*

 

Extreme levens in Bombay

door Gert Jan Rohmensen − 19/12/05, 00:00

recensie Nergens ter wereld wonen zoveel mensen zo dicht op elkaar als in de Indiase stad Mumbai (Bombay). De Indiaas- Amerikaanse schrijver Suketu Metha dompelde zich erin onder voor een boek. “Ik zag in de sloppenwijken ook hoop, optimisme en ondernemerschap.“

Het Bombay van vroeger was een gracieuze, koloniale stad. “Veel kleiner dan nu“, zegt schrijver Suketu Metha. “Het Mumbai van nu is een 'megalopolis' met 15 miljoen inwoners binnen de stadsgrenzen, op die manier gerekend de grootste stad ter wereld. Met de omliggende gebieden meergerekend wonen er 21 miljoen mensen, meer dan op het hele Australische continent.“

Suketu Mehta is in de Oost-Indiase stad Calcutta geboren in een middenklassefamilie van reizende kooplieden. Als kind van zes verhuisde hij met zijn familie naar Bombay, vervolgens emigreerden ze naar New York. Mehta was toen veertien. Later woonde hij nog korte periodes in Londen en Parijs. Bombay bleef hem intrigeren. “Ik wilde naar Bombay om te kijken of ik me er weer thuis zou kunnen voelen. Dat is trouwens een droom van iedere Indiër die zijn land verlaten heeft.“

In 1998 ging hij er weer wonen, samen met zijn vrouw en twee kinderen. Bombay was inmiddels omgedoopt in Mumbai, in een poging van de autoriteiten het koloniale verleden van zich af te schudden en de stad meer de identiteit te geven van de deelstaat Maharashtra. Hij trok tweeënhalf jaar uit voor zijn onderzoek en schreef daarna bijna vier jaar aan het boek 'Bombay, Maximum City'. Het boek gaat over de macht en corruptie van politici, de politie en de onderwereld. Maar ook over de beroemde Indiase filmindustrie van het nabijgelegen Bollywood, over bardanseressen, migranten en de kleine levens in de grote stad. Het Bombay dat bij beschrijft is een stad van extreme levensstijlen.

Hij doolde eindeloos rond in de stad. “Ik had geen plan of structuur en ging elke dag met mijn laptop in een rugzak de straat op. Waar ik in geïnteresseerd was waren verhalen. In iedereen die een interessant verhaal had. Mensen wilden met me praten omdat ik luisterde. In de grote anonieme stad zitten mensen vol met verhalen en ze hebben iemand nodig die luistert en het vastlegt. Bombay is een stad van grootsprekers en te weinig luisteraars. Dat kan trouwens voor heel India wel eens gelden. Het was mijn professionele plicht om naar hen te luisteren, en hoe beter ik luisterde hoe meer ze vertelden.“

Net als de meeste andere steden heeft ook Mumbai een bovenwereld met de gegoede burgerij, en een onderwereld waar de lagere klassen huizen. Mehta: “De onderwereld is veel interessanter. In Bombay heb je veel extreme types: gangsters, barmeisjes, filmsterren, politici. Mensen met extravagante levens, die zich voor mij open zouden stellen. Ik kon me niet voorstellen dat ik in New York de kans zou krijgen een huurmoordenaar te interviewen. In Bombay bleek dat buitengewoon gemakkelijk. Daar werd ik gewoon door de politie uitgenodigd om op het bureau met criminelen te praten, terwijl ze even verderop andere criminelen aan het martelen waren. Het bleek in die zin een buitengewoon open stad te zijn die zijn verhaal met mij gedeeld heeft.“

Dat veel figuren uit de onderwereld het geen probleem vonden met hem te praten, verklaart Mehta uit het feit dat ze zich niet door hem bedreigd voelden. “Doordat ik heel lang uit Bombay weg was, was ik tegelijk een buitenstaander en een insider. Veel mensen hadden trouwens geen idee waar ik mee bezig was. Als ik ze vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, vroegen sommigen zelfs: 'Wat is dat?'“

Een andere belangrijke factor waardoor hij allerlei gangsters aan het praten kreeg was dat velen van hen volstrekt niet bang zijn voor politie en justitie. Mehta: “In Bombay woedt al jaren een gangsteroorlog tussen een hindoebende en een moslimbende. Daartussen zit de politie die oorlog voert tegen beide bendes, zonder veel resultaat trouwens. Ergens midden jaren negentig bereikte het aantal veroordelingen een diepterecord. Ook de aanstichters van de rellen tussen moslims en hindoes in 1992 en 1993 lopen nog vrij rond. De meest militante hindoe-nationalist heeft maar een paar uur in de gevangenis gezeten, waarna hij op borg vrij kwam. Mensen met wie ik sprak waren heel open over hoe ze destijds hadden gemoord en er ongestraft mee waren weggekomen.“

Mehta bracht talloze uren door in de danstenten. Hij schrijft: 'Ik ging naar de danscafés omdat ik voor een raadsel stond. Ik begreep niet waarom mannen daar zulke enorme bedragen wilden uitgeven. Op een goede avond kan een danseres in Bombay twee keer zoveel verdienen als een eersteklas stripper in New York. Het verschil is dat de danseres in Bombay niet hoeft te slapen met haar klanten, hen in de bar niet mag aanraken, en meer kleren draagt dan de gemiddelde secretaresse in Bombay in het openbaar.' In de drinkgelegenheden kwamen alle figuren die Mehta fascinerend vond in Bombay. “De stad van seks, geweld, spektakel, showbusiness culmineerde daar. Uiteindelijk komen de gangsters, de politici en de politieagenten allemaal samen in dat soort cafés.“

Mehta verlaat de stad uiteindelijk met gemengde gevoelens. Hij moet zich tevreden stellen met het opschrijven van zijn waarnemingen. “Het is verder aan de mensen van mijn stad en de rest van de wereld, die het boek hebben gelezen, om actie te ondernemen of niet.“ De schrijver zag een uiterst corrupt Bombay, een stad van het 'nee', zoals Mehta het noemt. “Bij aankomst werkte er in ons appartement niets, net als in de meeste flats om ons heen trouwens. En iedereen van wie je iets gedaan wilde krijgen zei eerst altijd 'nee'. Na veel druk ging het nee dan over in een 'misschien', een volmondig 'ja' werd het nooit. Ik begreep pas later dat veel ervan diende als een soort belasting voor nieuwkomers, de stad zou me niet gemakkelijk binnen laten glippen. Ik begreep ook dat je het niet volgens de regels moet spelen. Je moet eerst het hele systeem van onofficiële regels leren kennen, pas dan kun je een redelijk normaal leven leiden.

Suketu Mehta zag een overbevolkt Bombay, een stad waar elk jaar bijna een miljoen mensen bij komen, en een stad waarvan sommige delen voortdurend dreigen af te sterven. Maar hij zag ook hoop, optimisme en ondernemerschap. “Ik herinner me een man in een sloppenwijk. Hij zat in een hut zonder stromend water, zonder toilet, met elektriciteit die steeds uitviel. Hij zei: 'Bombay is een vogel van goud'. Hoe kun je dat nou zeggen, vroeg ik. Hij zei: 'Het geld vliegt hier door de lucht, het enige wat je moet doen is het te pakken zien te krijgen'.

“Er is dus een eindeloze aanvoer van hoop. Mensen geloven echt dat ze op een dag van hun kleine hutje zullen verhuizen naar de wolkenkrabbers die ze recht voor hun neus zien staan. Ze weten dat er mensen zijn die vijftig jaar geleden binnen kwamen en nu in zo'n torenflat wonen. Zolang die droom niet uitsterft gaat de stad door. Bombay leeft vanwege individuele dromen. In zijn dromen leeft de man in de sloppenwijk in een paleis.“

mailIcon print |