*

 

Ramp is stiefkind van de toekomst- wetenschappen

Jan Greven − 09/10/07, 00:00

recensie

Toekomstverkenningen over de eigen tijd van vijftig tot honderd jaar terug mag ik graag lezen.

Soms zijn ze verrassend goed, maar vaker blijken ze wezenlijke ontwikkelingen niet voorzien te hebben. Zoals een negentiende-eeuwse voorspelling die de verbrandingsmotor over het hoofd zag of zoals voorspellingen van vijftig jaar terug die ‘voorzagen’ dat Rusland en zijn satellieten omstreeks 2000 een nieuwe economische grootmacht zouden zijn.

De voorspellers van de pas verschenen bundel ’Toekomst in het groot’ zijn zich van die feilbaarheid bewust. Ze analyseren meer dan ze voorspellen. Dat is niet alleen voorzichtigheid. Toekomstvoorspellingen gedijen het best in een tijd van optimisme en vooruitgang.

In de jaren zestig, die bloeitijd van verwachting, zagen we zelfs de opkomst van een heel nieuwe wetenschap, de Futurologie. Ik hoor er nooit meer over. Toekomst hoort bij Utopia, het ideale land dat nergens bestaat. Rampen zijn de stiefkinderen van de toekomstwetenschappen.

Ook weer niet onbegrijpelijk, trouwens. Wie had zich rond 1900 gewaagd aan een voorspelling over de eerste vijftig jaar van de nieuwe eeuw met daarin de Eerste Wereldoorlog, de teloorgang van Engeland als wereldmacht, de moord op zes miljoen joden in het weliswaar oorlogszuchtige, maar verder toch keurig burgerlijke Duitsland en de ondergang van vijftig miljoen Russen? Met zo’n voorspelling op zak, wil je aan zo’n eeuw niet eens beginnen. Maar toch, wie ramp en oorlog niet aandurft, moet zich aan toekomst niet wagen.

Toekomst in het groot gaat over de toekomst van de aarde en het aardse leven, de technologie, de economie, het individu en de samenleving, en de cultuur, waaronder ook de religie. Opvallend is het toonverschil in de verschillende bijdragen. Ik weet niet of die verschillen voortkomen uit de behandelde onderwerpen of dat ze het gevolg zijn van verschillen in karakter en persoonlijkheid van de schrijvers. De een heeft nu eenmaal een zonniger natuur dan de ander.

„Natuurlijke soorten komen en gaan en er is niets dat suggereert dat zulks voor de mens anders zou liggen”, besluit de hoogleraar Milieukunde Lucas Reijnders zijn verkenning over de toekomst van de aarde en aards leven. Klassiek utopisch kun je zo’n zin niet noemen. Wel voegt hij er aan toe dat we het in belangrijke mate zelf in de hand hebben hoe en hoe lang we het redden. Maar zijn conclusie is duidelijk: ‘we’ moeten veranderen, anders gaat het mis. Dezelfde boodschap besluit ook zijn bijdrage over de toekomst van de technologie. Voor een betere toekomst rekent hij niet op technologische vooruitgang (waarom eigenlijk niet?). Er moeten ‘betere politieke arrangementen’ komen.

Met die ‘arrangementen’ doelt Reijnders op een politiek van een stapje terug ten behoeve van nu en straks levende medemensen. Maar zit dat er in? Is de stroom niet juist de andere kant uit?

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, ziet de tendens tot individualisering niet eindigen. Integendeel. De afgelopen eeuw bracht verheffing en gelijkstelling voor arbeiders, kleine luiden, vrouwen en homo’s. Na die collectieve emancipatie kunnen we in de nieuwe eeuw een stap verder doen en individueel onze vrijheid vormgeven. Helemaal probleemloos is dat niet. Zo kan de verantwoordelijkheid voor eigen slagen of falen ons zwaar vallen en onzeker maken. En natuurlijk is er altijd het gevaar van egoïsme en uitholling van de solidariteit. Maar Schnabel wuift die bezwaren weg. Iedere samenleving kent dat soort verschijnselen. En bovendien: zo slecht reageren de Europese samenlevingen niet op zwakkeren als zieken, ouden van dagen of achtergebleven groepen.

Maar als de individualisering doorzet (wat ik zelf trouwens ook denk), in wat voor cultuur belanden we dan? Naar een stellig antwoord zoek je in de bijdrage over de toekomst van de cultuur vergeefs. Het kan de richting opgaan van nog meer globalisering, maar ook in die van ’glokalisering’, een samentrekking van globalisering en lokalisering, waarin plaatselijke culturele en economische autonomie gehandhaafd blijft. Wie weet?

De bundel is een mooie afspiegeling van onze tijd. Het stelligst is de zekerheid over ellende – tenzij er iets gebeurt met ons denken en doen. Terwijl de individualisering gewoon doorgaat.

Arme mens, hij moet zo ontzettend veel. Hij moet zich bekeren tot minder egocentrisch gedrag. Maar hij mag ook niet bezwijken onder de last van zijn eigen vrijheid. En dat allemaal met het oog op een toekomst die onvoorspelbaar is.

mailIcon print |