recensie De antiquaar Yambo, verteller van Eco's roman, lijdt aan een vreemd geheugenverlies: moeiteloos citeert hij de wereldliteratuur, maar zijn vrouw herkent hij niet meer. Om zijn geheugen terug te brengen, haalt Yambo wel héél veel Italiaanse strips, films, liedjes overhoop. Maar wie doorleest wordt beloond.
In het begin, bijna een kwart eeuw geleden, was er 'De naam van de roos', Eco's eerste en beste roman die op een vernieuwende manier de genres van de detective-roman en de historische roman samensmeedde. 'De naam van de roos' eindigt met een onvergetelijk beeld van de oude verteller Adson van Melk, die een hopeloze strijd voert tegen de vergetelheid. Als jongeman had Adson tussen de smeulende puinhopen van de eens zo imponerende abdij liefdevol de miserabele resten van de unieke boekencollectie vergaard: twee reiszakken vol losse citaten en fragmenten die hij zijn hele leven lang overal met zich mee heeft gedragen.
De flarden tekst symboliseren Adsons onzekere herinneringen aan de abdij en de tragische avonturen die hij daar als jongeman meemaakte. Op het eind van zijn leven zijn deze herinneringen verworden tot onsamenhangende resten, losse tekens die hun lezer frustreren en kwellen in diens zoektocht naar waarheid en betekenis. Alleen deze flarden tekst kan de oude Adson zichzelf en zijn lezer aanbieden: niet de werkelijke roos van eens, maar alléén de naam van de roos. Terwijl de oude Adson zwaarmoedig doormijmert, raakt hij verstrikt in steeds meer citaten, zinspelingen en verwijzingen. Hij staat op het punt de strijd tegen tijd en vergetelheid definitief te verliezen.
Met de geïllustreerde roman 'De mysterieuze vlam van koningin Loana', lijkt Eco de draad van deze prachtige slotscène van bijna 25 jaar geleden weer op te pakken, zij het ditmaal in een totaal andere historische context. Loana speelt in de 20ste eeuw, en dan met name in de decennia die samenvallen met Eco's eigen leven. In 2003 is Eco zeventig geworden en rond dat levensjaar schijnen de herinneringen aan kinder- en jeugdjaren automatisch boven te komen drijven. Loana is voor een belangrijk deel de literaire verwerking en gedeeltelijk misschien ook de uitdrijving van die herinneringen.
Eco werd in dit proces voorgegaan door leeftijdgenoot Alberto Asor Rosa (1933), een criticus en literatuurwetenschapper die met hem vergelijkbaar is qua status en autoriteit in de Italiaanse academische wereld. Asor Rosa publiceerde in 2002 een roman (zijn eerste) over zijn kinderjaren. 'L'alba di un mondo nuovo' (De dageraad van een nieuwe wereld) begint met een prachtig essay over het geheugen, waarna we, door de ogen van het kind dat op het punt staat een adolescent te worden, een cruciale fase uit de geschiedenis van Italië meebeleven: de laatste jaren van het fascisme, de oorlog, de bevrijding en de geboorte van het nieuwe Italië.
In vergelijking met Asor Rosa, die een direct en ontroerend stuk autobiografie vertelt, behandelt Eco zijn herinneringen op een heel andere manier: grootser, speelser en met veel meer zwier, maar tegelijkertijd met minder gevoel en minder direct. In tegenstelling tot Asor Rosa voert Eco níet zijn jongere zelf op als personage, maar een hoofdpersoon die in veel opzichten verdacht veel op hem lijkt. De bijna zestigjarige Giambattista Bodoni (naamgenoot van de beroemde 18de-eeuwse typograaf en uitgever) -voor zijn vrienden Yambo- wordt in april 1991 na een beroerte wakker uit een coma en is zijn autobiografische geheugen volledig kwijt. ,,En hoe heet u?'' ,,Een ogenblik, het ligt op het puntje van mijn tong.'' Zo begint zijn relaas, en de lezer is meteen geboeid.
Yambo weet niet wie hij is, herkent zijn vrouw noch zijn kinderen en kan zich niet herinneren wat zijn relatie was met zijn aantrekkelijke assistente Sibilla.
Hij is een antiquaar met grote kennis van zaken, een enorme culturele bagage en een onwaarschijnlijke eruditie. Dit 'geheugen van papier' is door de beroerte onaangetast gebleven en is Yambo's enige referentiekader. Talrijke gedichten draagt hij foutloos voor, citaten uit en zinspelingen op de meest uiteenlopende teksten vallen hem spontaan en veelvuldig in, zijn hoofd bevat de tekst van een volledige encyclopedie.
Het ontbreken van zijn autobiografische geheugen en de opdringerigheid van zijn eruditie leiden tot ondraaglijke situaties, bijvoorbeeld wanneer hij de geur van zijn kleinkinderen alleen kan koppelen aan Baudelaire's versregel 'II est des parfums frais comme des chairs d'enfants'. Als een zwerm bijen stormt er dan 'een maalstroom van onpersoonlijke herinneringen' op hem af. ,,Intussen noemden de kinderen me opa, ik wist dat ik meer van ze zou moeten houden dan van mijzelf maar ik wist niet wie ik Giangio, wie Alessandro en wie Luca moest noemen. Ik wist alles van Alexander de Grote, en niets van mijn eigen kleine Alexander.''
Zijn vrouw beseft dat Yambo weg moet uit Milaan, terug naar het idyllische landhuis van zijn voorouders in de Langhe waar hij is opgegroeid. In de honderden bladzijden die volgen gaat Yambo op ontdekkingstocht in alle hoeken en gaten van de gigantische zolder van het landhuis - het moderne equivalent van de labryrintische bibliotheek uit 'De naam van de roos'. Yambo speurt er naar iets van zichzelf wat voldoende emotionele kracht bezit om de vonk naar zijn defecte autobiografische geheugen te laten overspringen. De verzamelaar en semioticus Eco heeft zich overduidelijk zalig uitgeleefd in deze ellenlange parade van speelgoed, tijdschriften, stripboeken, schoolschriften, postzegels, foto's, oude langspeelplaten, melodieën en liedteksten: de collectieve jeugdherinneringen van een hele generatie Italianen.
Ten opzichte van dit lange middendeel boeiden mij vooral het eerste en derde deel. Het eerste vanwege het basisgegeven van de man die alles lijkt te weten van de buitenwereld, maar weinig of niets van zichzelf - symbool of karikatuur van de permanente onzekerheid van de postmoderne mens? Het derde omdat hier het gevoel van het autobiografische geheugen eindelijk een uitweg vindt.
Sommige beelden en teksten van zolder veroorzaakten in Yambo mysterieuze vlammen van herkenning en emotie. Twee herinneringen leken met name cruciaal voor de rest van zijn leven: het Ravijn en het meisje Lila. Pas nadat hij in coma is teruggevallen, herinnert Yambo zich zijn eigen leven en dan wordt de papieren constructie van Eco's alter ego eindelijk menselijk: tegen de achtergrond van de postmoderne explosie van gevoelloze cultuuruitingen in deel twee schittert hier vooral de sobere beschrijving van de huiveringwekkende nacht waarin het kind Yambo een groepje partizanen in de mist langs het Ravijn gidste, getuige was van de moord op twee Duitsers en verder moest leven met de bloedstollende gedachte aan de zelfmoord van zijn leermeester en tweede vader Gragnola die niet wilde doorslaan onder de martelingen van de Zwarte Brigades.
De roman sluit groots af met een apotheose rond de mysterieuze Lila. Hier vormt Dante's laatste Paradiso-canto de ruggengraat voor een kitschparade waarin ook alle helden en heldinnen uit Yambo's geheugen van papier tot leven komen. Zoals Sint Bernardus de maagd Maria aanroept om Dante één enkele blik op God te gunnen, zo bidt de comateuze Yambo tot zijn stripheldin koningin Loana opdat hij nog eenmaal het gezicht van de mooie Lila uit zijn jongensjaren mag aanschouwen.
Eco presenteert Loana als een geïllustreerde roman. Het overvloedige beeldmateriaal en de liedteksten vullen het verhaal op een prettige en afwisselende manier aan, maar ze werken ook tantaliserend omdat bij ze veel lezers juist geen herinneringen los zullen maken. Bij de niet-Italiaanse lezer überhaupt, maar ook bij veel Italiaanse lezers van onder de zestig. Asor Rosa behoort waarschijnlijk tot een minderheid van modellezers voor wie de lectuur van Loana een feest van visuele en muzikale herkenning was: tot verbazing van degenen die toevallig bij hem in de kamer waren, zat hij vaak met de roman mee te neuriën of luidkeels mee te zingen...
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.