recensie
Op 23 april 1851 overleed Annie, lievelingsdochter van Charles Darwin. Net tien jaar. Na haar dood geloofde Darwin niet meer in een zorgzame, liefdevolle God. De natuur is goed noch slecht maar totaal onverschillig. Zijn evolutietheorie levert de wetenschappelijke onderbouwing voor die opvatting en ziet de schepping als het resultaat van een moreel blinde, natuurlijke ontwikkeling van miljoenen en miljoenen jaren. Sinds Darwin is de natuur machtiger geworden, de mens betrekkelijker en God minder persoonlijk. Natuur, cultuur: alles ontwikkelt zich volgens de wetmatigheden van de evolutie.
Alles? Ook geloof in God en godsdienst? Kun je die ook uit de evolutie verklaren? Jazeker, zegt de Amerikaanse filosoof Daniël Dennett. Zij het nu nog niet. Niet omdat de vraag ’Hoe zijn mensen tot hun geloof in God gekomen?’ in principe niet via de evolutietheorie te ontrafelen zou zijn. Maar omdat we nog onvoldoende weten. We moeten eerst nog veel meer nieuw onderzoek doen waarin evolutiebiologen samenwerken met antropologen, paleontologen, godsdienstwetenschappers en historici.
’Kenden Neanderthalers begrafenisrituelen?’ is zo’n nieuwe vraag die deze samenwerkende wetenschappers zouden moeten onderzoeken. Stel dat ze deze niet kenden, wijst dat er dan niet op dat er een tijd geweest is zonder religie? Als dat zo is, waardoor zou religie dan op een bepaald moment in de menselijke geschiedenis ontstaan zijn en waardoor heeft het zich zo lang kunnen handhaven?
In het voetspoor van de zoöloog Richard Dawkins introduceert Dennett de memen. In de natuur zorgen de genen voor overdracht en continuïteit van het ene naar het andere geslacht. Die rol spelen de memen volgens Dawkins in de overdracht van cultuur. De nieuwe generatie bootst een bepaald onderdeel van de cultuur, een meem (een afkorting van het griekse woord mimema, dat ’nabootsing’ betekent) net zolang na tot zij het zich heeft eigengemaakt. We hebben daar een spreekwoord voor: ’Zoals de ouden zongen, piepten de jongen.’ Zo wordt cultuur overgedragen. En religie.
In tegenstelling tot het gen, dat niet meer is dan een piepklein onderdeel dat niet op zichzelf kan bestaan, kan een meem wel op zichzelf bestaan. Beschouw het christendom eens als een meem, een onderdeel van de cultuur dat onveranderd is overgedragen van geslacht op geslacht. Tenminste, dat denken we. Maar in de Middeleeuwen zag het christendom er heel anders uit dan tegenwoordig. Het is door alle generaties heen meegereisd, maar het heeft zich aangepast, vernieuwd. Alsof het een zelfstandig iets is. Wiens belangen dienden die veranderingen? Dat van koningen, van kerkvorsten of van gelovigen? Dat van de maatschappij? Of het belang van het meem christendom zelf, dat net als een parasiet of een bacterie zorgt voor zijn eigen vitaliteit door, zich steeds aanpassend en zonder veel scrupules, van de ene gastheer naar de andere over te springen?
Fascinerend om zo, vanuit een heel andere invalshoek, tegen de kerkgeschiedenis aan te kijken, maar is het christelijk geloof daarmee tot op de bodem verklaard? Dennetts analyse wordt aanmerkelijk minder interessant als hij zijn evolutionaire meetlat legt naast de hedendaagse vormen van geloof. Verder dan de bekende kritiek op godsdienst (een verzinsel; helpt niet echt; maakt egocentrisch; preekt wel moraliteit, maar praktiseert het niet, enzovoorts) komt hij niet.
Zijn boek doet me denken aan vroegere marxistische studies die godsdienst en kapitalisme hand in hand zagen gaan. Ze haalden een kant naar boven die eerder ten onrechte niet was meebedacht. Boeiend. Toch had je tegelijk het gevoel dat ze het ongrijpbaar eigene van godsdienst misten. Dat zagen zij zelf trouwens anders. Hun marxistische wetenschap had de pretentie ’alles’ te verklaren. Diezelfde pretentie zie je bij Dennett. Met de evolutietheorie verklaar je alles. Ook godsdienst. Van zijn evolutiefilosofie geldt hetzelfde als van het marxisme: het zijn beide gesloten systemen.
Ik heb niks met gesloten systemen. Ze zitten me te hoog te paard en eindigen intolerant. Tegelijk heb ik geen enkele neiging óm Darwins ideeën, bijvoorbeeld op religieuze gronden, af te wijzen. Ze wijzen nieuwe wegen en inspireren. Ook over religie, zoals Dennett helder en aanstekelijk laat zien. Toch verlaat ik hem halverwege. Gebrek aan intellectuele moed van mijn kant? Of gewoon, nergens meer thuis. Niet bij de Darwinisten en niet bij de anti-evolutiegelovigen. Beide om dezelfde reden: de geslotenheid van hun systeem. Ik zal ermee moeten leven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.