opinie Flink wezen. Moed houden. Blij wezen. De pake van Sanne Wallis de Vries gaf deze wijze woorden mee vanaf zijn sterfbed. Makkelijker gezegd dan gedaan in deze tijden. Want even verderop zegt ze: “Treurigheid. Best leuk, als er maar niet zo veel van was.“
Volgend jaar is het tien jaar geleden dat ze met glans het Leids Cabaret Festival op haar naam schreef, sindsdien maakte ze succesvolle voorstellingen als 'Sop', 'Zin' en 'Stuk'. Ze ging er even tussenuit voor de musical 'Foxtrot' en vorig jaar heeft ze een kind gekregen. Ronduit beroemd werd ze met haar imitatie van de koningin in 'Kopspijkers'. Wie die jolijt in haar programma verwacht, komt van een koude kermis thuis. Sanne Wallis de Vries is namelijk een categorie apart binnen het cabaret. Een intrigerende, onconventionele theatermaakster. Haar vorige show had bijvoorbeeld een ongewone indeling - eerste deel conferences, tweede deel bijna alleen maar liedjes - nu heeft ze twee vrouwelijke aangevers bij zich, Vera Kaye en Cindy Grande, met wie ze een pittig potje danst.
'Fusion cabaret' noemt ze het ironisch, waarin veel verschillende kunstdisciplines voorkomen. Hiermee verkent ze de grenzen en ook voor vorm is een grote rol weggelegd in haar vierde voorstelling 'Vier'. Prachtig gestileerd qua kleding, decor, rekwisieten en licht. Zelf blijft ze op afstand van het publiek, waardoor de show een toneelmatig karakter heeft.
De inhoud is eigenlijk ook geen cabaret meer te noemen. Grappen maakt ze, zeker in het eerste gedeelte, maar weinig. Ze vertelt liever. En ze vraagt. Ze vraagt en vraagt. Sanne Wallis de Vries houdt niet van stilstaan, dus dan blijft op onderzoek gaan over. Door zichzelf en het publiek lastige kwesties voor te leggen in vragende vorm, probeert ze duidelijkheid en orde te scheppen in haar hoofd. Dat maakt haar soms fladderig en warrig, maar ze blijft wel boeien.
Zo laat ze steeds haar verschillende kanten zien. Een zelfverzekerde vrouw, op het arrogante en boze af, met een grote mond en waarmee niet te spotten valt. Maar ook de onzekerheid, de kwetsbaarheid, haar soms donkere gemoed, de wanorde, de verwarring, haar kleine hartje.
Ontroerend is de scène waarin Sanne Wallis de Vries vertelt dat ze met haar beppe (oma), haar moeder en haar dochter in een auto zit op weg naar zee. Vier generaties vrouwen en het gekibbel is niet van de lucht. Er wordt gesust en gemijmerd aan de hand van een gedicht van Rutger Kopland. En dan ineens zo'n typische, nuchtere Wallis de Vries-opmerking die de poëzie totaal verstoort.
Haar fascinatie met tijd en tijdperken, al zichtbaar in 'Stuk', zet zij voort. Indelen, namen geven, structuren. Vooruitlopend op een naam voor de huidige tijd, stelt ze voor: De Verwarring. Of De Vervreemding. Het roept nog meer vragen op. Iets dat op een antwoord lijkt, komt pas op het allerlaatste moment, als een aantal van haar beroemde typetjes langskomt: wil het beter worden, moeten we teruggeven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.