recensie Uren kun je er doorbrengen zonder je te vervelen. Het Dolhuys in Haarlem, het eerste landelijke psychiatriemuseum, dat vandaag de poorten voor het publiek opent, biedt een fascinerend kijkje in de wereld van de waanzin.
In meerdere opzichten. Het draait er niet alleen om de 'dollen' of de 'gekken'. Nee, de 'waanzin' van de behandelaars zelf, de doktoren en psychiaters, hun soms krankjorume pogingen om greep te krijgen op de wereld van de gekte, komt in het museum al evenzeer aan bod.
De grote Zorgzaal biedt een interessant overzicht van de therapieën in de loop der eeuwen. Neem de 'permanente badverpleging' die na 1905 in zwang kwam om agressieve patiënten te kalmeren. Ze werden -weken, soms maanden- in een bad lauw water gezet, ingesmeerd met vaseline. Een zeil of plank over de badkuip heen -er was alleen een gat voor het hoofd- moest voorkomen dat de patiënt er uit stapte. Het leverde veel geschreeuw op, veel verzet van de patiënten. Maar ja, was het niet voor hun eigen bestwil? ,,Dit is eigenlijk tekenend voor het hele beeld van de psychiatrie: martelmethodes staan tegenover de goede bedoelingen'', zegt conservator Floris Mulder.
Aandoenlijk is de haveloze gestichtsjas die in een vitrine tentoon wordt gesteld. Met zo'n voor iedereen uniform kledingstuk verloren de patiënten als het ware hun eigen identiteit. Maar de patiënte die deze jas heeft gedragen had er wat op gevonden: de binnenkant heeft ze gevoerd met de kleurrijkste lapjes. En zo redde ze toch iets van haar eigen identiteit.
Het Dolhuys is een passende benaming en een passende locatie voor een psychiatriemuseum. Het is het voormalige leprozen-, pest- en dolhuys dat in 1320 veilig buiten de stadsmuren van Haarlem werd gebouwd.
Er is nog steeds een dolcel te zien, in oorspronkelijke staat. Het museum is een initiatief van zeven instellingen voor geestelijke gezondheidszorg die hun collecties ter beschikking hebben gesteld.
Ligt het aan Wouter van Ewijk, de bestuursvoorzitter van het museum, dan wordt het Dolhuys na het Teylers Museum en het Frans Hals Museum het derde Haarlemse museum met landelijke allure. Het is in elk geval een tamelijk uniek museum. Europees gezien is alleen in België een vergelijkbare instelling te vinden.
Het Dolhuys biedt een overzicht van de krankzinnigenzorg in Nederland over de afgelopen 700 jaar. Die zorg wordt vanuit verschillende perspectieven getoond: organisatorisch, ideologisch, therapeutisch. Er is het perspectief vanuit de patiënten, vanuit het 'voetvolk' dat de dagelijkse zorg voor de patiënten had en vanuit de psychiaters en wetenschappers die met steeds wisselende ideeën over de oorzaken van 'waanzin' met steeds nieuwe therapieën op de proppen kwamen. Hoe hebben al die betrokkenen de krankzinnigenzorg beleefd? Die vraag staat centraal. Met behulp van de modernste interactieve middelen kunnen de bezoekers zich daar een beeld van vormen.
Bij de dolcel uit de zestiende eeuw legt conservator Mulder uit dat dit de 'eerste vorm van geïnstitutionaliseerde krankzinnigenzorg in Nederland' was. De dolhuizen functioneerden tot in de negentiende eeuw, toen onder invloed van de verlichting en de wetenschap moderne inzichten doorbraken. Grote inrichtingen werden gebouwd, meestal in rustige, landelijke omgevingen. Totdat in de jaren zeventig van de vorige eeuw het idee postvatte dat psychiatrische patiënten middenin de maatschappij thuishoren: einde van de grote instellingen, begin van het kleinschalig wonen in de binnensteden. Een kentering in het denken is inmiddels al weer zichtbaar. Critici beweren dat de patiënten nu aan hun lot zijn overgelaten.
Ook de diverse verklaringen voor het ontstaan van krankzinnigheid passeren op de tentoonstelling de revu. Eeuwenblang hield men het op een verstoring van de balans tussen de vier lichaamssappen. Aderlatingen moesten uitkomst brengen. Diverse religies zien de duivel als oorzaak van krankzinnigheid. De attributen voor duiveluitdrijving zijn op de tentoonstelling te zien.
Moderne wetenschappers stoeien sinds de negentiende eeuw met elkaar over de vraag of aan waanzin lichamelijke/biologische dan wel puur geestelijke factoren ten grondslag liggen. Of is het een combinatie van die twee? Afhankelijk van het antwoord worden de patiënten behandeld met elektroshock (in de jaren zeventig bijna not done, nu weer geaccepteerd), medicijnen of met een of andere vorm van psychotherapie. Ook de maatschappijcritici komen aan bod die in de jaren zeventig beweerden dat psychische aandoeningen worden veroorzaakt door omgevingsfactoren: verander de maatschappij en deze ziektes verdwijnen als vanzelf.
De initiatiefnemers van het museum gokken op een breed publiek: 30000 bezoekers per jaar moet haalbaar zijn, denken ze. De markt is groot. Wie kent immers binnen familie- of kennissenkring niet iemand die wel eens met een psycholoog of psychiater in aanraking is geweest? Een van de doelen van het museum is duidelijk te maken dat de scheidslijn tussen normaal en abnormaal flinterdun is. Maar waar de grens wordt gelegd, is tijd- en cultuurgebonden zegt Mulder: ,,Zie maar hoe vroeger tegen homo's werd aangekeken. Men dacht dat ze ziek waren en moesten worden behandeld. Nu is homoseksualiteit een geaccepteerd verschijnsel. Al wil ik hiermee ook weer niet suggeren dat gekte helemaal een kwestie is van cultuur. Bepaalde vormen van lijden zijn universeel.''
Dat de wereld van de waanzin ondanks nobele pogingen om het anders te krijgen toch ook een eigen wereld blijft, leert een blik door de roze gekleurde ramen naar de ommuurde tuin van Het Dolhuys. Daar wordt de bezoeker geconfronteerd met de vooroordelen van de 'boze buitenwereld'. Op borden zijn uitdrukkingen te lezen als: 'Te gek om los te lopen' of 'Eens gek altijd gek'. Ook het woord 'mafketels' is er te lezen. Eerst stonden de letters op de muur naar de straat gericht. Maar de buurtbewoners betrokken de woorden op zichzelf. De letters zijn inmiddels omgedraaid, naar de tuin toe. En zo is het nog maar de vraag of het grote publiek, 'de boze buitenwereld', wel genegen is kennis te maken met die andere wereld, die van 'de mafketels', in het Haarlemse Dolhuys.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.