'Water is het nederigste van alles; het zoekt altijd het laagste punt op.' Deze uitspraak van Liao Tsi is een mooie binnenkomer in het splinternieuwe Watermuseum in Arnhem. Toch is de Chinese wijsheid slechts de entree tot een wisseltentoonstelling over 'Verheven water', de symbolische betekenis van water - van het doopritueel in verschillende godsdiensten tot de massale wassing in de rivier de Ganges.
De permanente 'missie' die het Nederlands Watermuseum zich heeft gesteld, is geen historische of technische presentatie over water maar bezoekers bewustmaken van iets wat we als heel normaal zijn gaan beschouwen: dat er zoetwater ís. Dat we onze toiletten doorspoelen met drinkwater, maar ook dat een mens voor 60 procent uit water bestaat, waaronder zijn botten en zijn tanden. En dat minder dan één procent van het water dat in ons land door publieke waterdiensten wordt behandeld, wordt gebruikt om te drinken of te koken.
,,We hebben dus een boodschap'', zegt Alex Koning. Hij heeft zijn hele leven in de waterwereld gewerkt, zowel bij Rijkswaterstaat als in het waterbeheer, en is nu directeur van het museum. Na ruim drie maanden proefdraaien wordt het maandag op Wereld Waterdag officieel geopend door staatssecretaris Schultz van Haegen van verkeer en waterstaat.
Een museum met een boodschap, is dat niet vreselijk saai? Het Watermuseum presenteert zich als eigentijds en interactief en is een echt doe-museum. De kinderen die al binnen zijn geweest, kwamen er met enthousiaste verhalen uit. Zo schreef 'Mark' op de website van de Museumbende dat het een 'echt gaaf' museum is met allerlei 'spelletjes en proefjes'. Wie altijd al eens ons rioolstelsel van binnen wilde zien, krijgt nu de kans: steek je handen maar in een buis en voel wat er doorheen gespoeld wordt. Of een druppel water in de lucht stil zetten, een grote overstroming veroorzaken en proberen te keren, een rivier afdammen met schotten en zandzakken. Het waterlab, waar jonge gasten in witte jassen allerlei waterproeven kunnen doen, is al een grote trekpleister gebleken.
Het idee voor het museum is afkomstig van Henk van Brink, dijkgraaf van het waterschap Rijn en IJssel. Hij zocht in 1998 een geschikte locatie voor een voorlichtingscentrum over water. De Begijnenmolen, die al sinds 1404 aan de St. Jansbeek in Arnhem staat en een monumentale trekpleister is in Park Sonsbeek, leek hiervoor een geschikte locatie. De vervallen molen was dringend toe aan een ingrijpende renovatie. Maar net zoals de opknapbeurt uit de hand liep, gebeurde dat met het idee van het voorlichtingscentrum. Van Brink constateerde 'dat er in heel Nederland geen museum over het drinkwater bestond' en al gauw werd er gesproken over een permanente expositie, een Watermuseum. Geen Neeltje Jans, dat in de ogen van directeur Koning meer de richting van een pretpark opgaat. Ook geen tentoonstelling over die heldhaftige droogmakerijen of de heroïek waarmee de waterwolf in het zuidwesten van Nederland met Deltawerken is getemd.
De bouwval bood eerst niet zoveel mogelijkheden; de monumentenstatus verhinderde uitbreiding in het park. Maar ondergronds mocht er wel gebouwd worden. Achteraf was het een heikel karwei - om de opwaartse kracht van het grondwater te weerstaan moest er een twee meter dikke betonvloer met zware verankering worden gelegd. De totale investering liep mede door de prijzige bouw op tot 12 miljoen euro, waarvan 70 procent door subsidies en sponsoring is gefinancierd. En het kostte ook veel energie en tijd om de bezwaarde buurt tegemoet te komen.
Er was geduchte vrees dat het park zou worden aangetast en de omgeving zou volslibben met autoverkeer. Die is grotendeels weggenomen, omdat er langs het park aan de Zijpendaalseweg parkeergelegenheid genoeg is. Bovendien ligt het Watermuseum vijf minuten lopen van Arnhem Centraal af.
Het Watermuseum is sterk gericht op de jeugd, maar Van Brink hoopt dat het in de toekomst ook het ontmoetingscentrum op het gebied van water wordt, voor jong en oud, voor nieuwsgierige spetteraars en mensen die betrokken zijn bij de wereld om hen heen. Zoet water wordt steeds schaarser. Er worden zelfs oorlogen om gevoerd. Op den duur kan water wel eens net zo kostbaar worden als olie. 'Elke druppel telt', zei prins Willem-Alexander eens; zijn leuze hangt ook op de tentoonstelling. ,,Het gaat om onze toekomst'', zegt Koning. ,,De zeespiegel stijgt in de komende vijftig jaar vijftig centimeter. Over de hele wereld zijn problemen met zoet water. Dat willen we onze bezoekers meegeven. We krijgen allerlei spullen aangeboden voor het museum, zoals een oude peilschaal en een kroosrek van vroeger. Leuk om te gebruiken in een wisselexpositie. Maar ons eerste doel is de mensen duidelijk te maken hoe belangrijk verantwoord gebruik van water is.''
Dat die boodschap ook leuk kan zijn, is te zien aan de vier jongens die er rondlopen. Ze genieten van het computerspel Wet race, waarbij ze hun waterdruppel veilig tussen ratjes, vissen en bacteriën door moeten zien te loodsen. Maar de meeste lol hebben ze als ze een 'rivier' proberen af te dammen met zandzakjes en schuiven. Nederlanders, altijd bezig met water.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.