*

 

Kan Hij verdwijnen uit de politiek van de VS, alstublieft!

Bas den Hond − 10/06/06, 00:00

recensie Madeleine Albright moet wel een heilige zijn: als minister van buitenlandse zaken had ze de wereld samen met Bill Clinton enigszins in de hand. Maar de opvolger van haar baas maakte er een puinhoop van. Gaat ze daarom schelden? Nee, ze schrijft – heel ingetogen – een boek over de ingewikkelde kwestie van het geloof in de internationale politiek.

’De macht en de almacht’ poneert geen stellingen; het is bovenal informatief. Albright verbindt haar ervaringen in de regering, en de kennis die ze daarvóór opdeed als ambassadeur bij de Verenigde Naties en áls hoogleraar buitenlandse betrekkingen, met de laatste ontwikkelingen in wat sommigen niet aarzelen een wereldwijde oorlog tussen de religies te noemen. En zo kom je op luttele bladzijden afstand van elkaar de moord op Theo van Gogh en de verkiezingsoverwinning van Hamas tegen, vlak nadat je met Albright nog eens hebt meegemaakt hoe in Camp David de Israëli’s en de Palestijnen bijna tot een vergelijk kwamen. Een halve eeuw wereldgeschiedenis in het licht van de halve maan, als het ware.

Het thema van het boek is de onontwarbaarheid van geloof en politiek. Juist in het land dat Albright als het hare aannam – haar ouders vluchtten in 1948 voor het communisme uit Tsjecho-Slowakije – is die verknooptheid overduidelijk. De Grondwet gebiedt er een rigide scheiding tussen kerk en staat. Maar tegelijkertijd is de bevolking in overgrote meerderheid christelijk – kérks christelijk welteverstaan. Dat drukt een zwaar stempel op de denkbeelden en daden van kiezers en politici in de VS, en dus op het beleid van deze seculiere staat.

George Bush is echt niet de eerste president die zich het Opperwezen nabij voelt in het Oval Office van het Witte Huis. President William McKinley nam het besluit tot het eerste imperialistische avontuur van het land, het veroveren van de Filippijnen in 1898, na nachtenlang ijsberen. Hij vroeg op zijn ,,knieën aan de Almachtige God om licht en raad [...] en toen, op een nacht, drong het plotseling tot me door [...] Het enige dat we konden doen was ze allemaal veroveren, en de Filippino’s onderwijzen, geestelijk verheffen en beschaving bijbrengen, en ze kerstenen.”

Tot verbazing van de gewone Amerikanen hadden de VS na een vlotte verovering vier jaar nodig om een taaie opstand van de ondankbare Filippino’s neer te slaan. God is eerder een onpeilbare dan een onfeilbare adviseur als het gaat om het navigeren in wereldse aangelegenheden. Dat besef is wijdverbreid onder Amerikaanse liberals, maar helemaal niet zo vanzelfsprekend onder de aanhang van de huidige president, George W. Bush. „God wil dat ik president word” – een uitspraak uit zijn gouverneurstijd die aan hem is blijven kleven – is ook de titel van een hoofdstuk in het boek.

Daarin beschrijft Albright hoe de VS met Bush als voorganger reageerden op de aanslagen van 11 september 2001. Eerst pakte de president de terroristen aan in het land waarvandaan ze waren uitgezonden, Afghanistan. In samenwerking met tal van bondgenoten, islamitische en niet-islamitische, verjoeg hij de Taliban. En er werd een begin gemaakt met het vestigen van de democratie.

Daarna wijzigde de president plotsklaps zijn koers. In 2002 werd de ’as van het kwaad’ aangewezen, met daarin – naast Noord-Korea – twee heel verschillende landen uit het islamitische deel van de wereld, Irak en Iran. Vervolgens zwol de retoriek tegen Saddam Hoessein enorm aan. Er sprak een zekere trots uit, proeft Albright, op het vermogen van Amerika om landen, waar dan ook in de wereld, een welverdiend lesje te leren. Zoals uiteindelijk dan gebeurde met Irak.

Daarmee smolt de sympathie waar de VS in grote delen van de moslimwereld nog op konden rekenen, weg. In Indonesië oordeelde in 2000 75 procent van de bevolking gunstig over de Amerikanen; in 2003 had 83 procent een negatief oordeel. Dat verbeterde later overigens weer, noteert Albright veelzeggend, toen de Amerikaanse marine voor de kust van Atjeh verscheen na de verwoestende aardbeving en tsunami van Kerstmis 2004.

Albright vindt dat het geloof van Bush het land heeft geschaad. „De kernwaarden van president Bush leidden Amerika van 11 september af naar de aanval en langdurige bezetting van een land dat niets met de aanvallen van 11 september te maken had.” Dat blijkt onder andere uit uitspraken van de president met een absolutistisch, en daarmee voor buitenstaanders beangstigend karakter. Als Amerika de wereld wil ontdoen ’van alle kwaad’, kunnen niet veel landen gerust zijn. En alsof het niet genoeg was dat de coalitie Irak zonder de zegen van de VN binnenviel, was het volgens Bush ook nog ’Gods opdracht’.

Tijdens een toespraak daarover bracht Albright niemand minder dan Jezus in stelling tegen Bush: „Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed behalve God.” Dat ze er vergoelijkend aan toevoegde dat ’ikzelf als ieder ander hooghartige opmerkingen zou kunnen maken’, maakte het er volgens rechtse commentatoren niet beter op. Een journalist van Fox-televisie concludeerde dat haar eigen plan om het terrorisme te bestrijden, neerkwam op ’het zingen van Kumbaya in het Arabisch’.

En zo heel onterecht is dat eigenlijk niet. Albright wil dat haar land de verbindingen met de islamitische wereld weer opengooit. Ze neemt de lezer mee naar Saoedi-Arabië, waar de heersers helemáál zeker weten dat God met hen is, maar niet zo precies hoe ze Zijn voorschriften kunnen combineren met de moderne wereld. Naar Egypte, dat in naam een democratie is maar in werkelijkheid een dictatuur. Terwijl de VS in Irak en Afghanistan soldaten sturen om er de democratie te vestigen, laten ze die bondgenoten zorgvuldig met rust, uit angst dat er een regime aan de macht komt dat anti-Amerikaans is.

Dat is erg dom allemaal, knikt de Europese lezer. Maar dan krijgt die de wind van voren. Als ergens in de wereld een kans voor open doel bestaat om te laten zien dat een land waar voornamelijk moslims wonen, kan floreren in een door westerse waarden gedomineerde wereld, dan is het wel in Europa: daar is Turkije op weg naar het lidmaatschap van de EU.

Maar Nederland en Frankrijk stemden tegen de Europese Grondwet en dat was, noteert Albright, vooral uit weerzin tegen dat komende lidmaatschap. Dat is net zo dom: „Als het Westen geen respect kan opbrengen voor een moslimland als Turkije, dat in zo grote mate tegemoet is gekomen aan onze punten van zorg, zal het uiterst problematisch zijn andere moslimlanden voor te houden dat vriendschap loont.”

En wat moeten we met de moslims die vinden dat we hun vriendschap niet waard zijn? Aan het eind van haar boek komt Albright zoals het hoort met haar adviezen. Die zijn samen te vatten als: wees pragmatisch, wees omzichtig, probeer overal ter wereld om te beginnen maar eens de leefomstandigheden van de mensen te verbeteren.

En vooral: wees niet zeker van je gelijk, in geloofs- en staatszaken. Om met God zelf te spreken, zoals hij het via Mohammed zei: „Wedijvert dus in goede daden; tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk, en hij zal jullie dan meedelen waarover jullie het oneens waren.’’

mailIcon print |