recensie Kaat Vrancken, copywriter in de reclamewereld en in haar kwaliteitsuurtjes schrijfster van kinderboeken, heeft met haar Hannah-boeken redelijk aan de weg getimmerd. Voor 'Hannah en het raadsel van de stilte' kreeg ze in 2001 een Zilveren Griffel. Haar nieuwste boek 'Cheffie is de baas' is een puur hondenboek. Het handelt over drie teckels in een huis waar ook een moeder en een dochter Emma wonen. Die moeder is volkomen vaag en nondescript gehouden, Emma daarentegen krijgt wat meer contour, want de teckels zijn dol op haar.
Nu ben ik zowel een katten- als een hondenliefhebber, dus een beetje bi, maar teckels hebben nu juist weer niet mijn eerste voorkeur. Het zijn ongezeglijke keffertjes die moeilijk zijn op te voeden. Welnu, Vrancken slaagt erin het drietal Chef (zijn naam zegt het al: de baas van de roedel), Puf en Boogie toch uiterst levendig en ook wel humoristisch voor ons neer te zetten. Hun streken worden vakbekwaam en geestig uit de doeken gedaan. Volgens mij heeft mevrouw Vrancken zelf teckels, anders kun je die lastige beestjes niet zo liefdevol beschrijven.
De strenge Chef, de slaperige Puf en de nieuwsgierige, niet al te snuggere Boogie komen ons zeer na in dit boekje, vooral ook in contrast met de plotseling in het gezin gedropte Herder, een grote hond die door Emma en haar moeder als een vorst behandeld wordt. Met name Chef, die altijd Emma's lieveling was, is er geheel ontsteld van. Boogie en Puf hebben minder moeite met hun hoogpotige nieuwe huisgenoot, al was het maar omdat Herder zo overdreven vriendelijk, gezeglijk en mooi is. ,,Wat is hij knap'', fluistert Puf, en Boogie zegt het hem na.
Hier begint de eerste ontsporing in dit gevoelvol bedoelde boek. Herder wordt van meet af aan opgevoerd als een knappe Brave Hendrik met Duits gedisciplineerde bijmengingen die zichzelf meer dan perfect weet te gedragen. Hij is de beau garçon in dit vage huishouden, van wie we moeder en dochter nauwelijks leren kennen. De teckels daarentegen geven hun hele hebben en houden bloot. Puf vindt Herder 'knap' en 'een knapperd'. En Boogie vindt het leuk om met deze grote soortgenoot 'likkertje ' te spelen. Alleen Chef heeft consequent de pest in en noemt Herder steevast de 'Slijmbal'. Wanneer Herder zijn nieuwe gebied probeert te markeren met een flinke bolus, piest Chef daar ongegeneerd overheen om zijn geurvlaggen toch maar te laten prevaleren.
En dit is precies het punt waar Vrancken de fout ingaat. De tegenstelling tussen de realistisch geschetste, al jarenlang bij Emma verblijvende teckels met al hun nukken en fouten en de als een Duitse kostschoolleerling o zo lieve Herder is veel te sterk. Ik begrijp het wel, want als volwassen lezer voel je al ruim van tevoren aankomen dat Herder een (goed opgeleide) blindengeleidehond is. En dat hebben de teckels, die al jaren met Emma omgaan, even niet in de gaten gehad: dat Emma blind is namelijk. Vrancken brengt haar handicap als een gevoelvolle clou op de laatste bladzijden letterlijk ter sprake, maar je maakt mij niet wijs dat de kinderen die dit lezen dit niet al ruimschoots van tevoren hebben zien aankomen!
Daarmee is dit een heel merkwaardig boek geworden. De jaloezie van Chef ('Herder mag overal mee naartoe. Herder is haar favoriet') verliest ten enenmale zijn dramatische spanning wanneer je bedenkt dat de jonge lezer al in de gaten heeft dat genoemde Herder Emma's blindengeleidehond is. Ook krijgen de passages waarin Herder als voortreffelijk naar voren geschoven wordt een bijna zondagschoolse, christologische allure, wat onbedoeld heel komisch werkt. Natuurlijk deugt die hond, hij is jarenlang voor zijn taak opgeleid, en toch irriteert het schrille contrast met de hebbelijkheden en onhebbelijkheden van de ongetrainde maar zeer levensechte Cheffie. Het boek krijgt er iets uitgesproken warrigs door, want tot het einde toe is Herder de irritante perfectionist van wie we niet precies weten wat zijn rol is. En Chef, die sympathieke, verre van perfecte dondersteen, komt in een kwaad daglicht te staan. Zo jaloers als de pest, nietwaar? Hij was Emma's lieveling: ,,Ze krabt alleen hém op het plekje waar geen haar groeit. Dat doet ze niet bij Puf en Boogie''. Maar wél bij Herder, met zijn wonderbaarlijke blauwe ogen! Zou je daar als bruin ogige, kortpotige teckel niet hels van worden? Nogmaals, de lezer, en ik denk ook de jonge lezer, ziet ruimschoots van tevoren aankomen wat de bijzondere status van Herder is. En daarmee vervalt in feite het spanningsveld tussen Chef en Herder, dat Vrancken zo intiem heeft proberen op te bouwen.
Ik vind het, met alle respect, een interessant mislukt boek van iemand die wel kan schrijven. Het is quasi-gevoelvol. Als we op het eind eindelijk, eindelijk te horen krijgen wat we halverwege al wisten, namelijk dat Emma blind is, dan komt dat natuurlijk niet als een verrassing. Maar de teckels, die niet zo goed lezen als wij, zijn stupéfait. De bazige Chef nestelt zich ten slotte bij Herder in de mand en met diens hartslag in zijn oor valt hij in slaap. Een happy end, maar een volkomen ongeloofwaardig en onevenwichtig verhaal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.