recensie Ten overstaan van de niet al te gevulde grote zaal van het Amsterdamse Concertgebouw vertelde dirigent Dennis Russell Davies donderdagavond dat hij recent nog met componist Elliott Carter (geboren in 1908) had gesproken over diens ontmoetingen met Sergej Prokofjev (beiden op het programma die avond). Het klonk bijna ongeloofwaardig. Voor je gevoel hoort Prokofjev bij 'vroeger', terwijl de bijna 100-jarige Carter nog springlevend is.
De Amerikaan lijkt er het laatste decennium alleen maar beter op geworden, transparanter van klank, strakker in zijn betogen. Hij is een van de weinige Amerikaanse componisten die het naoorlogse serialisme nog steeds omarmen. En die het volledig naar zijn hand kan zetten, in helder gelaagde vormen.
Zijn Boulez-achtige titels, zoals het ambivalent Frans-Engelse 'Dialogues', verraden waar zijn hart klopt. Maar Elliott Carter roestte nooit vast in formules. In zijn werk weet hij een intellectuele evenwichtigheid te paren aan een grote emotionele kracht, zoals een collega-componist terecht opmerkte.
'Dialogues' had de vitaliteit die je eerder van een jonge vent dan van een 96-jarige zou verwachten. Een gespierd stuk met een pittige solopartij, lucide vertolkt door de jonge Japanse pianiste Maki Namekawa. Schijnbaar moeiteloos hamerde Namekawa door Carters opgewonden motoriek. De armen gespreid in de extreme registers leek het alsof ze het in het middengebied stompende orkest omhelsde. De vijftien minuten durende dialoog tussen solist en orkest liet een landschap aan expressie zien, stond soms peinzend stil in akkoorden, maar liet je vooral opgeladen achter.
Dezelfde kracht sprak uit de 'Six one-act plays' van Kox. Aforistische overpeinzingen, mooi intiem geïnstrumenteerd met een klavecimbel als frisse ooropener. Zoals in Carters pianoconcert keken ook bij Kox componisten als Stravinsky en Copland mee in de motoriek en de onstuimige energie. Het gaf de instrumentale eenakters een on-Nederlands karakter, Amerikaans bijna in zijn sonoriteit, zijn mijmering en zijn ontroerende melodieën.
,,Jullie hebben geluk met zo'n componist als Hans Kox'', drukte dirigent Russell Davies het publiek voor het concert op het hart. De laatste tien jaar lijkt het tij voor Kox gelukkig in zijn voordeel te keren. Rond Kox' 75-jarige verjaardag vindt een aantal concerten plaats en de componist is sinds tien jaar weer terug aan het keren in het centrum van de Nederlandse muziek, waar hij thuishoort. Maar het is in dit land altijd beter als zoiets door een buitenlander wordt gezegd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.