recensie We houden van kunst omdat die weigert ons leven tot één waarheid of één moraal terug te brengen. De Australische schrijver Elliot Perlman vindt dat die ambiguïteit voor ons hele leven geldt. De morele twijfels waar zijn personages voor staan, maken zijn nieuwe roman bijzonder spannend.
Je moet al bijna Engels of literatuurwetenschap gestudeerd hebben om in de titel van Elliot Perlmans 'Zeven Vormen van Dubbelzinnigheid' de verwijzing te herkennen. In 'Seven Types of Ambiguity' (1930) maakte William Empson duidelijk hoe poëzie juist door haar meerduidigheid zo'n intens esthetisch genoegen schenkt. Perlman maakt van de dubbelzinnigheid de inzet van zijn eigen boek. Het is de tweede roman van deze Australiër, die voor zijn debuut roman 'Three Dollars' al veelvuldig bekroond werd.
De man om wie alles draait,
Simon Heywood, is een hartstochtelijk pleitbezorger van de kunst. Die dient, vindt hij als tegenwicht voor een maatschappij die steeds meer door commercie en consumentisme beheerst wordt. Hij weigert te werken, en besteedt zijn tijd aan literatuur, film en muziek. Hij drinkt en lijdt aan het leven.
De getormenteerde Simons wekt sympathie, maar zijn afkeer van compromissen brengt anderen niettemin in de problemen. Zo wordt hij ervan beschuldigd het zoontje van Anna Geraghty, zijn ex-vriendin, ontvoerd te hebben. Of dat nu waar is of niet: de verdenking heeft niet alleen voor hemzelf verstrekkende gevolgen; ook het leven van anderen wordt erdoor overhoop gehaald. Naast hijzelf vertellen zes personages over de schokgolven die Simon, direct of indirect, in hun leven veroorzaakt.
Perlmans bumperdikke roman wordt deels op spanning gehouden doordat we willen weten hoe het nu precies met die ontvoering zit, en of Simon veroordeeld zal worden. Toch is het niet de plot die ons aan het boek kluistert, maar de karakters. Met ieder die aan het woord komt, zijn we opnieuw geïntrigeerd. Wie spreekt ons hier toe? Welk zelfinzicht biedt dit personage ons, en welke inzichten in de anderen? Perlmans meditatie over de complexiteit van menselijke verhoudingen is aantrekkelijk omdat de beschouwingen en het gepijnigd zelfonderzoek van zijn personages geen bleke theorie blijven maar de betrokkenen tot zware keuzes dwingen.
Die keuzes spelen zich af in zeer verschillende omgevingen: we switchen van de praktijk van een psychiater naar die van een prostituee; van de wereld van aandelen en financiële mega-deals naar die van de rechtszaal. Ongetwijfeld danken we het aan Perlmans parallelle carrière als advocaat dat hij zulke gedetailleerde inkijkjes kan geven in deze verschillende milieus. Daarbij benadrukt hij voortdurend dat alles van minstens twee kanten bekeken kan worden: hoereren een therapeut en een financieel adviseur niet evenzeer als iemand die seksueel genot verkoopt? Kan iets juridisch een aperte leugen zijn en tegelijk in diepere zin kloppen - en is er dus niet alleen in kunst maar ook in het leven zoiets als een poëtische waarheid? Is opofferingsgezindheid een mogelijke vorm van egoïsme?
Perlman is duidelijk niet bang voor morele dilemma's. Niet voor niets verafschuwt Simon het postmodernisme, dat met zijn voorliefde voor eindeloze taalspelletjes het verbond tussen literatuur en leven verkwanseld heeft. Literatuur, meent Simon, is juist onlosmakelijk verweven met het leven: lees Shakespeare maar, en Dante, en Dickens. Kunst presenteert schijnbare tegenstellingen als facetten van dezelfde kwestie, en belichaamt daarmee de ambiguïteit, zo suggereert Perlman, die ook mensen kenmerkt: zij zijn levende 'vormen van dubbelzinnigheid'.
Een intrigerende vraag is hoe ver de verwijzingen naar Empsons 'Seven Types of Ambiguity' precies door Perlman zijn doorgevoerd. In deel 1 is sprake van een aangesproken 'jij' die zowel een romanpersonage als de lezer zou kunnen zijn, en dit lijkt een duidelijk voorbeeld van Empsons eerste type ambiguïteit: ,,een woord of syntactische constructie kan op meer dan één manier communiceren''. De liefhebber kan 'Seven Types of Ambiguity' erop nalezen en naar hartelust verder puzzelen.
Valt er dan niets af te dingen op Perlmans roman? Zeker wel. We moeten voor lief nemen dat de dialogen niet sterk zijn: het zijn eerder vehikels van ideeën dan dat ze naar echte mensen ruiken. Bovendien moeten de zeven vertellers wel erg veel dingen van elkaar te weten kunnen komen, hetgeen soms ongeloofwaardige situaties oplevert. Maar ik vermoed dat lezers zich volgaarne aan dit 'welwillend afzien van ongeloof' (Samuel Cole ridge's 'willing suspension of disbelief') zullen overgeven.
In het slotdeel van de roman lezen we: ,,Het fundamentalisme, religieus dan wel van de marktvariëteit, is overal en overal is er een reactie tegen de complexiteit, een poging om de tegenstrijdigheden en de raadselen van ons bestaan te negeren.'' Perlmans roman doet een dringend beroep op onze bereidheid onder ogen te zien dat in de kunst én in het leven de dingen zelden eenvoudig zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.