*

 

Pareltje van Fay Claassen

Door: redactie − 24/11/05, 00:00

recensie Trompetspelen en zingen staan dicht bij elkaar. De jazzgeschiedenis leverde dan ook tal van zingende trompettisten: Louis Armstrong, Clark Terry, Chet Baker... Maar andersom kan het ook. Zo doet jazz-zangeres Fay Claassen met haar stem het trompetspel na van Chet Baker. Nou ja, nadoen is niet het juiste woord, want op haar jongste dubbel-cd 'Fay Claassen Sings Two Portraits of Chet Baker' is allesbehalve sprake van een imitatie.

Het gaat helemaal om de sfeer, om de lichtheid, de simpelheid bijna, van het 'geen noot te veel'-spel, waarmee Baker als trompettist en zanger het jazzidioom tot het strikt noodzakelijke wist te reduceren. Elke noot functioneel afgewogen en trefzeker op het juiste moment gespeeld in een door rusten gedomineerde frasering.

“Die emotie, verfijnde timing en die hoge, wat iele stem, dat kan nooit een man zijn“, merkte Claassen op over het moment waarop ze voor het eerst Chet Baker hoorde zingen. Ze was meteen verkocht, wat uiteindelijk leidde tot de cd die ze tot en met komend voorjaar door het land presenteert.

Zo bracht ze vorige week flink wat jeu in de stijve Kleine Zaal van het Amsterdams Concertgebouw. Heel geconcentreerd, maar met steeds weer plaats voor een vette glimlach, zette Claassen de richting van haar melodieën kracht bij door haar linkerarm en -hand, als een persoonlijke dirigent naar boven, beneden, naar zich toe en van zich af te bewegen. Fascinerend die verbeelding van de muzikale richting.

Claassens woordloze zang kreeg een extra kleuraccent dankzij een, wel behoorlijk doordachte, maar fraaie klankversmelting van haar stem met de baritonsax van Jan Menu. Ook bij hem voerde lyriek en lichtheid de boventoon. Alleen op de momenten dat de sfeer erom vroeg, liet hij zijn enorme koperen toeter in de diepte ronken. Meestal legde hij speels een tegenstem in het hoge register, mooi aansluitend op Claassens hese vocalen.

Menu is verantwoordelijk voor de arrangementen op het eerste schijfje van de dubbel-cd. Dat voert terug naar de jaren vijftig toen Baker deel uitmaakte van het pianoloze kwartet van baritonsaxofonist Gerry Mulligan, wiens speelstijl geen geheimen blijkt te kennen voor Menu. Sommige stukken, zoals 'Frenesi' wijken weinig af van het origineel, terwijl bij tracks als 'Love Me or Leave Me' juist weer een heel andere invalshoek wordt gekozen.

Op het tweede schijfje refereert Claassen aan een zingende Baker, waarbij Jan Wessels voor de trompetpartijen tekent. Met bewerkingen van klassiekers als 'My Funny Valentine' boeit dit deel van de dubbelaar minder, al springt het maar zelden door Baker uitgevoerde Elvis Costello-nummer 'Almost Blue' er zeker uit. Bedenker van de bewerkingen op dit schijfje is bassist Hein van de Geyn. Samen met drummer John Engels maakte hij tal van historische platen met Chet, en het is zeker ook dankzij deelname van deze ritmesectie, haar spaarzame spel en zinderend spannende timing, dat dit project tot een pareltje maakt. Armand Serpenti

mailIcon print |