recensie Wouter Pietersen is een Amsterdamse jongen, die net zo lang bleef opduiken in Multatuli’s ’Ideeën’ tot er een roman van kwam. Een zeer onburgerlijke jongen in een heel erg benepen en arme tijd.
Indianen en dieren lezen nooit indianenboeken en dierenboeken. Kinderen en detectives lezen graag kinderboeken en detectives. Hoe noemen we boeken die wel een kind als hoofdpersoon hebben, maar die geen kinderboeken zijn? Kind-biografie zou kunnen, maar dan denk je aan kinderen die beschreven worden omdat hun ouders beroemd waren of ze zelf later beroemd worden, terwijl het mij hier gaat om romans waarin de hoofdpersoon onder de achttien is en blijft. Ik noem het genre: kindroman of kindboek.
Het vijftal Van Eeden, Van Deijssel, Heijermans, Borel, Brusse schreef vijf bekende kindboeken. Ik wil de vijf zaterdagen van juli besteden aan míjn vijf hoogtepunten van het kindboek tussen 1860 en 1950, van Woutertje tot Werther, via Jaapje, Marijntje en Kees. Vijf jongens die mij na aan het hart liggen. Ja, er is geen meisje bij. Een canon toont niet alleen de hoge toppen, maar door de lacunes helaas ook de diepe dalen uit onze historie. Alleen ’Het huisje aan de sloot’ van Carry van Bruggen uit 1921 is te vergelijken met mijn vijf favoriete kindboeken, maar er is nu eenmaal geen maand met zes zaterdagen.
Multatuli heeft nooit een boek geschreven dat Woutertje Pieterse heet. Hij schreef met grote onregelmaat een reeks ’Ideeën’, en daarin komen hoofdstukken voor uit een denkbeeldig kindboek dat latere bloemlezers ’De geschiedenis van Woutertje Pieterse’ zijn gaan noemen. Net als Werther heeft de hoofdpersoon Wouter geen tje achter zijn naam staan.
Wouter is tegen het einde van de achttiende eeuw geboren, dus hij is zeker veertig jaar ouder dan Eduard Douwes Dekker zelf. Dik van der Meulen, die de eerste serieuze biografie van Multatuli schreef, haalt veel uit ’Woutertje Pieterse’, maar waarschuwt ons ook dat het echt niet als het eerste deel van zijn autobiografie is te lezen. Toch zit de roem van Multatuli het lezen van Woutertje Pieterse in de weg.
Mijn tweede probleem is dat veel uit het boek, dat misschien meer is gelezen dan Max Havelaar, zijn ingang heeft gevonden in de Hollandse geest, zelfs bij mensen die het niet kennen. De griffermeerde juffrouw Laps die hoort dat ze een zoogdier is, de Hallemannetjes d.z.b.f.w. (weet u wat die afkorting van vijf letters betekent? Die zo bijzonder fatsoenlijk waren), meester Pennewip, de formule ’x is een schone zaak en schenkt het mensdom veel vermaak’, de sprookjesfiguur Fancy , ze horen net zo tot de klassieke Nederlandse literatuur als het rieten mandje van Mozes en de genezing van Lazarus behoren tot de klassieke Nederlandse godsdienst.
De benaming ’roman’ zou voor Woutertje Pieterse onjuist zijn, omdat de ontwikkeling van de hoofdpersoon niet systematisch gevolgd wordt. Het zijn schetsen uit een jongensleven van twee eeuwen geleden. Die jongen is een heel bijzonder exemplaar, maar over het leven in Amsterdam van 200 jaar terug leer je heel veel, waarbij we graag in de eerlijkheid geloven van de man die het anderhalve eeuw geleden schreef. Ik ken geen ander boek dat zo’n scherp beeld geeft van die tijd, met al zijn armoede en ellende in geest en in geld.
In een kindboek kun je meestal zonder bezwaar de volgorde van de hoofdstukken verwisselen. Dat zegt misschien iets over hoe volwassenen zich hun kindertijd herinneren. Multatuli beweert nooit dat wat hij opschrijft echt gebeurd is, zelfs niet dat het had kunnen gebeuren. Ik hou ontzettend van Wouter Pietersen en van het boek dat naar hem genoemd is. Maar ik moet u toch afraden om het te lezen. Lees liever de héle prachtige serie ’Ideeën’, waarin Wouter regelmatig opduikt. Zelfs als u de Wouterloze stukken snel doorbladert geniet u meer van het jongetje dat wij nu Woutertje noemen.
Zijn alle hoofdpersonen uit Nederlandse kindboeken sympathieke personen? Dat zullen we de komende zaterdagen zien. Voor mij is, zoals bij veel goede boeken, de schrijver nog net iets sympathieker dan zijn hoofdpersoon. Hoe genoot ik zestig jaar geleden niet van het langste woord uit de Nederlandse prozageschiedenis tot 1956, de zestig letters van „heeremensechristenzieligehemelsegoeiegenadigedeugdvanmeleven”.
Alle waarschuwingen dat we schrijver en hoofdpersoon niet mogen vereenzelvigen gaan verloren als je Wouter Pieterse leest. Ons beeld van Eduard Douwes Dekker wordt niet alleen gevormd door het heldendom van de autobiograaf Max Havelaar in zijn Indische periode, maar ook door de belevenissen van zijn twintig jaar jongere held in Amsterdam. Dekker noemde zijn in Duitsland aangenomen zoontje, waarmee hij gelukkiger was dan met zijn eigen kinderen, niet voor niets: Wouter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.