recensie In dezelfde dertiende eeuw waarin de Europeaan Marco Polo China ontdekte, ontdekte een inwoner van China Europa.
Vanuit wat nu Peking is, wilde Rabban Sauma, een nestoriaanse monnik, naar Jeruzalem pelgrimeren. Hij belandde uiteindelijk in Rome en Parijs.
Het eerste deel van die wereldreis inspireerde Tjalling Halbertsma, regeringsadviseur in Mongolië, tot navolging. In een geleende jeep trok hij van Peking naar Kashgar bij de Chinees-Afghaanse grens: een kleine 7000 kilometer.
“Sprong naar het Westen' bevat een meeslepend verslag, met veel decorschildering, van zijn belevenissen, deels eerder in Trouw verhaald. Rabban Sauma's wederwaardigheden en andere historische - ook archeologische - informatie zijn er vaardig in vervlochten.
Meer dan fragmentarische indrukken van China biedt Halbertsma uiteraard niet, maar ze zijn wel verhelderend. Zo illustreert hij met treffende voorbeelden hoe de Chinese overheid probeert minderheden onder de duim te houden en de overbevolking in Oost-China te verminderen door met regionale tradities en leefgewoonten af te rekenen en Han-Chinezen en masse westwaarts te verkassen..
Midden in een zee van boerenland ziet hij voor hen zielloze steden verrijzen. Hij beleeft mee hoe herders in Binnen-Mongolië, slachtoffers van uitputting van de Gele Rivier, van hun steppen worden verdreven. En hij is er getuige van hoe de regering de toch al traditionele verchinezing van islam en christendom nog bevordert om ze van buitenlandse bronnen te vervreemden.
Halbertsma's godsdiensthistorische interesse voert hem, onder veel meer, van een katholiek kerkje naast een St. Paul Discobar naar een moskee met een vrouwelijke imam, lang niet de enige in China. De reis eindigt te midden van de onderdrukte islamitische Oeigoeren. Voor ambtenaren onder hen heeft de overheid een recept waar Wilders & Co nog op moeten komen: bij meer dan twee moskeebezoeken per jaar volgt een salariskorting.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.