recensie
Münchener Kammerorchester en het Hilliard Ensemble olv Alexander Liebreich: za 8/12 in Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Werk van Haydn, Tüür, Pürt en Hartmann.
Je moet een goede reden hebben om op het eerste gezicht zo verschillende componisten als Haydn, Tüür, Pürt en Hartmann in één en hetzelfde concert bij elkaar te brengen. Het thema ‘politiek’ dat het Münchener Kammerorchester dit seizoen als vlag boven zijn concerten laat wapperen, is te algemeen om uit zichzelf voor coherentie te zorgen.
Maar het was in ieder geval een combinatie die je nieuwsgierig maakte naar de uitwerking zaterdagavond in het Amsterdamse Muziekgebouw. De mix met het Hilliard Ensemble (samen met de Estse componisten Erkki-Sven Tüür en Arvo Pürt vaste bespelers van het crossover-cd-label ECM) had een volle zaal kunnen opleveren, maar de balkons waren raar genoeg leeg en de stoelen beneden maar voor driekwart gevuld.
Eerlijk gezegd raakte je niet overtuigd van de noodzaak om juist deze werken in één programma te zetten. De composities deden in muzikaal opzicht niets met elkaar en bovendien was het thema wel erg losjes van toepassing: Tüür maakte een werk op basis van een wetenschappelijk interview; van Pürt werd een recent in memoriam gespeeld, geschreven ter nagedachtenis van een Ests politicus; de in de oorlog in ‘innerlijke ballingschap’ gegane Duitse componist Hartmann schreef zijn Vierde symfonie ná die oorlog; Haydns 26e Symfonie was een stuk bedoeld voor de passietijd.
Een muzikale fruitmand dus, maar uitstekend gemusiceerd werd er wel door het orkest. Alexander Liebreich nam vorig jaar de baton over van Christoph Poppen. Liebreich dirigeerde in Nederland onder andere het Radio Filharmonisch Orkest; en met het Noord Nederlands Orkest nam hij het multimedia-oratorium ‘Paradiso’ van Jacob ter Veldhuis op.
De Haydn-symfonie klonk geraffineerd en helder onder zijn leiding, met veel aandacht voor de retoriek, een stralende trage gregoriaanse melodie boven het orkestmotortje in het tweede deel, en een eenvoudig en ingetogen slotdeel.
In Hartmann en Tüür toonde Liebreich juist de extraverte kant van zijn orkest. Tüürs ‘Questions...’ (vragen en antwoorden over kunst, wetenschap en spiritualiteit, gezongen door het Hilliard Ensemble) baarde vooral opzien door de citaten: voor de strijkers had Tüür goed geluisterd naar ‘Imprint’ van Michel van der Aa, naar het pendelen tussen twee wijd van elkaar liggende intervallen, naar de manke herhalingen, naar de gestiek. In de gezongen vragen (,,What would you desire for the future of mankind?’’) kwamen onverteerde stukken uit werk van Claude Vivier tevoorschijn. Inclusief Viviers handtekening: een contrabas die aan het slot in ijle natuurtonen naar boven gleed.
Zeker in de uitvoering van het Munchense orkest en het strak-zuivere Hilliard Ensemble klonk het nieuwe werk als een klok, maar snapte je niet helemaal wat Tüür nou met die gortdroge tekst van wetenschapper David Bohm wilde. Een klinkend college over het leven, het universum en alles.
Het kernachtigste en ontroerendste betoog kwam zaterdag van Arvo Pürt, die met ‘Für Lennart in memoriam’ een lamento schreef dat zijn wereldberoemde ‘Cantus in memoriaal Benjamin Britten’ evenaart: zoals altijd geniaal eenvoudig stroomde Pürts strijkermuziek weer direct je hart binnen. Liebreich en het Münchener Kammerorchester op hun sterkst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.