recensie Dirigent Mikhail Pletnev is zichtbaar ingenomen met zijn gretige Russisch Nationaal Orkest. En het orkest is idolaat van zijn grillige dirigent. Pletnev richtte zijn orkest in 1990 zonder staatssubsidie op. Geen twijfel over wie hier de baas is. Pletnev's minimale gebaartjes zijn genoeg, het orkest reageert als een goed afgerichte hond en klapt na afloop voor de baas.
Orkest en dirigent presenteerden zichzelf in Amsterdam in twee uiteenlopende programma's. De eerste avond was in Russische sfeer, met de 'Carmen-suite' van Rodion Sjtsjedrin en de Vijfde symfonie van Tsjaikovski. De 'Carmen-suite' is een bewerking voor strijkorkest en slagwerk. Sjtsjedrin speelt met het verwachtingspatroon van de luisteraar en past de klank aan door een grote rol aan het slagwerk te geven. 'Carmen' devalueert door dit drumbandgeluid richting kermismuziek. De strakke, onsentimentele aanpak van Pletnev en de mooie, diepwarme strijkersklank verhelpen dat niet.
De Vijfde van Tsjaikovski heeft veel meer diepgang, maar wordt vaak overwoekerd door te veel pathetiek. In eerste instantie leek Pletnev de juiste Tsjaikovski-sfeer te treffen. Maar uiteindelijk overheerste het gevoel dat het bij uiterlijkheden bleef. Zeker in het laatste deel zat de dikke klank en het effectbejag Tsjaikovski in de weg. Maar de paukenist had de avond van zijn leven.
In het tweede concert kon Pletnev zijn andere kwaliteit tonen: hij is in de eerste plaats pianist. Vanachter de vleugel dirigeerde hij het tot ruim dertig man uitgedunde orkest in pianoconcerten van Mozart, Bach en Beethoven en een Rondo van Mozart. De vleugel stond niet, zoals gebruikelijk, in het midden van het podium, maar aan de linkerkant (vanuit de zaal gezien). De violen zaten op een kluitje in de welving van de vleugel en daarachter zaten celli, contrabassen en blazers, met hun gezicht in de richting van de dirigent.
Deze merkwaardige opstelling had een belangrijk effect op de klank. Omdat het orkest naar de zijkant speelde in plaats van recht de zaal in, waren de individuele instrumentgroepen zoals de celli en de blazers nauwelijks apart waarneembaar. De balans met de vleugel (een Blüthner, die Pletnev in had laten vliegen) was daarentegen perfect.
Dat gold ook voor de samenwerking tussen orkest en pianist. Hoewel Pletnev weinig aan dirigeren toekwam, reageerde het orkest perfect op zijn met rubati versierde spel. Elke vrijheid die Pletnev nam, in tempo, dynamiek of frasering, werd feilloos beantwoord door het orkest. Het pianoconcert van Mozart werd heerlijk licht, vrij en beweeglijk uitgevoerd, in Bach regeerde Pletnev soeverein. Het tweede pianoconcert van Beethoven miste dramatiek. Pletnev en zijn orkest bleven steken in mooispelerij, indrukwekkende cadenzen en het indrukwekkende toucher van Pletnev. Dat gevoel kleefde uiteindelijk aan het hele weekend met Pletnev: klank en effectbejag wonnen het te vaak van de innerlijke betekenis van de muziek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.