recensie Het literair klimaat is er (door armoede en censuur) minder gunstig, maar ook in de Arabische wereld leest men romans. Welke eigenlijk? Arabist Richard van Leeuwen bespreekt de grote Egyptische hit ’The Yacoubian’, onlangs in het Nederlands vertaald, en zet deze en nog een Egyptische roman in hun culturele en politieke context. Schrijvers hebben het moeilijk in Egypte, maar de regering heeft hen ook nodig: als wapen tegen het islamisme.
Het lezen van een roman is in Egypte geen vanzelfsprekende zaak. De leescultuur moet zijn plaats bevechten in een maatschappij met veel analfabeten, waar velen een harde strijd voeren om het bestaan. Wie toch leest zal niet meteen een roman ter hand nemen, maar eerder een echt belangrijk boek, zoals de Koran of een ander religieus werk.
Schrijvers hebben het dan ook niet gemakkelijk. Ze hebben baantjes om het hoofd boven water te houden, ze moeten opboksen tegen gewetenloze uitgevers en ze worden door de overheid en religieuze leiders nauwlettend in het oog gehouden.
Ondanks de omvangrijke bevolking bereiken oplagen nooit meer dan een paar duizend exemplaren en de export naar andere Arabische landen is te verwaarlozen. Het hoogste waarop een schrijver kan hopen is dat zijn boek in een Europese taal wordt vertaald, waarna er meestal meer vertalingen volgen. Dan heeft hij niet alleen zijn reputatie gevestigd, maar komt er voor Egyptische begrippen ook veel geld binnen. Boze tongen beweren dan ook dat sommige schrijvers zich bij het schrijven al bij voorbaat op de Europese markt richten.
Ondanks deze belemmeringen heerst er in Egypte een niet onbelangrijke literaire cultuur. Dat komt mede doordat schrijvers zich niet alleen met het produceren van boeken bezighouden, maar ook de neiging hebben zich veelvuldig in het openbare debat te mengen. Er is in Egypte altijd een crisis, een kwestie of een schandaal waar de pers zich op stort, en dan laten schrijvers zich niet onbetuigd.
Schrijvers vormen het geweten van de natie en beheren voor een deel het intellectuele en ideologische domein. De regering heeft hen nodig, niet alleen als intellectueel alibi, maar ook als spreekbuis in de strijd om ideologische hegemonie en culturele oriëntatie, die al meer dan honderd jaar gaande is. De grote tegenstander is de islamitische beweging, die in steeds sterkere mate de cultureel-ideologische alleenheerschappij opeist, met religieuze polemiek en de eenvoudige leus ’Islam is de oplossing’.
In deze zware omstandigheden is het des te opmerkelijker als een roman erin slaagt het middelpunt te worden van een intellectueel debat én een groot leespubliek te bereiken, zoals is gebeurd met het boek ’Het Yacoubian’ van de tandarts/schrijver Alaa al-Aswani. De roman leverde veel stof tot discussie, groeide uit tot een internationale bestseller en is inmiddels verfilmd in de duurste Egyptische filmproductie aller tijden.
De titel van het boek van al-Aswani verwijst naar een oud appartementengebouw in het centrum van Cairo, waar ooit de haute volée van de stad gevestigd was, maar dat nu een allegaartje van opportunisten en armoedzaaiers huisvest.
De lezer volgt de lotgevallen van Taha, de zoon van de conciërge, die hoge cijfers haalt op school, maar vanwege zijn bescheiden komaf niet wordt toegelaten op de politieacademie, en van Hatim, de homoseksuele hoofdredacteur die een relatie begint met een simpele boerensoldaat die hij van straat oppikt. En dan is er nog Hagg Azzaam, hij heeft zich met list en bedrog van schoenlapper opgewerkt tot een van de rijkste handelaren van de stad en ’koopt’ een zetel in het parlement. Daarnaast maakt de lezer kennis met de bewoners van het dak, die door middel van bedriegerij en gelaten zelfvernedering hun kostje bij elkaar proberen te schrapen, en met Zaki Bey, een zeventigjarige playboy die ooit furore maakte in het societyleven maar nu uitgerangeerd lijkt.
Het is bijna onontkoombaar om in het gebouw en zijn bewoners een soort microkosmos van het moderne Egypte te zien, met een doorsnee van de bevolking en een evaluatie van de actuele omstandigheden. Die omstandigheden zijn over het algemeen deplorabel en al-Aswani windt er geen doekjes om: iedereen is verwikkeld in een verwoede strijd om seks, geld en macht, niet gehinderd door morele scrupules of consideratie met anderen.
De roman is opgebouwd als een literaire soap. De verschillende verhaallijnen, in episoden verteld en steeds toewerkend naar een cliffhanger, worden onderbroken door een andere verhaallijn en later weer opgepikt. In deze techniek schuilt zowel de kracht als de zwakte van het boek. Ze maakt het verhaal toegankelijker, omdat er afwisselende spanningsbogen ontstaan en de episoden elk heldere schakels in de keten van verwikkelingen vormen. Maar de soap-structuur heeft ook negatieve effecten: de personages blijven bordpapieren figuren, stereotypen die elke Egyptenaar onmiddellijk herkent en die een mechanische functie in het verhaal vervullen. Er is nauwelijks ruimte voor psychologische reflectie, voor het uitdiepen van ontwikkeling of motivering van de personages. Ieder personage volgt een onontkoombaar traject naar zijn bestemming, dat dan ook vanaf de eerste pagina volgens een voorspelbaar schema verloopt.
De roman van al-Aswani heeft zijn populariteit in Egypte vooral te danken aan de manier waarop het belangrijke taboes in de Egyptische samenleving doorbreekt. Het bevat niet alleen vrijmoedige passages over seksualiteit, maar klaagt ook de corruptie aan, die tot op het hoogste politieke niveau doorgedrongen is, en het stelt de manipulatiepraktijken van de islamitische beweging aan de kaak, tezamen met de martelpraktijken in de gevangenissen.
Het lijkt daarom opmerkelijk dat het boek aan de censuur is ontsnapt, maar misschien is al-Aswani er zo goed in geslaagd het verval als een allesomvattend verschijnsel weer te geven, dat zowel islamisten als de politici dachten dat hun tegenstrevers er in elk geval nog slechter vanaf kwamen. Het boek verkondigt een in wezen burgerlijke moraal: iedereen is verdorven en hypocriet. Zo stelt het homoseksualiteit niet aan de orde om meer sociale acceptatie te propageren, maar bevestigt het eerder het negatieve stereotype van homoseksualiteit als een vorm van ontembare geperverteerde lust.
Het is natuurlijk al-Aswani’s verdienste dat hij in zijn roman bekende misstanden in de Egyptische maatschappij opnieuw onder de aandacht brengt. Maar net als in een televisiesoap biedt het verhaal niet meer dan een karikatuur van de realiteit en een te simpele voorstelling van de onderliggende problematiek. Dat Taha’s bekering tot het islamisme voortkomt uit sociale frustratie, bijvoorbeeld, geeft een veel te vereenvoudigd beeld van de realiteit. Ondanks al-Aswani’s doeltreffende aanpak laat het boek wat betreft literaire kwaliteit en inhoudelijke diepgang veel te wensen over.
Het is in de moderne Egyptische literatuur niet ongebruikelijk om een roman te situeren in en rond een gebouw of een straat, zoals ook in ’Het Yacoubian’ is gebeurd. Nagieb Mahfoez heeft deze aanpak in een aantal van zijn romans toegepast. Een voorbeeld van een recent vertaalde roman die ook rond een gebouw is gecentreerd is ’The lodging house’, van de oude aartsverteller Khairy Shalaby. Het verhaal volgt een veelbelovende student die aan lager wal raakt doordat hij een van zijn docenten molesteert en uiteindelijk in Wikalat Atiya terechtkomt, een oud pakhuis dat nu wordt bewoond door allerlei armoedzaaiers, zwervers en outcasts. Ondanks pogingen van zijn vrienden om hem weer in het gareel te krijgen, voelt de jongen zich onweerstaanbaar tot de Wikala aangetrokken. Geleidelijk leert hij de bewoners met hun kleurrijke levensverhalen kennen en hoewel zij hem aanvankelijk met achterdocht bekijken, wordt hij uiteindelijk toch geaccepteerd als een van hen.
Het boek van Shalaby is een moderne schelmenroman die de zelfkant van de Egyptische samenleving laat zien, met bizarre avonturen, seks, hasj en alle listen en lagen die nodig zijn om een schamel bestaan aan de maatschappij te ontfutselen.
In veel opzichten is ’The lodging house’ een tegenhanger van ’Het Yacoubian’, omdat Shalaby weliswaar impliciet kritiek levert op corruptie en misstanden, maar toch ook oog heeft voor gevoelens van saamhorigheid en liefde, die ook onder barre omstandigheden blijven opbloeien en die het mogelijk maken om op een integere manier in armoede te overleven.
Het boek voert een bonte galerij van figuren en verhalen op, gekruid met fantasmagorische uitweidingen, en de lezer valt van de ene verbazing in de andere. Maar juist het mozaïekachtige karakter van het verhaal maakt het boek minder toegankelijk: de verhaallijn is opgeofferd aan de rijkdom aan personages en lotsbestemmingen en de spanningsboog bevat te veel inzinkingen.
Toch is dit boek belangwekkend en boeiend, want het geeft een verrassend beeld van een deel van de Egyptische samenleving dat zeker voor de westerling hermetisch afgesloten blijft. Het laat zien hoe niet zozeer corruptie, bedrog en verdorvenheid deze outcasts in staat stellen te overleven, maar juist het streven naar oprechte gevoelens van wederzijdse verbondenheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.