*

 

Een verwarrende reis door Burma

Minka Nijhuis − 12/08/06, 00:00

recensie Joop Verstraten weet veel over Burma en het Burmese boeddhisme. Maar hij schrijft het raar op. Urgente vragen, over de zin van sancties bijvoorbeeld, beantwoordt hij niet. En échte mensen komen we in zijn boek niet tegen.

De achterflap van het boek ’De Boeddha en de marionetten’ klinkt veelbelovend genoeg. De reis van Joop Verstraten door Burma/Myanmar heeft een boek opgeleverd dat ,,voor sommige lezers controversieel zal zijn maar voor velen een aantal belangrijke nieuwe inzichten zal opleveren’’.

Iedereen die zich voor Burma interesseert, kent het gevoel dat zo onderhand alles al een keer geschreven is. Non-fictie boeken, reportages, opiniestukken, rapporten van mensenrechtenorganisaties, ze zijn hoe belangwekkend en tragisch van inhoud ook, meestal meer van hetzelfde. Nieuwe en controversiële inzichten zijn dan ook bijzonder welkom. Helaas maakt auteur Verstraten de belofte niet waar.

Een belangrijk onderwerp dat hij aansnijdt en dat telkens terugkomt in het boek, is de kwestie van economische sancties die de VS en in mindere mate Europese landen tegen Burma instelden vanwege de slechte mensenrechtensituatie en het uitblijven van democratische hervormingen.

De vraag in hoeverre die sancties effectief zijn en wat Burmezen van deze maatregelen vinden, is een belangrijke en legitieme. Maar ook Verstraten komt niet verder dan gesprekken met een ex-medewerkster van oppositieleidster Aung San Suu Kyi en met een groep bekende komedianten. Dezen worden in tegenstelling tot wat Verstraten suggereert zeer regelmatig in westerse media als tegenstanders van economische sancties opgevoerd. In die zin voegt Verstraten dus niets nieuws toe aan de discussie.

De auteur reist heel wat af, maar als een portret van het hedendaagse Burma is zijn boek niet erg geslaagd. Nergens weet hij het land werkelijk tot leven te wekken. Zijn sfeerimpressies zijn vaak niet meer dan saaie opsommingen zonder enig oog voor sprekende details. De toon is afstandelijk, op het ambtelijke af en daardoor neemt Verstraten de lezer niet werkelijk mee in wat hij ziet en meemaakt.

Daarbij grossiert de auteur in lelijke zinsconstructies als „Daardoor kwam de nadruk van deze operatie te liggen op het feit dat we hier te maken hadden met” of „Dat dankten zij aan de alle records brekende wijze waarop”.

Ook personen leert de lezer nauwelijks kennen. Pas op pagina 33 komt de eerste Burmees echt aan het woord en het blijft dan bij een paar citaten.

Het boek biedt onder meer een tirade tegen het buitenlands beleid van de VS, die weinig samenhang met de rest van het boek vertoont. Het eindigt met ’Tot slot: de 8 kamers van de hel’, een kort betoog over het boeddhisme. Die godsdienst vertoont een voorkeur voor opsommingen en lijstjes, zoals die van ’de 8 kamers van de hel’, de sancties op een misstap. Doch het boeddhisme, krijgen we vervolgens te verstaan, moet niet worden gemeten aan regels en voorschriften, maar aan de essentie zoals die door een oude vrouw aan de auteur wordt medegedeeld: ,,Buddhism teaches you to take your losses in your stride.” Het is een warrig slot dat op geen enkele manier een afronding van het boek vormt.

Het is jammer dat ’De Boeddha en de marionetten’ niet vlotter en met meer samenhang geschreven is, want Verstraten heeft zich duidelijk grondig verdiept in Burma. Er zitten passages in het boek die wel interessant zijn, zoals die over de ideeën en de betekenis van de vader des vaderlands Aung San.

Het was waarschijnlijk beter geweest als Verstraten het bij een geschiedenisboek had gehouden.

mailIcon print |