*

 

28 messteken in een Zweedse bejaarde

Afra Botman − 12/08/06, 00:00

recensie

In de lawine van Scandinavische misdaadliteratuur die over de zomerboekenmarkt wordt uitgestort, zit veel goeds, maar ook veel van hetzelfde. Het is een feest voor wie nooit genoeg krijgt van de sneeuwbuien, de ongenaakbare landschappen en het gebrek aan licht, dat zo onmiskenbaar invloed heeft op de sombere personages.

Lezers die toe zijn aan een lichtere noot in dit genre, kunnen zich wagen aan een boek van HÃ¥kan Nesser. Onmiskenbaar Scandinavisch; het weer is meestal pet en de toedracht van de misdrijven dieptreurig. Nesser schrijft over gewone mensen, met wie iets verschrikkelijks gebeurt. En ook de rechercheurs die het moeten oplossen, is niets menselijks vreemd. Ze hebben huwelijksproblemen, een kater, de pest aan een collega en maken fouten in hun werk. Dat de misdaad wordt opgelost, komt eerder door toeval en intuïtie dan door scherpzinnig denk- of technisch speurwerk.

Het verhaal moet het niet van de actie hebben, maar is sterk verteld. Nesser blinkt vooral uit in het kleuren van de hoofdpersonen, met rake typeringen en scherpe, geestige dialogen. Merkwaardig genoeg hebben veel van de personages en plaatsen Nederlandse, Duitse of Engelse namen – waarschijnlijk om het te ’ontzweedsen’, maar het effect is nogal gekunsteld.

In de vorige boeken van Nesser figureerde de oudere somberman Van Veeteren, helemaal het Zweedse stereotype. Hij is nu met langdurig verlof en slijt – symbolisch – zijn dagen in een leunstoel in een antiquariaat. De moord op de bejaarde Waldemar Leverkuhn, die met 28 messteken om het leven wordt gebracht, moet nu worden opgelost door de veel jongere inspecteur Münster en zijn team, onder wie het laconieke duo Rooth en Jung en de broeierige Ewa Moreno. Niet dat dat zulke feestneuzen zijn, maar zij hebben de toekomst voor zich.

mailIcon print |