*

 

Een zeldzaam valse valse-nichten-klucht

Hans Oranje − 22/04/05, 00:00

opinie Een 'morfinesprookje' noemt Arjan Ederveen zijn stuk 'Echt iets om naar toe te leven' dat hij schreef speciaal voor Joop Admiraal en zichzelf. Het woord lijkt bij uitstek geschikt om aan te geven waar het om gaat: een treurigheid van het leven waar je diep over zou gaan somberen, als het niet verpakt was in een handeling die in plofjes telkens naar een hilarische kleine climax leidt, en dit alles in een Amsterdamse grachtengordel-ambiance gedrenkt waar je u tegen zegt.

Kinderboekenschrijfster Ankie (Ederveen) bevindt zich in de terminale fase van haar ziekte. Haar vriendin Jo (Admiraal) is de zorgzaamheid zelve, zoals ze moedert over Ankie in de tuin van hun schilderachtig met wingerd begroeide huisje.

Het popperig realisme dat weldra uitvergroot zal worden tot gruwelijke proporties, is door ontwerper Paul Gallis met duidelijk plezier in zijn vak vormgegeven. Dat gruwelsprookje laat niet lang op zich wachten: vier stevige bouwvakkers zijn het huis grondig aan het verbouwen, waarbij de wingerd met wortel en tak het loodje legt, en de karakteristieke boerenhuisgevel plaatsmaakt voor een monsterlijke schuifpui.

Oorzaak van alles is de geheime liefde tussen Jo en Ankie's uitgeefster Marijke, die in de persoon van Raymonde de Kuyper de enige vrouw op de planken is. Jo blijkt van top tot teen een rotte appel die voorbereidingen treft om na de dood van Ankie het leven op een wat rianter niveau voort te zetten met Marijke. Daartoe moet Ankie nog wel een overdonderende aflevering schrijven van haar Pinkeloentje-serie, zodat de twee dames na de spoedig te verwachten dood van Ankie een onbezorgde toekomst voor zich hebben. Probleem is alleen Ankie zelf, die nu eens alle ins en outs van het pottenleven op papier wil zetten.

De intrige en de lotgevallen van de drie doen denken aan de huiselijke drama's die regisseur Gerardjan Rijnders en Bert Edelenbos jaren geleden met zoveel succes realiseerden. Alleen laat Ederveen zijn sprookje sterker gisten met de actualiteit van de dag. Zo komen een vingerende Barend & Van Dorp voorbij, en die rare snuiter die altijd bij ze zit, en ook cultfiguren uit dat gordeltje als Hanneke Groenteman en Marjan Berk ontbreken niet. Een 'lach-of-ik-schiet-effect' is ruimschoots aanwezig in de voorstelling. In het slotbeeld maken de bouwvakkers en de meespelende hond als Pinkeloentje in vrolijk bollende blauwe noppen jurkjes hun opwachting om Ankie naar het Paradijs te voeren. Dat was een mooi beeld, ware het niet dat een uit de toneeltoren neerdalend metershoog vrouwelijk geslachtsdeel met in de spleet de twee boelerende dames met olijke blik de valse-nichten-humor tot het laatste moment instandhielden.

mailIcon print |