*

 

Alle zwarten zijn aardig

Annemarié van Niekerk − 12/08/06, 00:00

recensie Als milieuactivist Paul kanker krijgt en zélf bestraald moet worden, staat zijn leven op zijn kop. Stof voor een aangrijpende roman, zou je zeggen, maar Gordimer laat in ’Word wakker’ kansen liggen.

De reputatie die Nobelprijswinnares Nadine Gordimer in haar geboorteland Zuid-Afrika geniet, is gebaseerd op diverse gronden: op haar werk als romancière en als anti-apartheidsactiviste. Op dat laatste terrein was ze niet onomstreden: ze stond bekend als het kleine, fijngebouwde vrouwtje dat een herenhuis in een blanke elitebuurt van Johannesburg bewoonde. In de tijd dat men zijn solidariteit niet alleen in woord, maar ook in daad moest tonen, leefde Gordimer in zekere zin op een luxe-eiland.

De apartheid behoort al weer jaren tot het verleden en Gordimers vijftiende roman ’Get a Life’, is dit voorjaar in het Nederlands vertaald, een onderneming die vanwege de complexe zinsbouw tamelijk lastig geweest moet zijn.

De roman vertelt het verhaal van Paul Bannerman, een milieukundige van halverwege de dertig die zijn leven in dienst heeft gesteld van de strijd tegen de kwalijke gevolgen van de wetenschappelijke en economische vooruitgang. Op zekere dag wordt vastgesteld dat hij lijdt aan klierkanker, een ziekte die de medische stand nog niet onder controle heeft.

Ditmaal ziet Paul zich zélf voor de verandering geconfronteerd met de natuur. Hij moet radiotherapie ondergaan, en wordt nu zelf een bron van schadelijke straling. De milieubeschermer is een gevaar voor zijn naaste omgeving. In een poging om Pauls vrouw en kinderen tegen de straling te beschermen, bieden zijn ouders hem onderdak, tot het gevaar geweken is.

In het huis waar hij als kind werd gekoesterd en nu niet eens mag worden aangeraakt, raakt hij in het isolement verzeild. Aangewezen op zichzelf, begint hij steeds meer tijd door te brengen in de tuin waar hij als kind zo graag speelde. Ooit schoot in dit paradijs zijn passie voor de natuur wortel. Nu hij er terugkeert, is hij door sterfelijkheid aangetast.

Anders dan Adam en Eva die vanwege hun kennis uit het paradijs werden verdreven, trekt Paul zich er juist in terug. In de stilte van zijn eenzaam verblijf doet hij menig inzicht op, bijvoorbeeld dat zijn vrouw Berenice, succesvol in de reclamebranche, eigenlijk zijn absolute tegenpool is. Zo leidt de opgedane kennis omtrent goed en kwaad beetje bij beetje tot een herinterpretatie van de bijbelse scheppingsmythe.

Een dergelijk scenario biedt Gordimer ruime mogelijkheden om Pauls ontnuchterende ervaringen te dramatiseren. Maar in plaats daarvan kiest ze voor een afstandelijk en klinisch relaas dat de lezer afhoudt van mededogen.

Bovendien worden alle bijbelse metaforen en symbolen (de Hof van Eden, de geschiedenis van Kain en Abel, en zo meer) keurig opgehelderd en uitgelegd. Vroeger lag Gordimers kracht in de intrigerende, want subtiele manier waarop het privé-domein en de buitenwereld (dikwijls die van de politiek) elkaar wederzijds doordrongen, nu wordt het schema rigide neergezet in een al te expliciete verwijzing naar de twee hoedanigheden van Pauls partner, Berenice de carrièrevrouw en Benni de echtgenote.

Storend zijn ook de postkoloniale stereotypen. Prudence, de zwarte bediende van Pauls ouders, en haar zwarte collega Thapelo, zijn haast smetteloze karakters. Prudence staat Paul onzelfzuchtig en onverschrokken terzijde, Thapelo is het enige personage dat onbekommerd met Paul op het tuinmuurtje zit te praten. De meeste blanke figuren daarentegen worden bestempeld als onloyaal. Het besef daarvan draagt in niet geringe mate bij aan Pauls isolement. Het doet ietwat geforceerd aan.

Het verhaal wint aan kracht zodra de aandacht verschuift van Paul naar zijn ouders. Vader is een gepensioneerde zakenman die een roeping als archeoloog is misgelopen, moeder blijkt een mensenrechtenadvocaat.

In de bleke aderen van de vlakke karakters begint het bloed te stromen wanneer het ouderpaar Mexico bezoekt, onder begeleiding van een altijd glimlachende toergids. De personages maken een stevige relatiecrisis door, iets wat gewoonlijk als angstwekkend zal worden ervaren, maar wat hier toch weer koel en rationeel wordt beleefd en beschreven.

Nadine Gordimer schrijft nog steeds, maar haar doortastende fijngevoeligheid is ze kwijt. De zenuwknopen, die in haar proza tintelden bij de lichtste aanraking, zijn onvindbaar.

mailIcon print |