*

 

Janáceks ode aan de natuur

door Sandra Kooke − 27/01/06, 00:00

recensie De componist Leos Janácek onderzocht met een drietal opera's de grens tussen leven en dood. 'Het sluwe vosje' is gebaseerd op een kinderverhaaltje, waarin de natuur en de dieren een voorbeeld zijn voor de mensen.

Aan het einde van zijn leven koos de Tsjechische componist Leos Janácek (1854-1928) een stripverhaal uit de krant om zijn diepzinnigste gedachten over leven en dood weer te geven.

Het sluwe vosje, dat in 1920 gedurende drie maanden de lezers van dagblad Lidové noviny dagelijks bezig hield met haar dierenstreken, werd de heldin van een opera. En niet alleen zij haalde het operatoneel, ook de das, de hen, de hond Lapák, de kikker, de muggen en vliegen.

In de gangen van het Amsterdamse Muziektheater, waar zondag een nieuwe voorstelling van 'Het sluwe vosje' in première gaat, hangen de schitterende vleugels van vliegen, dekschilden van torren en oranje staarten van vossen aan de kledingrekken. De gesprekken gaan er niet over de stemproblemen van de Graaf Almaviva, de kuren van de Norma of de afwezigheid van de Madama Butterfly van deze voorstelling, maar over de vos, het lieveheersbeestje of de haan.

'Het sluwe vosje' is Janáceks ode aan de natuur; aan de dieren die op een vanzelfsprekende manier omgaan met leven en dood en met goed en kwaad. Janácek hield op een bijzondere manier van de natuur. Hij schreef alle natuurgeluiden op in noten om ze in zijn werk te gebruiken.

In de velden rond zijn Moravische geboortedorp Hukvaldy hoorde hij in de stilte vanzelf muziek ontstaan: “In de tedere tremolo zoek ik de grondtoon op. Daarbij voegt zich het hogere en lagere octaaf, ja, zelfs het akkoord.“ Toen hij bij het schrijven aan 'Het sluwe vosje' een keer een echte vos in het bos zag, was hij door het dolle van blijdschap.

Het sluwe vosje uit Janáceks opera is een vrijgevochten beest, dat charme en losbandige levenslust combineert. Ze doet de boswachter denken aan zijn jeugdliefde en aan de zigeunerin Terynka, die in het dorp de fantasieën van alle mannen beheerst. De boswachter vangt het vosje en neemt haar mee naar huis, maar op een dag bijt ze alle kippen dood en vlucht. In het bos trouwt ze met een vos en krijgt vele jongen.

Het feuilleton in de krant eindigde hier, maar Janácek voegde er een hoofdstuk aan toe. Een stroper schiet het vosje dood als ze hem afleidt, zodat haar kinderen zijn buit kunnen stelen.

Een droevig einde van het kindersprookje? Nee, want Janácek verzon ook een korte epiloog, waarin de boswachter terugkijkt op zijn leven en in de wei dezelfde dieren als vroeger ziet. Een vossenjong dat sprekend op haar gedode moeder lijkt, een kikker die de kleinzoon van een vroegere kikker blijkt.

Op dat moment, terwijl hij zijn leven overziet, beseft de boswachter dat de kringloop van leven en dood eeuwig doorgaat en dat verzoent hem met zijn eigen lot.

Terwijl er vroeger nogal wat onvrede was over de tekst die Janácek voor de opera schreef, is 'Het sluwe vosje' tegenwoordig een geliefd stuk. Rond de première begreep men de boodschap niet en vond men de handeling niet genoeg to the point. En was het nou een satire, een opera of een sprookje?

Janacek heeft de losse eindjes in zijn libretto zelf gewild. Zo mocht slechts een hint doorschemeren van de overeenkomst tussen de cyclus van de dierenwereld en die van de mensen. “Dat is voldoende - al is deze symboliek voor de meesten te weinig“, schreef hij bij de première.

Het ondefinieerbare van Janáceks libretto heeft het publiek tegenwoordig juist veel te zeggen. De tijden zijn veranderd, verklaart regisseur Richard Jones, die met decor- en kostuumontwerper Antony McDonald verantwoordelijk is voor het visuele deel van de voorstelling in het Muziektheater. “De seksuele revolutie en de opkomende belangstelling voor spiritualiteit buiten de kerk om, hebben de interesse voor Janáceks opvatting gewekt. Weliswaar levert de letterlijke tekst van Janácek vragen op, het psychologische waarheidsgehalte van de opera is juist groot.“

Samen met zijn opera's 'De zaak Macropoulos', over een vrouw die onsterfelijk is, en 'Uit een dodenhuis', over de gevangenen in een Siberische gevangenis, behoort 'Het sluwe vosje' tot het drieluik waarin Janácek de grens tussen leven en dood onderzoekt.

Jones: “In dit verhaal laat Janácek de eeuwig doorgaande cyclus van leven en dood zien. Voor de dieren is dat een vanzelfsprekendheid, voor het menselijke ego is de dood een heel groot probleem. Pas als de boswachter aan het eind terugkijkt op zijn leven en als hij de natuurlijke cyclus doorgrondt, kan hij de dood aanvaarden. Het ego sterft, het leven gaat door. Janácek maakt de grens tussen leven en dood onzichtbaar door het vossenjong als vervanging van de moeder te laten opduiken. De natuur gaat eeuwig door. Janácek zit niet ver van de heidense godsdiensten af met zijn verering van de natuur en de eeuwige cyclus van leven en dood.“

Jones en McDonald hebben ervoor gekozen de dierenwereld met zijn ongecompliceerde acceptatie van leven en dood als het grote voorbeeld voor de mensen te tonen. De open, directe manier waarop dieren op zoek gaan naar de bevrediging van behoeften zoals eten en liefde wordt als voorbeeld aan de mensen getoond - zelfs als daarvoor andere dieren moeten worden gedood. In hun vrolijke, kleurrijke kostuums zijn ze de tegenhangers van de somber geklede, verzuurde pastoor en schoolmeester.

McDonald: “De dieren zijn in deze voorstelling schitterend, prachtig, spectaculair. Terwijl de Pastoor pas opleeft als hij zich een citaat in het Latijn kan herinneren, zijn de dieren altijd eerlijk en direct. We hebben de dieren die veel met mensen omgaan, zoals het paard, een beetje onbetrouwbaar gemaakt. Immers: waarmee je omgaat, daarmee word je besmet.“

Jones: “De boswachter is een man met een midlifecrisis. Zoals mannen tegenwoordig thuiskomen met een Harley-Davidson, neemt hij een vosje mee naar huis. Maar het vosje is geen object, het is een persoonlijkheid. En wat voor één! Janácek maakte van haar een portret van de ultieme vrouw, een erotisch wezen dat hem herinnert aan zijn jeugd en zijn eigen seksuele ervaringen.

Natuurlijk heeft dat alles te maken met Janácek zelf. Janácek was de laatste tien jaar van zijn leven verliefd op een veel jongere, getrouwde vrouw die hij per brief adoreerde.“

En net als Janácek, begint de boswachter de natuur steeds meer te waarderen. Jones: “Uiteindelijk beseft hij dat de aarde niet alleen iets is waarin je verdwijnt als je dood bent, maar dat hij ook leven geeft. De cirkel is rond.“

mailIcon print |