Wie beschermt de middeleeuwse tekeningen in mergelgroeven onder de Sint Pietersberg?
Een beetje dubbel gevoel hebben ze wel, Femke Speelberg en Jacoline Zilverschoon. Enerzijds verrast door de aandacht voor hun onderzoek naar laat-middeleeuwse tekeningen in de Caestertgroeve onder de Sint Pietersberg, waarvan de resultaten vanaf vandaag te zien zijn in het Regionaal Historisch Centrum Limburg. Anderzijds ook een beetje huiverig voor de reacties die ze daarmee kunnen oproepen. „Straks gaan mensen massaal die groeve in”, verzucht Speelberg (22). „Hadden we die naam wel moeten noemen?” Zilverschoon (23) benadrukt de kwetsbaarheid van de eeuwenoude roet- en houtskooltekeningen. „Je veegt het zo van de muur. Eén tekening is al beschadigd. En in die grotten liggen tig waxinelichtjes, blikjes en vuurtonnen van de illegale feesten die er worden gehouden.”
Bezoekers buiten houden is hun bedoeling niet, zeggen de Nijmeegse studentes kunstgeschiedenis. Maar bescherming van de tekeningen is dringend gewenst, meent ook hun hoogleraar, Jos Koldeweij. „Dit is volstrekt uniek. Vijftig tekeningen, gemaakt in de 14de, 15de en 16de eeuw. We hebben nauwelijks of geen bron van wat gewone mensen wisten en dachten in de middeleeuwen. Hier zien we dat ze dezelfde beelden gebruiken als elitekunstenaar Jeroen Bosch. De scheiding tussen elite en het volk was dus niet zo groot.”
Probleem is dat de ingang van de Caestertgroeve op Waals grondgebied ligt, een deel van de gangen onder Vlaanderen loopt en de meeste tekeningen onder Nederland zijn te vinden. De tentoonstelling is dan ook vooral bedoeld om aan alle kanten van de grens aandacht te vragen voor de kwetsbare tekeningen.
Sint Joris vecht met zijn draak op het plafond van een metershoge kalkstenen gang. Getekend met een roetende olielamp. Verderop iets wat lijkt op een dambord, dan een galg en na nog een gang of wat een mannetje met een narrenkop, forse zaag in de hand, in rood krijt op de muur gekrast.
Duizenden tekeningen en inscripties staan er in de mergelgroeven onder het glooiende landschap bij Maastricht. Tal van bezoekers lieten er hun herinnering achter. Hedendaagse graffiti, maar ook opschriften van soldaten en vluchtelingen, die in de grotten een veilige plek zochten, en merktekens van de werklui (blokbrekers), die de brokken kalksteen loshakten waarmee onder meer de Utrechtse Dom werd gebouwd.
Over de herkomst van sommige tekeningen – van Bijbelse figuren, een slang die om een boom kronkelt, narren en wildemannen – deden wilde speculaties de ronde. Ze zouden gemaakt zijn door geheime genootschappen of door vluchtelingen in de oorlog. Vooral de tekeningen op de plafonds, die gemaakt moeten zijn toen de gangen nog niet metershoog waren uitgediept, dus eeuwen geleden, spreken tot de verbeelding.
Onderzoek was echter nooit gedaan. Maastrichtenaar Henk Blaauw, gepensioneerd chemicus en lid van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven (SOK), nam vorig jaar het initiatief. Hij liet foto’s van vijftig tekeningen zien aan Jos Koldeweij, hoogleraar kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Die stuurde een e-mail naar zijn studenten, met een oproep voor een stageopdracht, waarop Femke Speelberg en Jacoline Zilverschoon reageerden.
„We hebben gekeken hoe mensen zijn afgebeeld, naar hun kleding, schoeisel, haardracht en hoofddeksels”, legt Speelberg uit. „De tekenaars maakten gebruik van beelden die ze kenden: verhalen uit de Bijbel, passiespelen, volksvermaak”, vult Zilverschoon aan.
De houtskooltekeningen uit de 15de eeuw waren het eenvoudigst te dateren. Moeilijker was dat met de roet van olielampen, waarmee de oudste tekeningen zijn gemaakt. Om de tekeningen niet te beschadigen, schraapte Blaauw een losse roetvlek van de muur. Het rode krijt, waarmee onder meer een blokbreker zichzelf voor zot verklaard, is niet aan de hand van koolstof te dateren, maar gezien stijl en kleding zijn die op het begin van de 16de eeuw geschat.
Wie de tekenaars waren, blijft gissen. Een reeks bijbelse taferelen kunnen volgens Speelberg en Zilverschoon zijn gemaakt door een groep franciscanen die wellicht een onderaardse kerk wilden bouwen. Maar dat vergt nader onderzoek.
,,Nader onderzoek zou ook moeten worden gedaan naar de sociaal-economische exploitatie van mergelgroeven, want die historie is nooit beschreven. De tekeningen passen daar dan in, als een puzzelstukje.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.