niets op.

mailIcon print |