De Oostenrijkse graficus Jakob Demus (Wenen, 1959) maakt zijn etsen na jaren met de burijn te hebben gewerkt, met een diamantnaald. Daardoor hebben zijn voorstellingen, die zonder uitzondering aan de natuur zijn ontleend, allemaal een fluwelen toon. Ze zijn nauwkeurig neergezet, maar typerend is ook de souplesse die voorkomt dat ze al te statisch en te a-dynamisch worden.
Demus zet die techniek in voor een snel uitdijende reeks bloemen en planten die hij op het hoogtepunt van hun bloei wil vastleggen. Deze etsen vormen ook de kern voor het eerste overzicht van zijn grafische oeuvre in Nederland dat het Museum het Rembrandthuis plaatst in een serie exposities van kunstenaars die voortgaan in een lange grafische traditie.
Het Rembrandthuis heeft wat de selectie voor die presentaties betreft een gelukkige hand. In het recente verleden kwamen er op een enkele uitzondering na steeds verrassend goed werkende grafici naar voren. Ze leverden elk voor zich het bewijs dat de etskunst zeker nog toekomst heeft. Dat kan ook van Jakob Demus worden gezegd, al word je bij aanvang van zijn tentoonstelling op het verkeerde been gezet. Demus begint dit overzicht met werk dat hij halverwege de jaren '80 'naar Rembrandt' heeft gemaakt.
Het zijn eigenlijk jeugdzondes, gemaakt in een tijd dat hij de techniek nog allerminst zo beheerste als hij tegenwoordig doet. Demus leerde echter snel. De zijdezacht getekende maar vlijmscherp stekende distels, de exuberante parkiettulpen en de vogelnestjes laten een scala aan uiteenlopende tinten van grijs en zwart zien.
Demus tekent de bloem altijd op het hoogtepunt van de bloei, hij is niet bijster in vergankelijkheid geïnteresseerd. Bovendien zoekt hij ook niet naar een passende context, elk object plaatst hij vrijstaand in een witte ruimte. Zo ontstaat een waar portret van de natuur, zonder dat de nadruk al te veel op botanisch onderzoek valt. Licht speelt anders dan bij de vroege werken naar Rembrandt in deze voorstellingen nauwelijks een rol.
Dat ligt ook aan zijn werkwijze. Hij tekent het liefst 's avonds, bij kunstlicht, omdat dat er voor zorgt dat de condities waaronder hij werkt niet te veel veranderen. Het tekenen strekt zich trouwens over meer avonden uit, Demus gaat zo lang door tot de bloem of plant begint af te sterven. Nauwelijks herkenbare streepjes onder de voorstelling verraden het aantal nachten dat er aan gewerkt is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.