*

 

Jonah is minder gewenst

Charles Forceville − 09/10/04, 00:00

recensie 'Een verhaal heeft een begin, een midden, en een eind, maar niet noodzakelijk in die volgorde'', zei filmregisseur Jean-Luc Godard ooit. Dan Chaon maakt in 'Mijn Broer en Ik' dankbaar gebruik van zijn artistieke vrijheid, en vertelt over ongehuwd moederschap, adoptie, en de zoektocht naar eigen identiteit - maar houdt zich niet aan de chronologie.

Jonah heeft altijd moeten opboksen tegen de geest van zijn oudere broer, die door zijn moeder Nora direct na de geboorte ter adoptie is afgestaan. We schrijven de jaren zestig, en het ongehuwd moederschap is een schandaal. Nora wordt verteerd door wroeging over haar beslissing, en idealiseert het kind, dat ze nooit heeft gekend. Ze laat vaak aan de lastige Jonah doorschemeren dat ze eigenlijk de verkeerde zoon gehouden heeft. Jonah is toch al onzeker, vooral nadat door de beten van een hond zijn hele gezicht vol littekens zit. Over de identiteit van de (verschillende?) vaders van de jongens heeft Nora altijd stijf haar mond gehouden.

Na de dood van zijn moeder trekt Jonah, letterlijk en figuurlijk beschadigd, naar Chicago in de hoop daar een nieuw bestaan op te bouwen en zijn broer Troy te vinden. Als dat lukt, durft hij zijn eigen identiteit echter niet te onthullen, en probeert hij Troy's interesse te wekken met een bij elkaar gefantaseerd verleden. Troy wordt door andere problemen geplaagd. Weliswaar is hij dankzij de liefdevolle opvoeding van zijn adoptief-ouders zonder trauma's zijn jeugd doorgekomen, maar hun echtscheiding heeft ook bij hem sporen nagelaten. Hij is in de drugsscene terechtgekomen en dreigt de voogdij over zijn zoontje Loomis kwijt te raken.

Chaon springt kriskras door de tijd -tussen 1966 en 2002- en wisselt ook steeds van perspectief: beurtelings leven we mee, niet alleen met Jonah en Troy, maar ook met Nora, met de vrouw die tijdelijk voor Loomis zorgt, en met Loomis zelf.

Elk niet-chronologisch verteld verhaal heeft iets ingewikkelds, en zo'n techniek wordt makkelijk een trucje om diepgang te suggereren waar die eigenlijk ontbreekt. Maar hoewel Chaon de lezer wel regelmatig laat terugbladeren had ik niet de indruk hij je louter wil laten puzzelen. Doordat hij voortdurend terugcirkelt naar dezelfde periodes wordt bij stukjes en beetjes de troosteloosheid van de personages onthuld, onherroepelijk wortelend in het traumatische verleden waar ze niet van loskomen. Bovendien kan Chaon zo de parallellen tussen de personages beter tot hun recht laten komen: we springen van de jeugdjaren van Jonah naar die van Troy, Nora en Loomis, en zien hoe hun problemen op elkaar lijken.

Chaon zegt het nergens expliciet, maar de kansen op geluk van een kind dat niet in een gelukkig gezinsverband opgroeit lijken moedeloosmakend klein. Zonder in tranentrekkerij te vervallen laat hij zien hoe moeilijk het is om je aan de omstandigheden van het lot te ontworstelen. Vooral de nimmer aflatende pogingen van Jonah om zijn plekje onder de zon te vinden zijn hartverscheurend. Het chronologisch laatste moment in het boek, 18 december 2002, heeft weliswaar een positieve toonzetting, maar het allerlaatste hoofdstuk gaat terug naar 18 maart 1971, en neemt ons mee naar Nora's vertwijfeling, op het moment dat ze bevalt van Jonah. Door zijn spel met de volgorde van het verhaal had Chaon eenvoudig voor een happy end kunnen kiezen. Maar dat zou geen recht gedaan hebben aan de sfeer waar de roman van doortrokken is. 'Mijn Broer en Ik' is een bitter boek dat ook nadat het uit is langdurig aan de gemoedsrust blijft knagen. En dat, hoe onaangenaam ook, is een groot compliment aan het adres van Chaon.

mailIcon print |