recensie
Ach, waarom wordt een mens toch zo oud, zegt haar oude moeder. ,,Dat weet je toch”, antwoordt de dochter uitdagend. ,,Je hebt te gezond geleefd! Het reformhuis! Dat moet wel bestraft worden. Die vers geperste sapjes, dagelijks voor het middageten, het volkorenbrood, vegetarische pasteitjes! Salades! Kruiden! Fruit! Nooit eens speklapjes! Geen alcohol! Niet een sigaret! En je nooit eens hartstochtelijk aan iets te buiten gaan! Dat maakt het leven, nou ja, eindeloos!” De oude vrouw lacht.
Het is een van de vermakelijke verwikkelingen tussen moeder en dochter in het boekje ’De laatste scènes met onze ouders’ van Claudia Wolff. Dit keer eens niet een verhaal dat tot in detail de lijdensweg van dementie beschrijft. Wolff kijkt, net als haar ouders, terug op haar leven. Tegelijk worstelt ze met de vergankelijkheid.
Echt goed is de verhouding tussen dochter en ouders nooit geweest. Vooral moeder was een tobster. Haar hele leven bang om kanker te krijgen. Ze liep de deur van de dokter plat en beklaagde zich daarna bij haar kinderen over ’polymyalgia’, een van haar vele duistere kwalen. En juist zij eindigt het leven met een zieke geest in een gezond lichaam.
Moeder doorloopt alle stadia van dementie. Op het laatst stopt ze met praten. Wolff plaagt haar in de hoop dat ze toch reageert. Om moeder te prikkelen lakt Wolff zo af en toe haar teennagels. Net als vroeger, liegt ze. Moeder reageert meteen en kijkt haar dochter ongelovig aan. Natuurlijk heeft ze vroeger nooit haar nagels gelakt.
Praten doet ze nog zelden, maar het lachen gaat haar beter af dan ooit. Moeder is mild geworden. ,,Sinds ze vergeet, geniet moeder van het lachen”, schrijft Wolff. ,,Soms lijkt het me een lachen dat moet worden ingehaald.”
Nu er nog weinig te zeggen valt, slaat de dochter vaker een arm om moeder heen. Aan het sterfbed weet ze het zeker: hier ligt niet haar moeder, hier ligt zijzelf.
De rubriek van Jaap de Berg is er in oktober weer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.