*

 

Naar de climax op vier manieren

Ger Leppers − 02/09/06, 00:00

recensie Hoe schrijf je over seks? Dat kunnen we de komende herfst leren van vier Franstalige vrouwen, die deze lastige literaire opgave met zwier hebben opgelost. Acrobatische hoogstandjes, ’boeken die je met één hand leest’, en een roman waarin de daad steeds wordt uitgesteld: alle een lust om te lezen. Wat is eigenlijk pornografie, en wat niet meer?

Vorig jaar is in Frankrijk een begin gemaakt met een groot literair project: de eerste integrale, en dus ongekuiste vertaling in het Frans van alle vertellingen van 1001 nacht bij de gerespecteerde uitgeverij Gallimard.

Malicieus herinnerde het altijd dwarse weekblad Marianne enkele weken geleden aan de woorden die de allereerste Europese vertaler van het boek, de Fransman Antoine Galland, ruim drie eeuwen eerder in zijn voorwoord had geschreven: ,,De Arabieren worden aan de Fransen getoond met alle omzichtigheid waar de fijnzinnigheid van onze taal en van ons tijdsgewricht om vraagt.’’ Iets simpeler gezegd: de oorspronkelijke Arabische tekst was op een groot aantal plaatsen veel te gepeperd voor de preutse Franse lezers.

De rollen zijn inmiddels omgedraaid, hoewel die indruk wordt weersproken door de recente autobiografische roman ’Wilde vijg’, van een Arabische vrouw die – veiligheidshalve, dat dan toch nog wel – publiceert onder het pseudoniem Nedjma. Alle gedachten aan hoofddoekjes en sociale grauwsluiers verdwijnen als sneeuw voor de zon bij het lezen van dit verslag van haar relatie met een harteloze Tangerse Don Juan, Driss genaamd, dat doortrokken is van onopgesmukte, zinderende erotiek.

Nadrukkelijk zoekt Nedjma aansluiting bij de vroegere erotische schrijvers uit haar taalgebied: het motto van haar boek is ontleend aan het klassieke Arabische erotische meesterwerk ’De Geparfumeerde Tuin’, een bundel raadgevingen op seksueel gebied van de 16de-eeuwse sjeik Nefzawi: ,,Ere zij God die de roeden recht als lansen schiep om strijd te kunnen voeren in de vagina’s [...] Ere zij hem die ons in staat stelde op lippen te sabbelen en erop te zuigen, dijen tegen dijen te vlijen, en onze kloten neer te leggen voor de deur der Clementie.’’

De grootste kwaliteit van dit boek ligt echter niet in de onverbloemde beschrijvingen van de volledige erotische overgave, maar in de onthutsend mooie ontknoping. Tien jaar nadat Badra, het alter ego van de schrijfster, met veel moeite afstand heeft kunnen nemen van haar trouweloze minnaar, verneemt ze dat deze een dodelijke ziekte onder de leden heeft. Ze zoekt hem op en begeleidt zijn sterven. Weergaloos is de wijze waarop wordt beschreven hoe tussen twee mensen die een uiterst intense relatie hebben gehad, een relatie die doortrokken was van onvergetelijke seks en hevige jaloezie, maar wel een relatie zoals die maar één keer in een mensenleven voorkomt, op het einde, na een scheiding van tien jaar en op de drempel van de dood, toch nog steeds een contact bestaat dat zij met een ander onmogelijk kunnen hebben.

Van dit in het Frans geschreven relaas is door de Bezige Bij zojuist de derde druk uitgebracht, in het kader van de Franse literaire week die deze uitgeverij deze maand organiseert. Naast ’Wilde vijg’ verschijnen nog twee andere uit het Frans vertaalde erotische romans van vrouwelijke auteurs, ditmaal afkomstig uit het Westen.

Zo is een herdruk uitgebracht van ’Het seksuele leven van Catherine M.’, het boek van Catherine Millet dat ongetwijfeld, en waarschijnlijk terecht, het meest ophefmakende erotische boek van de afgelopen tien jaar is. In dit ook al autobiografische relaas verhaalt de schrijfster over de vele duizenden keren dat zij met wildvreemde mannen de liefde bedreef, te land, ter zee en in de lucht, op kantoor, in de laadruimte van een bestelauto van de gemeentewerken die bijna kapseist ten gevolge van de uitbundige handelingen die daarbinnen plaatsvinden, in parkeergarages en waar niet al, bij tijd en wijle onder het goedkeurend oog van haar echtgenoot, de schrijver Jacques Henric. Een lichamelijke activiteit die op zichzelf al een huzarenstuk vormt en tot bewondering stemt. Nog bewonderenswaardiger is echter de wijze waarop zij in haar boek van deze overvloedige activiteit verslag uitbrengt.

Het is namelijk geen geringe literaire opgave waarvoor de schrijfster zich gesteld zag: ruim tweehonderdvijftig bladzijden lang verslag doen van steeds weer dezelfde handelingen. Weliswaar met variaties, maar die betreffen toch vooral de decorstukken.

Dit compositorisch probleem heeft zij echter met zwier opgelost. Zij analyseert haar seksleven met de analytische blik en in de precisie die haar werk als kunstcritica haar als gereedschap aanleveren, namelijk als een reeks min of meer systematische beschouwingen over het aantal keren, over de ruimten, over afgesloten ruimten. De plagerige wijze waarop ze de lezer op afstand houdt door hem de emotionele aspecten van een zo overdadig seksleven te onthouden, zorgt voor een bijzondere, onderkoelde humor – en is plagen niet al sinds mensenheugenis een van doeltreffendste verleidingstactieken?

Een groter contrast dan dat tussen de superieure, geamuseerde onthechtheid van Catherine Millet en de intense betrokkenheid van Véronique Olmi is nauwelijks denkbaar. In haar prachtige novelle ’De regen verandert niets aan de begeerte’, die eind deze maand verschijnt, gaat het niet meer om de bevrijding door het genot, maar om een bevrijding door de troost die de intieme omgang met de ander verschaft.

De naamloze hoofdpersonen – een veertigjarige, door het leven getekende vrouw en een vijftigjarige, mank lopende man – hebben in het verlaten Parijs van een warme augustusmaand voor het eerst een afspraakje, hoewel ze elkaar al vijf jaar lang regelmatig op straat tegenkomen. Ze gaan naar een restaurant, zitten in een park, lopen tenslotte door naar een hotel en bedrijven daar de liefde. Ze gaan terug naar het park, en daarna nog een keer terug naar de hotelkamer. Met grote precisie en veel inlevingsvermogen beschrijft Olmi hoe tussen haar hoofdpersonen de intimiteit van minuut tot minuut groeit, en hoe ze niet alleen de kleren van elkaars lichaam pellen, maar ook de psychologische pantsers laten vallen waarmee men zich in het dagelijks leven wapent tegen krassen op de ziel.

Beetje bij beetje vernemen wij welk persoonlijk geheim de getekende vrouw met zich meedraagt, en begrijpen wij welke balsem de overgave aan de intimiteit met een ander kan bieden.

Hoewel de seksuele handelingen ook door Olmi zeer expliciet worden beschreven, is het boek nergens pornografisch; het behoort zeker niet tot wat de Fransen aanduiden als ’de boeken die je met één hand leest’ – daarvoor staat er hier in psychologisch opzicht te veel op het spel. Wel wordt de lezer regelmatig vergast op onweerstaanbaar geestige waarnemingen: ,,Ze hoorde het vallen van de broek met het geluid van de sleutels van het kleingeld, altijd zo zwaar de broekzakken van mannen, uitgezakt bodemloos, ze hoorde het mobieltje dat werd uitgezet en haar hart bleef even stilstaan. Het mobieltje uitgezet. Voordat de voorstelling begon.’’

Nog weer een andere kant van de erotiek toont ten slotte Alina Reyes in haar bij De Arbeiderspers verschenen novelle ’Zeven nachten’. Reyes weet maar al te goed dat weinig zo erotisch is als de spanning van het wachten dat aan de daad voorafgaat, en dat wachten, voor de lezer geraffineerd naar een climax wordt gevoerd, is dan ook het voornaamste onderwerp van haar boek. In de loop van zeven nachten, zo hebben haar twee hoofdpersonen afgesproken, mogen ze telkens iets verder gaan in hun intimiteit. Pas in de laatste nacht mag de daad volledig worden bedreven. Als dat dan uiteindelijk is geschied, gaat de vrouw er onmiddellijk met een ander vandoor. In de wereld van de erotiek, zo lijkt de niet erg hemelschokkende boodschap van de schrijfster te luiden, is niets zeker. De wetten van het lichaam hebben voorrang op die van de rede.

Het boekje is met vaardige hand geschreven, erg mooi vertaald, en goed voor twee aangename uurtjes, maar moet het in soortelijk gewicht toch duidelijk afleggen tegen de andere hier besproken boeken.

Zal dit erotisch najaarsoffensief van uitgevend Nederland leiden tot een golf van overspel in de Lage Landen bij de Noordzee? Wie de bijslaap wilde beoefenen, deed het toch al, denk ik. En wie minder avontuurlijk, luier ingesteld of monogaam is, kan zich er altijd nog toe beperken deze boeken te lezen. Bij voorkeur gezeten onder een wandbord met de oude wijsheid: ’Oost West, thuis best’.

mailIcon print |