Het is een chaos in de kantoren van het gloednieuwe Musée du quai Branly in Parijs, dat een week geleden de deuren opende voor het publiek. De gangen staan vol dozen die nog uitgepakt en apparaten die nog aangesloten moeten worden, werklui lopen in en uit en ondertussen proberen de medewerkers van het museum hun werk te doen.
Bij de entree van het gebouw heeft de portier het druk met het tegenhouden en verwijzen van bezoekers naar de hoofdingang van het museum, aan de Seine. Maar daar staan zulke lange rijen dat veel mensen doorlopen naar de achterkant, naar de Rue de l’Université, in de hoop daar naar binnen te kunnen glippen via het universiteitsgebouw, waarin zich de kantoren bevinden.
Vijf miljoen bezoekers worden er jaarlijks verwacht in het nieuwe museum, dat nu al wordt gezien als het ’grote werk’ van president Chirac. Afgaand op de massale toeloop op deze doordeweekse dag, heeft Parijs er inderdaad een publiekstrekker bij. De ligging van het museum, een van de grootste ter wereld voor niet-westerse kunst, is voor toeristen ook perfect: aan de voet van de Eiffeltoren.
’Spectaculair’ is het woord dat het vaakst klinkt als mensen het door architect Jean Nouvel ontworpen museum moeten beschrijven. Maar dan wel een heel ander soort spektakel dan dat van de Eiffeltoren. Musée du quai Branly (kortweg MQB genoemd) is in alles de tegenhanger van zijn imposante buurman: het is niet hoog, grijs, pompeus en industrieel. Horizontaal, veelkleurig en verleidelijk rekt het zich met zijn geheimzinnige uitstulpingen uit op de oever van de Seine, omgeven met veel groen, dat op sommige plekken letterlijk uit de muur groeit.
Over de volle hoogte is een deel van de voorgevel (800 m2) bedekt met een met mos beklede kunstof mat, waaruit hosta’s, maagdenpalm, vlinderstruiken en varens groeien. Alsof de architect de rijen wachtende bezoekers, die daar toch heel wat tijd tegenaan moeten kijken, alvast in een oerwoudsfeer wil brengen.
Een effect dat nog versterkt wordt door de groene bladmotieven die zijn aangebracht op de glaswanden. Bovendien is het museumcomplex ook nog eens omgeven door een grote heuvelachtige tuin met veel bomen. Er wordt nog volop aangeplant, maar nu al is te zien dat MQB straks in een mini-jungle ligt.
Ook de kleuren die de architect heeft gebruikt, okergeel, donkerrood, groen en aardetinten voor de opvallende uitstulpingen in de voorgevel doen onmiskenbaar aan de tropen denken.
Eenmaal langs de kassa en in de tuin van het museum waan je je in een andere wereld, doordat daar ook het lawaai van het verkeer wegvalt achter de metershoge glazen wand die het complex afschermt van de straat.
Binnen het gebouw is de betovering compleet: daar wandel je door een meanderende rivierbedding waar je de wind hoort waaien en water klotsen, zo het schemerige oerwoud in, waar 3500 kunstobjecten uit Afrika, Azië, Oceanië en Amerika staan opgesteld.
Dan ontdek je ook wat de functie is van de uitstulpingen in de voorgevel. Daarin bevinden zich intieme nissen en kabinetjes, waar kunstvoorwerpen staan of een bankje, waarop je naar een film kunt kijken.
Centraal in het gebouw rijst een glazen koker omhoog, waarin het depot is ondergebracht. De hele collectie omvat driehonderdduizend stukken, afkomstig uit Musée de l’Homme en Musée des Arts de l’Afrique et de l’Océanie die in MQB zijn opgegaan.
Jaarlijks zijn er zes wisseltentoonstellingen gepland en daarnaast zijn er nog tal van andere activiteiten, zoals debatten, film-, dans- en theatervoorstellingen.
Het is de bedoeling, licht conservator Philippe Peltier toe, dat er voortdurend van alles te zien en te beleven valt in het museum. „Het moet een erg levendige plek worden.” En de mini-jungle rondom het museum belooft volgens hem de aangenaamste stadstuin van Parijs te worden.
Nog voor de opening was er al discussie of de architect niet doorgeschoten is met zijn pogingen kunst uit niet-westerse landen zo sterk te verbinden met de natuur. Maar volgens Jean Nouvel heeft hij alleen maar geprobeerd zoveel mogelijk groen terug te brengen op deze plek, waar voorheen een park lag.
En wat betreft het gebouw zelf? Daarin moest in de allereerste plaats de waarde van deze kunst zo goed mogelijk uitkomen. Nouvel koos voor een grote variatie aan vormen en kleuren, om recht te doen aan de oneindige diversiteit aan culturen. Sommige critici vinden dat het gebouw daardoor een hoog bounty-gehalte heeft.
Ook het feit dat in het museum geen aandacht wordt geschonken aan de koloniale overheersing heeft discussies losgemaakt. Een groep Afrikaanse kunstenaars heeft in een reactie daarop een eigen tentoonstelling gemaakt in een galerie. Maar de gevestigde kunstorde is positief en vindt dat de niet-westerse kunst eindelijk erkenning krijgt in een museum van wereldformaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.