*

 

Lang Lang is reïncarnatie van Liszt en Horowitz tegelijk

Christo Lelie − 14/11/06, 00:00

recensie

Lang Lang, pianorecital in Serie Meesterpianisten. Gehoord op 12 november, Concertgebouw, Amsterdam. Uitzending op 3 december, om 20.00 uur, op Radio 4.

Lang Lang (24) is de snelst rijzende ster onder de jonge concertpianisten. Alles lijkt hem mee te zitten. Hij heeft een techniek waarmee hij de jonge Horowitz evenaart, een kleurenpalet van ongekende rijkdom en een uitermate plezierige podiumuitstraling. De wereld ligt dan ook aan zijn voeten.

Bij zijn debuut, vorig seizoen in het Concertgebouw, viel bovendien te prijzen dat hij, naast virtuositeit, ook goede smaak, stijl en vormbegrip bleek te hebben. Zondag bewees Lang Lang dat hij nog verder naar het ultieme meesterschap is toegegroeid. Maar ook bleek dat zijn talent, en het geld dat hem dat oplevert, hem in de gevarenzone kunnen brengen.

Lang Lang opende het concert met Mozarts Sonate in C. Hij vertolkte dit stuk volkomen gaaf, muzikaal gezond, aanstekelijk en onderhoudend, maar in de twee hoekdelen speelde hij domweg te snel. Mozart schrijft gematigde tempi voor, die de pianist de mogelijkheid bieden en verplichten het passagewerk vertellend te vertolken. In Lang Langs tempi kon dat niet meer. Zijn Mozart-spel werd wat oppervlakkig.

Groot was vervolgens de verrassing in Chopins Derde sonate. Lang Langs uitvoering was subliem. Op zeldzaam fraaie wijze wist hij de grote structuur van het werk verstaanbaar te maken. In het razendsnel gespeelde scherzo bleven alle noten te horen en de pianoklank was verrukkelijk. Nog mooier was het largo, met wonderschone cantilenes en in de middensectie ronduit grootse dramatiek. Lang Lang behoort nu al tot de allergrootste pianisten – dat was de enige mogelijke conclusie.

Maar na de pauze veranderde de jubelstemming. Ook nu was er fabelachtig virtuoos pianospel, met grote uitersten in dynamiek en koloriet. Maar zo nu en dan ging het er bar en boos aan toe. Van een pianokunstenaar veranderde Lang Lang in een circusartiest en showman, die alles doet om het publiek om zijn pianovingers te winden. Na een redelijk geslaagde, overwegend intieme en poëtische uitvoering van Schumanns ’Kinderszenen’, ging het in twee Preludes van Rachmaninov opeens van ’dik hout zaagt men planken’. Als een wild beest stortte Lang Lang zich op de Prelude in Bes. De vleugel klonk grof en van Rachmaninov bleef niet veel over. Ongelooflijk dat dit de pianist was die zo mooi Chopin had gespeeld!

Na dit krachtvertoon was het fluwelig gespeelde ’Sonetto 104 del Petrarca’ van Liszt een verademing, al was het tempo nu juist weer laag.

In veel lijkt Lang Lang de legendarische Vladimir Horowitz – ook supervirtuoos en showman – te willen nadoen. Als slotstuk koos hij zelfs een door Horowitz bewerkte versie van Liszts Hongaarse Rapsodie nr. 2. Andermaal ging Lang Lang zich te buiten aan uiterlijk vertoon. Krankzinnig snel en volkomen chaotisch klonk de langzaam en theatraal bedoelde opening, de ’lassan’. In de ’friska’ barstte het feest los. Met kostelijke grappen en grollen, gespeeld met een ongekend elan en speelgemak, wist Lang Lang de zaal op te hitsen, als een reïncarnatie van Liszt en Horowitz tegelijk. Deze circusshow stond in groot contrast met de artistieke hoogten die hij in Chopin had weten te bereiken.

mailIcon print |