recensie Hoeveel films over op drift geraakte meisjes zijn er niet gemaakt? Het zijn altijd een beetje trashy types, in verwassen kleren, met verwarde haren. En onder de grote, grijze capuchon gaat altijd een beeldschoon, spierwit koppie schuil.
De Franse regisseuse Agnès Varda filmde het ooit zo prachtig uitgebeend in 'Sans Toit Ni Loi' met de 18-jarige Sandrine Bonnaire als de vagebond die haar laatste weken in de vrieskou slijt, ergens op het Franse platteland. Dat was twintig jaar geleden, en in de tussentijd is er een hele hausse aan vrouwelijke vagebonden gepasseerd.
Het Australische 'Somersault' van de debuterende Cate Shortland voegt zich netjes in de rij. De 16-jarige Heidi (gespeeld door de 22-jarige Abbie Cornish) vertrekt op een dag met de bus naar ver weg, om in een boerendorp in de bergen aan te spoelen. Ze geeft zich over aan drank en seks, neemt een baantje bij de benzinepomp, huurt een kamertje en ontmoet haar bink.
Punt is dat die bink bindingsangst heeft en dat verder niemand in de film kan communiceren. Als uitgekauwde metafoor voert Shortland in de zijlijn een jongetje op dat empathisch vermogen ontbeert. Omdat Heidi zich ondertussen steeds eenzamer voelt, steekt ze zichzelf in brand door pardoes een schaaltje rode pepers achterover te slaan.
Mooi zijn de beelden van het Australische platteland in de vrieskou, en net iets te mooi is het meisje dat erin ronddwaalt. Het zwerversbestaan heeft zo zijn eigen clichématige esthetiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.