recensie Met historische thrillers is het oppassen geblazen. Tot hoe ver gaan de feiten en wat heeft de schrijver er allemaal voor de sjeu bij verzonnen? Zo schijnen zich dezer dagen drommen mensen naar St. Sulpice in Parijs te begeven om daar met eigen ogen te zien waar precies de scènes uit Dan Browns 'Da Vinci Code' zich hebben afgespeeld. Als de gids hen dan geduldig uitlegt dat hier vroeger géén Romeinse tempel was, en er géén non vermoord werd, willen ze dat nauwelijks aannemen.
Met de feiten zit het wel goed in 'Het oordeel van Caesar' van Steven Saylor. Hij heeft de bekende en tot de verbeelding sprekende geschiedenis van Caesar en Cleopatra als uitgangspunt genomen voor zijn Romeinse detective. De hoofdpersoon is Gordianus die de Vinder wordt genoemd. Detective van beroep. Gordianus is getuige van de vlucht van Caesars tegenstander Pompejus, die na de nederlaag bij Pharsalus (48 v.Chr.) met een restje van zijn vloot op weg gaat naar Egypte. Eenmaal aangekomen op het strand bij Alexandrië wordt Pompejus vakkundig onthoofd.
Het is allemaal levendig geschreven, maar bij de lezer die niet zoveel feiten in zijn hoofd heeft zitten, slaat meteen de twijfel toe. Klopt dit allemaal wel? Je moet er eigenlijk je geschiedenisboek naast leggen. Gordianus raakt als betrekkelijke buitenstaander betrokken bij de machtsstrijd aan het Egyptische hof en mag van nabij meemaken hoe het spel tussen Cleopatra, haar broer Ptolemaeus en Caesar gespeeld wordt. Een ongelofelijke geschiedenis sowieso, dus je houdt de behoefte de feiten te verifiëren. Er wordt heel wat afgemoord en de pleegzoon van Gordianus wordt beschuldigd van een poging Caesar en Cleopatra te vergiftigen. Gordianus moet die zaak oplossen, maar in dit boek is het detectivewerk eigenlijk maar bijzaak.
Valt er dus niets te genieten? Zeker wel. Saylor geeft een bekwame sfeertekening van het oude Egypte, schrijft geestig en geeft vooral een boeiend inkijkje in de machinaties van de machtigen. Het door en door rationele Rome tegenover het door en door godsdienstige Egypte, waar ook de dynastie goddelijke trekken heeft. Caesar is er zelfs jaloers op. De koningin is een monster, maar ze heeft hem wel behekst: ,,Ik geloof zelf bijna dat ze een godin is, al was het maar omdat ze mij het gevoel geeft een god te zijn.'' Mooi zijn ook Caesars overwegingen bij de kunst van een goed staatsmanschap én een goed huwelijk. ,,Wanneer een van ons een misstap begaat, veinst de ander dat niet te zien. Bij wrijvingen houden we de schijn van harmonie op; zodoende respecteren we elkaars waardigheid.'' Zou het niet verstandiger en gemakkelijker zijn om gewoon eerlijk te zijn en fouten te erkennen en om vergiffenis vragen? oppert Gordianus. Caesar: ,,Ik weet niet wat voor echtgenoot jij was, Gordianus, maar als politicus of koning had je het nooit gered.'' De Prediker zei het al: er is niets nieuws onder de zon.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.