*

 

Ik geloof in het poldermodel

Wim Slagter − 18/12/04, 00:00

recensie Een politicus pur sang was hij nooit, ondanks een ministerschap (van sociale zaken, in het kabinet-Van Agt/ Wiegel, 1976-1980) en een langdurige periode als Anti-Revolutionair lid van de Eerste Kamer. Dr. Wil Albeda was, ook in eigen ogen, ,,te veel geneigd tot wikken en wegen om politicus te zijn en te blijven''.

Albeda was eerder een beschouwer dan een deelnemer, meer een bemiddelaar dan een politieke ringvechter. Daarmee was hij, bij alle polarisatie van de jaren zeventig, een typische vertegenwoordiger van de 'andere kant'. Albeda geeft het ook zelf toe: ,,Ik geloof nog steeds (..) in het poldermodel'', en blijkens de titel van zijn pasverschenen memoires, in de verzorgingsstaat.

Voor liefhebbers van loonvormingspolitiek en arbeidsparticipatie valt er ongetwijfeld veel te genieten, maar een beeld van Albeda zélf ontstaat nauwelijks. Te vaak verschuilt hij zich achter (vroegere) publicaties en wijdlopige details.

Soms geeft hij een treffende karakteristiek van een tijd- of vakgenoot (koningin Juliana, Roolvink, Ruppert), slechts zelden treedt hij uit zijn bescheiden rol van de redelijke onderhandelaar - ,,geen minister van Sociale Zaken heeft zich zo volledig ingezet voor een akkoord (tussen kabinet, werkgevers en werknemers) als ik toen'' - en daarom blijft zijn relaas enigszins plichtmatig. Kennelijk heeft Albeda het als zijn grootste politieke teleurstelling ervaren dat dat sociaal akkoord er in 1979 niet kwam.

Albeda heeft bijna alles 'mee' voor een interessant levensverhaal. Hij groeide op in de crisisjaren, werd tijdens de bezetting opgepakt bij een razzia en beleefde na de oorlog een veelkleurige carrière in vakbeweging, wetenschap en politiek. Maar het boek blijft een tikje onevenwichtig en fragmentarisch, en te vaak wordt verwezen naar namen en gebeurtenissen die de lezer zelf maar moet zien thuis te brengen.

Interessant wordt het, wanneer Albeda zijn opvattingen over de ontwikkelingen binnen de 'late' ARP ter sprake brengt. Wreekte zich bij deze partij het probleem van een progressieve partijleiding en een conservatieve achterban? En: wat was het spanningsveld tussen christelijke en christelijk-geïnspireerde politiek? Hier laat Albeda tenminste een stukje van het achterste van zijn tong zien.

Je ontkomt uiteindelijk niet aan de indruk dat Albeda ook bij het schrijven van zijn herinneringen heeft zitten 'wikken en wegen'. Dat past bij een redelijk man, maar het levert maar zelden boeiende leesstof op.

mailIcon print |