*

 

Dwarse fotografen

Jeanette de Vos − 07/12/07, 00:00

recensie Persbureau Magnum staat voor kwaliteit maar ook dwarsheid. Het fotografencollectief viert haar 60-jarig bestaan met een prachtboek.

Zestig jaar geleden werd het fotopersbureau Magnum opgericht. Een tegendraads initiatief van fotografen zelf die zich ergerden aan de manier waarop de grote persbureaus met hun foto’s omgingen. Magnum onderscheidde zich al die jaren door kwaliteit en onafhankelijkheid. Dat is prachtig zichtbaar gemaakt in een indrukwekkend boekwerk van maarliefst zeven kilo, verpakt in een stevige kartonnen koffer.

Dat het beroemde fotobureau dit jubileum heeft gehaald, had menigeen niet durven hopen. Het idee was mooi: vier, qua werk en achtergrond zeer uiteenlopende fotografen – Henri Cartier-Bresson, Robert Capa, George Rodger en David Seymour – kwamen in 1947 in opstand tegen hun opdrachtgevers. Hun foto’s werden versneden, slecht gepubliceerd en zonder toestemming doorverkocht. Magnum ging dat anders aanpakken. Alle fotografen die zich aansloten werden mede-eigenaar; ze deden samen de bedrijfsvoering.

Artistiek gezien leverde dit prachtige resultaten op, maar als bestuursvorm werkte dit niet altijd even soepel. Op de jaarlijkse bijeenkomsten waar het beleid wordt besproken door de ’familieleden’, zoals de Magnum-fotografen zich noemen, gaf en geeft dit aanleiding tot verhitte discussies. De leden komen immers uit alle delen van de wereld en brengen hun eigen culturele en sociale achtergrond mee. Daarnaast is het grote aantal grote ego’s en prima donna’s ook niet bevorderlijk om snel op een lijn komen. Er schijnt geen treffen te zijn waarbij er niet met deuren wordt geslagen. Met name de financiële kant van de bedrijfsvoering veroorzaakte menige ruzie.

Het kantoor in New York (de overige vestigingen zijn in Londen, Parijs en Tokio) raakte in 1996 dusdanig in de problemen dat het niet eens de telefoonrekening kon betalen. Tijdens het vijftigjarig bestaan kon er alleen champagne worden geschonken omdat een van de fotografen zich in die drank liet ’uitbetalen’ voor een opdracht. En dat terwijl het bureau waarschijnlijk is genoemd naar een champagnemerk.

Wat is het dan toch dat deze groep eigenzinnige, soms kunstzinnige fotografen bindt? Ze vinden allemaal dat ze briljant zijn, en dat is in zekere zin ook zo. Volgens insiders is het ook een soort magie, het bijna religieuze aspect van het toetreden tot een orde, met de bijbehorende initiatierites. Lid worden is geen sinecure. Minimaal twee jaar ben je aspirant-lid en gedurende die tijd moet je meermaals je werk verdedigen ten overstaande van de voltallige vergadering (Magnum telt nu 58 leden). Er zijn jaren geweest dat er geen nieuwe leden werden aangenomen. In 1955 trad de Nederlander Kryn Taconis toe. Helaas is er in dit jubileumboek geen werk van hem opgenomen. Twee jaar geleden werd Geert van Kesteren nominee, dus nog geen volwaardig lid.

Voor het boek maakten collega’s keuzes uit elkaars werk, een gewaagde vondst met een verrassend resultaat. Iedere fotograaf wordt kort geïntroduceerd met een biografie en een motivatie van de selecterende collega. De enige fotograaf die selectie door een ander niet toestond, was Gueorghui Pinkhassov. Gelukkig is het bijzondere werk van deze kennelijk weerbarstige Rus toch opgenomen.

Uiteraard ontkom je niet aan de klassiekers. Magnum was niet voor niets toonaangevend op het gebied van de fotojournalistiek en documentaire fotografie na de Tweede Wereldoorlog. Toch kijk je tevredener naar parels door Susan Meiselas uitgezocht uit het werk van Robert Capa. Niet de sneuvelende soldaat in de Spaanse burgeroorlog, maar een onbekende foto van afscheid nemende vrouwen bij de trein met frontsoldaten in Barcelona, 1936.

Het moet een zware klus geweest zijn het (levens)werk van de fotografen terug te brengen tot zes à zeven foto’s en toch een representatief beeld te geven. Maar het is absoluut een geslaagd jubileumboek geworden dat schitterend is uitgevoerd. Jammer alleen van de goudkleurige letters die de tekst moeilijk leesbaar maken. De verrassende keuzes maken dit boek tot verzamelobject.

Toch is het goed om de woorden van Rene Burri ter harte te nemen. Hij voert een Chinese fotograaf op die hem vertelde dat fotografen en kunstenaars in China als ze beroemd worden, hun naam veranderen en dan kijken of de mensen hun werk nog zo goed vinden.

Magnum, Uitgeverij Thoth, euro 150,-. ISBN 97890 59960213

mailIcon print |