Als er is iets dezer dagen een hype is dan is het die van gironummer 555. De opgeklopte geefwoede die dit land nu collectief het schuim op de mond jaagt lijkt ieder ander goed doel te verzwelgen.
De hype leverde gisteren voor de televisiecolumnist de ideale televisieavond op: op alle zenders hetzelfde programma. Je kon je weer terugwanen in dat jaar waarin het Grote Schenken via de buis een aanvang nam: 1962, het jaar van Open het Dorp, met 24 uur lang Mies Bouwman. Toen waren er twee zenders, maar iedereen keek naar Mies.
De Mies van gisteren bestond uit drie mannen, die bovendien maar een uur of twee in de weer waren, dus zo'n band als met Mies kon er nooit groeien. Toch is de gebalde mediamacht sinds de jaren zestig alleen maar sterker en sterker geworden, dwingender, ja bijna dictatoriaal.
Destijds gaf je uit ontroering en saamhorigheid, twee elementen die Mies meesterlijk wist te bespelen, nu zou je het bijna niet wagen om niets te geven. Toen was het een defilé van kleine mensen dat bij Mies voorbijkwam in die grote open hal van de Rai en het was alsof we thuis naar onszelf zaten te kijken terwijl we goed werk verrichtten.
Mies maakte het grote klein, ze hield het op een eigenaardige wijze intiem. ,,Heel hartelijk dank, fijne mensen in het land, fijne mensen in de Rai, fijne winkeliers.'' Ja, we voelden ons fijne mensen.
Woensdag, na die drie minuten stilte, hoorde ik op het Journaal een medewerkster van de KLM op Schiphol zeggen: ,,Alle mensen worden even heel zacht van binnen -heel erg fijn.'' Daar was weer even dat Mies-gevoel.
Mies was gisteren ook weer op tv, als gast van RTL-Boulevard, en ze adviseerde presentator Paul de Leeuw om het kort te houden. Welnu, dat deed hij. Niet alleen moest De Leeuw zoveel mogelijk ludieke check-aanbieders voor de camera zien te krijgen, hij moest de nauw bemeten zendtijd ook delen met gesprekjes met bobo's van hulporganisaties, schakelingen naar de rampgebieden (nog meer hulpverleners), en optredens van artiesten. En dat viel niet mee.
Nauwelijks had hij zich gebogen over het eerste kleine jochie met een grote cheque onder zijn arm of de regie switchte naar
medepresentator Martijn Krabbé die de volgende rij van bekende Nederlanders aankondigde. Dat was een groot verschil met 1962: we keken gisteren niet meer naar onszelf, maar naar tientallen bekende Nederlanders die ons vertelden waar ze waren op die tweede kerstdag, die lieten zien hoe ze ('een unieke gebeurtenis!') een benefietsingle hebben opgenomen of die hun aanwezigheid demonstreerden in het telefoonpanel: Jan Peter Balkenende naast Katja Schuurman. Intussen stonden wij van dat smartlappenkoor, van dat café in Heemskerk, van die sportvereniging, buiten beeld met die grote cheques in de gang van het Mediapark (legitimatie verplicht).
Maar professioneel was het allemaal wel. Het geld stroomde binnen, met een kracht die aan die van dat zeewater deed denken, heftig en onstuitbaar. Ontroeren zoals in '62 deed het niet meer, of toch -heel even. En het was ironisch genoeg weer Mies (,,geven is een feest'') die tussen alle miljoenen euro's het leven weer klein maakte.
Ze vroeg bij RTL-Boulevard aandacht voor mensen met een kleine portemonnee die misschien maar een enkele euro konden missen. Kort daarop las ze een
e-mail voor van een chronisch zieke jonge vrouw die, aangemoedigd door de woorden van Mies, vijf euro van haar uitkering had afgestaan. En even ging het dorp van toen -ons dorp- weer open.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.