recensie
De combinatie humanisme en spiritualiteit lijkt een contradictio in terminis. Maar, hoewel spiritualiteit onder humanisten nog steeds een controversieel onderwerp is, met uitgesproken voor- en tegenstanders, is er de laatste decennia veel veranderd. Dat merkte Suzette van IJssel tijdens haar promotieonderzoek naar de rol van spiritualiteit in het werk en in het leven van humanistisch geestelijk raadslieden.
Zij hield een enquête onder 205 humanistisch raadslieden, en was verbaasd, zegt ze in een interview met opinieblad voor geloof en samenleving Volzin, dat deze groep zelf zoveel spirituele ervaringen bleek te hebben. Invloed op de uiteindelijke waarden van de raadslieden heeft dat volgens Van IJssel overigens niet. Of zij nu al dan niet spiritueel angehaucht waren, alle raadslieden die aan het onderzoek deelnamen, onderschreven het recht van de cliënt om zijn of haar eigen gedachten en gevoelens te hebben en te verkennen, zonder dat de raadspersoon daarbij sturend optreedt.
Een van de raadslieden had een keer tarotkaarten gelegd, bij een cliënt die daarin was geïnteresseerd. Van IJssel „vindt dat wel kunnen. Maar je moet er niet aan denken dat alle humanistisch raadslieden met tarotkaarten gaan werken.” Een andere raadsman werkte met zijn eigen ’helderziende’ vermogens. Hij is toen sterk ontmoedigd om door te gaan als humanistisch raadsman, vanuit de idee dat hij de cliënt diens verantwoordelijkheid uit handen nam. Terwijl de cliënt zelf er geen probleem mee had. Dat laat zien, zegt Van IJssel, dat de lijn tussen de cliënt informatie geven waarmee hij kan doen wat hij wil, en je inmengen in iemands leven op een oneigenlijke manier, dun is.
Spiritualiteit is volgens haar in de laatste tien jaar ook echt een humanistisch woord geworden, „al is het nog steeds niet altijd duidelijk wat men eronder verstaat. Het is verwarrend. Men lijkt vooral ideeën over elkaar te hebben die niet of niet meer kloppen.” Eind jaren tachtig mocht een vrouw die in reïncarnatie geloofde, geen raadsvrouw worden. Maar inmiddels zijn er volgens Van IJssel misschien wel vijftig raadslieden benoemd die ook in reïncarnatie geloven. „Daarover praat men niet.”
In MV-NU, het contactblad van de progressief rooms-katholieke Mariënburgvereniging, legt de vereniging zichzelf op de ontleedtafel van godsdienstsocioloog Gerard Dekker. Waarom heeft ze haar doelstellingen van 1983, neergelegd in de oproep ’Getuigen van de geest die in ons leeft’ niet gehaald?
In algemene zin verwijst Dekker in zijn analyse naar de verzwakking van de christelijke godsdienstbeleving in Nederland, die zich kerkelijk uit in secularisatie en maatschapelijk in individualisering. De Mariënburgvereniging is ontstaan in de periode waarin godsdienstigheid vooral gericht was op maatschappelijk engagement. Die tijd is voorbij. Religiositeit is niet meer iets wat je samen doet, maar zélf.
Dat de vereniging haar doelstellingen niet heeft gehaald, komt vooral, meent Dekker, doordat de belangstelling, ook van kerkleden, is verschoven van het kerkelijk leven naar het geloofsleven. De oproep ’Getuigen van de geest die ons leeft’ was vooral gericht op veranderingen binnen het instituut kerk.
Over een van de zorgpunten uit de oproep van 1983, de tanende oecumene, zegt Dekker dat dat een algemeen probleem is, niet typisch rooms-katholiek. „Gelovigen vinden de discussie over de kerkgrenzen niet meer belangrijk, dat is een instituutsprobleem. Ze gaan gewoon naar andere kerken dan waartoe ze behoren.”
Over een ander zorgpunt van de vereniging, het gebrek aan werfkracht van de rk kerk, is Dekker kort en krachtig. „Als de rk kerk niet aansluit bij wat mensen belangrijk vinden, bijvoorbeeld aids of homofilie, wordt zij onbelangrijk. Als de rk kerk vol blijft houden dat vrouwen geen priester kunnen zijn, of geen gesprek wil aangaan over embryonaal cellenonderzoek, is zij ongeloofwaardig.”
Niet alleen humanisten zijn soms helderziend, katten hebben de reputatie van een zesde zintuig. Zo ook het katje in een Amerikaans verzorgingshuis, waarover de digitale nieuwsbrief van Onkruid rept. Het diertje voelt aan wanneer bewoners komen te overlijden. Het is volgens verzorgers al 25 keer gebeurd dat de kat bij een patiënt in bed ging liggen die enkele uren later stierf. Het personeel licht daarom tegenwoordig de familieleden in wanneer het heldervoelende katje bij iemand in bed kruipt
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.