*

 

Improviseren met oude muziek

Door: redactie − 05/09/06, 00:00

recensie

Cappella Artemisia in Pieterskerk en Ensemble Arpeggiata/King’s Singers in Muziekcentrum Vredenburg op 3/9.

De laatste dag van het jubilerende Holland Festival Oude Muziek eindigde met uitersten. Sacrale en profane muziek volgden elkaar snel op, hemelse en aardse sferen scheerden rakelings langs elkaar.

Cappella Artemisia bracht zondagmiddag muziek van componerende 17de-eeuwse nonnen – muziek dus, die waarschijnlijk net als de nonnen zelf, nooit het klooster had verlaten. Twee heren – in het klooster natuurlijk verboden – begeleidden de vijf zingende dames van de Cappella op zink (een soort houten trompet) en trombone. Verder klonken regelmatig damesklanken van gamba, harp en orgel – precies zoals je op schilderijen uit die tijd te zien krijgt. Door de uitstekende uitvoering leek elk van de gepresenteerde lofzangen en psalmen wel een juweeltje, wat ze compositorisch natuurlijk niet allemaal waren.

Heel aards werd daarna het Oude Muziek-feestje tijdens het slotconcert in Vredenburg, waarbij niet alleen plaats werd ingeruimd voor opzwepende dans, maar waar de jool alleen maar groter werd door de beestengeluiden van de vooraf niet aankondigde King’s Singers. Een luid bejubelde toegift uit de hoge hoed dus. De uitgelaten dwaasheid mocht in de slotuurtjes dan ook wel doorbreken, want eerder die avond was het publiek bijna ononderbroken getrakteerd op ’La Follia’ – de uit Spanje overgewaaide dwaasheid om op een zich alsmaar herhalend basmotief virtuoos en opzwepend te improviseren.

Om het improviserende karakter van de uitvoering kracht bij te zetten, had Christina Pluhar, leidster van het ensemble L’Arpeggiata, ook een jazzklarinettist en een Italiaanse chansonnière uitgenodigd. Het was een gouden greep, vooral ook omdat alles bij dit veelkleurige ensemble puntgaaf bleef klinken.

De improvisaties van de ensembleleden mochten er zijn, maar vooral die op de weerbarstige zink maakte diepe indruk. Ster van deze geslaagde bonte avond was onmiskenbaar de countertenor Philippe Jaroussky, die met zijn flexibele, kraakheldere en sonore geluid moeiteloos eeuwen van improvisatiekunst overspande.

Het was een geslaagd festival (55.000 bezoekers), vooral dankzij de keuze van een duidelijke thematische omkadering: Italiaanse muziek van de de eeuw. Volgend jaar zal de kunst van het luisteren door de eeuwen heen centraal staan.

mailIcon print |