recensie
Michael Connelly heeft met zijn laatste boek risico’s genomen – hij heeft niet alleen de geliefde rechercheur Harry Bosch op ijs gezet, maar ook de krochten van Los Angeles achter zich gelaten voor zijn eerste juridische thriller.
Advocaat Michael Haller is trouwens wel thuis in de stegen van LA, want hij beweegt zich, wat zijn cliënten betreft, aan de onderkant van de samenleving. Het recht lijkt hem weinig te interesseren, als hij maar genoeg betaald krijgt van de boeven en boefjes die van zijn diensten gebruikmaken. Dat valt niet altijd mee, totdat hij een grote vis in de schoot geworpen krijgt.
Een welgestelde man wordt beschuldigd van mishandeling van een prostituee en wil per se Haller als advocaat. Daar zit natuurlijk een luchtje aan, en tijdens de rechtszaak begint het ook voor de advocaat zelf echt te stinken. Haller moet alle gaten in het rechtssysteem ten volle benutten om aan zijn eigen ondergang te ontkomen.
Connelly verstaat zijn vak. De vroegere misdaadverslaggever doet zijn huiswerk nauwgezet, waardoor hij een levensecht rechtbankdrama neerzet. Wat hem met Harry Bosch wel lukte, lukt echter nog niet met de advocaat. Hij wil maar geen man van vlees en bloed worden. Natuurlijk houdt hij van zijn ex en hun dochter, wil hij diep in zijn hart dat de onschuldigen vrij zijn en de schuldigen gestraft worden, maar hij blijft verder toch vooral een opportunist die in deze zaak het hoofd boven water moet houden. Omdat er in de wereld volgens hem nu eenmaal geen waarheid is, kan hij zich daar ook niet al te druk om maken. Zulk cynisme is een wat makkelijk excuus om geen harde noten te hoeven kraken over het vaak zo kromme recht.
Wat raadselachtig blijft de titel: Ja, Haller laat zich graag rijden in grote Lincolns, maar dat is verder nauwelijks van betekenis in het boek.
Als Connelly met deze advocaat doorgaat, dan hoop ik dat hij kans ziet hem wat meer kleur op de wangen te geven. Het gaat tenslotte niet alleen om een vakkundige plot.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.