recensie Als een atoombom alles verwoest behalve een toevallige bibliotheek met Latijnse boeken, kunnen we de beschaving weer oppikken in het jaar 1700. Zo lang heeft de hegemonie van het Latijn in de wetenschap geduurd. Gymnasiumleraren zijn nooit goed geweest in het beantwoorden van de vraag 'Waarom Latijn?'. Tore Janson wel.
Waarom Latijn? Wat heb je eraan? Waar doe je het voor? Wat heb het voor nut?
Op die vragen zijn in verschillende tijden zeer verschillende antwoorden gegeven.
Vijfentwintig eeuwen geleden was het voor de inwoners van het stadje Rome geen vraag: elk kind leerde daar Latijn van zijn moeder. Er waren geen Latijnse scholen, je leerde het zoals vandaag kinderen overal in de wereld de taal van hun ouders leren. Of de Romeintjes lezen en schrijven leerden, valt te betwijfelen. Het waren boerenkinderen. De oudste Latijnse inscriptie is uit de zesde eeuw voor Christus. In de buurt werd Etruskisch gesproken en we weten dat het woord voor raam, fenestra (venster), een Etruskisch woord was, misschien hadden ze buiten Rome de betere ramen uitgevonden.
Wij zouden van Latijn niets weten als de inwoners van Rome braaf waren blijven boeren. Maar het was een agressief, vechtlustig, goedgeorganiseerd volkje. Hoe ze het deden, daarover hebben later alleen Romeinse geschiedkundigen ons bericht, maar 23 eeuwen geleden waren de Romeinen baas in heel Italië.
Nu kwam er een tweede antwoord op de vraag 'Waarom Latijn?'. Namelijk: Omdat de heersers in Italië die taal spraken. Uit die tijd kennen we ook Latijnse boeken. Maar het bleef niet bij Italië. In korte tijd werden Frankrijk, Spanje, België, Engeland, Griekenland en nog veel meer landen veroverd. Miljoenen werden er vermoord. Romeinse soldaten kregen ieder een lapje grond, het Romeinse bestuur werd keihard ingevoerd. Alleen aan de uiterste grenzen, zoals in Schotland en Irak, had je nog volkjes die zich niet helemaal overgaven. Het antwoord op onze vraag 'Waarom Latijn?' is dus hetzelfde als het antwoord op 'Waarom spreken de Indianen in Noord-Amerika Engels?'.
Het verbazingwekkende feit doet zich voor dat de Romeinen hun imperium weer snel kwijtraakten. Hoe dat kwam weet niemand. Het christendom? De luiheid van rijkgeworden Romeinen? De vervanging van een tamelijk democratisch stelsel, met elk jaar twee nieuwe heersers en een soort volksvertegenwoordiging, door een reeks misdadige dictatoren, die zich naar de eerste in de rij, Julius Caesar, Keizer noemden? De opstandigheid van Bataven en Friezen en van anderen? Het feit doet zich voor dat wat wij nu de Klassieke Romeinse beschaving noemen maar tweehonderd jaar beslaat: van min honderd tot plus honderd om Christus heen.
Op het moment dat de Romeinen hun grip op Europa en delen van Afrika en Azië verloren, begon de werkelijke triomftocht van hun taal. Het taaltje van het boerendorp en van de bezetters werd de universele taal van de bovenlaag overal. Als je in de eerste zeventien eeuwen van onze jaartelling iets wilde bereiken dan ging je eerst Latijn leren. Thuis en op straat sprak je Frans of Spaans of Vlaams of Duits, maar als je ouders of de pastoor het konden betalen ging je naar de Latijnse school, die de enige school was. In de kerk, in de rechtszaal, in de universiteit, in de literatuur was Latijn de voorgeschreven taal.
Dat duurde heel lang, maar er kwam een eind aan. Of het nu het protestantisme was of de sterkere Europese staten, of de wil van het lagere volk om ook eens aan het culturele leven deel te nemen, weet wederom niemand precies, zoals bij alles wat van werkelijk belang is. Shakespeare en Cervantes schreven Engels en Spaans. Dante en Luther vonden Italiaans en Duits uit. Descartes en Leeuwenhoek schreven Frans en Nederlands. In het stadspark van Genève staat in reuzenletters de onafhankelijkheidsverklaring van Willem van Oranje gehakt, in het Nederlands.
Pas twee eeuwen geleden brak een vierde periode aan: het Latijn ging dood. Alleen in de kerk en op de Latijnse scholen bestond het nog. Daarom vroeg ik mij zestig jaar geleden af: Waarom moet ik Latijn gaan leren?
Daar kreeg ik toen drie antwoorden op. Ten eerste werd beweerd dat de bakermat van onze beschaving in Rome was te vinden. Dat is onzin. De Romeinen zelf gaven toe dat de Griekse beschaving ouder en beter was. Ten tweede zou het zo heerlijk voor mij zijn om de toneelschrijver Plautus, de dichter Vergilius, de historicus Livius en de filosoof Seneca in hun oorspronkelijke taal te lezen. Maar ik prefereerde de Griekse toneelschrijvers, dichters, historici en filosofen. Ik zat op de bèta-afdeling van het gymnasium, maar glipte naar de alpha-kant als ze daar Plato en Thucydides lazen. Ten derde werd beweerd dat Latijn zo'n geniale taal was dat je alle andere talen makkelijker kon leren als je Latijn kende. Ook dat is onzin.
Lezing van het boek van Tore Janson, waar ik natuurlijk al mijn wijsheid uit haal, leerde mij het ware antwoord: Ik moest Latijn leren, omdat er tweeduizend jaar wél een overtuigend antwoord bestond op de vraag 'Waarom Latijn?'. Geen taal is zo goed bestudeerd, beschreven, gelezen (en vervloekt) als het Latijn. Ons rechtssysteem, onze medicijnkast, onze benamingen van alles wat nieuw is (locomotief, televisie, autobus) halen we uit Latijnse woorden (en Griekse, maar dan omdat de Romeinen dat ook al deden).
Herman Gorter schreef in 1889 zijn proefschrift, over een Griekse tragediedichter, in het Latijn. Menno ter Braak deed het veertig jaar later in het Duits en W.F. Hermans dertig jaar daarna in het Frans. Nu is het altijd Engels. Als de atoombommen vallen en er door een toeval alleen een grote collectie Latijnse boeken over is, dan kunnen we onze beschaving weer zo op het punt van 1700 herbeginnen.
Het boek van Janson bevat twee hoofdstukken van zeventig bladzijden. In het eerste leren we over de tien eeuwen dat Latijn een levende taal was van Romeinen en hun overwonnenen. Alle belangrijke schrijvers uit de twee eeuwen klassieke cultuur komen langs, in een logisch verhaal. Dit keer gaat het niet over kunst, politiek, sport en oorlog, maar is de taal het uitgangspunt.
Opvallend is dat het verhaal ons wordt verteld door iemand die zich 'ik' noemt. In die ik zit allereerst Janson, die voor Zweedse voorbeelden zorgt, dan de Engelse versie die er Engelse details aan toevoegde, en nu vader en dochter Pinkster, die Nederlandse bijzonderheden vertellen en bijvoorbeeld de poëzie van Horatius en Tomasso van Celano tonen aan de hand van Leopold en Jacqueline van der Waals. Die drie culturen blijken ideaal voor de beschrijving van hun gezamenlijk ouderhuis, het Latijn.
Het tweede hoofdstuk is nog veel knapper, omdat het in kort bestek de triomf van het Latijn in Europa beschrijft tot en met de neergang, die duidelijk werd toen de wetenschap de lokale talen ging prefereren. Elke boekbespreker wil altijd minstens één foutje kunnen aanwijzen, en ik begon al te wanhopen tot de bedreiging van het Latijn door de moderne wetenschap aan de orde kwam. De latinisten maken dan, als het ware om hun stelling te bewijzen, minuscule foutjes: Lavoisier vond de scheikunde niet uit door te zeggen dat alles op aarde een mengsel is van verschillende atomen. Het gaat juist niet om mengsels maar om chemische verbindingen, waarin de atomen hun eigenschappen verliezen en natrium en chloor ineens zout worden. Ook is nu bekend dat het woord wiskunde (wisconst) wel door Stevin is verbreid maar niet uitgevonden.
U merkt dat ik het boek goed gelezen heb, terwijl ik wat in het eerste hoofdstuk staat toch eigenlijk al wist, maar nog nooit zo mooi en nuchter (Janson is geen liefhebber van het Romeinse en het christelijke gedachtegoed) heb zien samengevat. Het tweede hoofdstuk gaf me eindelijk antwoord op de vraag: Waarom moest ik een halve eeuw geleden elke dag een dode taal leren of lezen?
Als u zin heeft gekregen om dat ook te doen: het boek sluit met een kort overzicht van de Latijnse grammatica en een lange lijst van Latijnse uitdrukkingen. Daarvan blijken er vele in het verhaal ervóór gebruikt te zijn. Toen deze maand een school met witte kalk werd beklad stond daar de afkorting R.I.P. bij. Het televisiejournaal zei dat dit Rest in peace betekent. Ik dacht: Oei, dat moeten ze in de volgende uitzending corrigeren tot Requiescat in pace. Maar dat gebeurde niet. Witkalker en nieuwslezer dachten dat het om een Engelse afkorting ging.
Het is eigenlijk idioot dat ik nooit eerder een dergelijk boek over het Latijn heb gelezen. Als u antwoord wilt op de vraag 'Waarom Latijn?', dan moet u dit boek lezen. Als u domweg meer over Latijn wilt weten, dan moet u het ook lezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.