recensie
De man die veertig jaar geleden ’When I’m 64’ zong vierde afgelopen maandag zijn 65ste verjaardag. Het liedje prijkt op ’Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’. Exact veertig jaar na verschijning van dit beroemde Beatles-album brengt Paul McCartney met ’Memory Almost Full’ zijn 21ste soloplaat uit. Niet meer via het vertrouwde Parlophone maar op het label van koffieketen Starbucks.
Ook de albumtitel, ontleend aan het digitale jargon, verwijst naar Pauls vergeefse poging het verleden los te laten. ’You Tell Me’ en ’House of Wax’ hadden zo op ’Abbey Road’ kunnen staan, ’Gratitude’ op ’The White Album’. ’Dance Tonight’ is een echo van Mungo Jerry’s zomerhit ’In the Summertime’ (1970).
Alle nummers dragen dat onvervreemdbare McCartney-stempel van vlotte deuntjes, doorwrochte arrangementen en melodieuze vondsten. Mooi en lief, soms schitterend maar ontroeren doen ze niet. Het is alsof de angst die uit de slotzin van ’When I’m 64’ spreekt: ’Heb je me nog nodig als ik 64 ben?’ hem parten speelt, want hij mist de durf het over een andere boeg te gooien.
Was deze plaat 35 jaar geleden verschenen, dan kon je spreken van de logische voortzetting van het Beatles-oeuvre. Nu hoor je een herhalingsoefening, McCartney citeert McCartney, de enkele relevatie (’Mr.Bellamy’) ten spijt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.