recensie
Crossing Border Festival, 23/11 in en om de Stadsschouwburg in Den Haag. Met o.a. Patti Smith, Vic Chesnutt, Joseph Arthur, Super Furry Animals, Andrew Bird, Kurt Wagner. Crossing Border had in totaal 11.400 bezoekers.
Patti Smith had er een weekje van gemaakt. Voordat ze op de slotavond van Crossing Border haar ’concert reading’ gaf, had ze al in de rij gestaan voor Salman Rushdie. Ze had als leesbrildrager het graf bezocht van lenzenslijper Anthony van Leeuwenhoek in Delft. En, zoals ze in de Haagse Stadsschouwburg in een a capella meezingversie van Lou Reeds ’Perfect Day’ beschrijft, had ze ook nog ’Het meisje met de parel’ gezien, ’en een Rembrandt die geen Rembrandt bleek te zijn, maar dat gaf niet’. De schilder dook ook nog op in een variatie op haar nummer ’My Blakean Year’. Toen na elkaar haar vriend, haar man, vader, moeder, en zelfs de hond stierven, dacht ze vaak aan Rembrandt. Die verloor alles en werkte gewoon door.
Met haar aanwezigheid kleurde het Amerikaanse new wave-icoon het festival. Smith was benaderbaar voor publiek, artiesten en schrijvers. In een interview in de hal wenste ze elke festivalbezoeker toe zoveel mogelijk grenzen te mogen passeren.
Zelf deed ze daartoe haar best. Met een zangerig ’Holy Holy Holy...’ begon ze aan ’Footnote to Howl’ van Allen Ginsberg. Ze las van Sylvia Plath de gedichten ’Lorelei’ en ’Snakecharmer’, „odes aan de volle maan, naar wie iedereen straks even moet zwaaien”. Critici heeft ze niet nodig: dat haar Hamlet-fragment ’sucked’, wist ze wel. Ook fotografen schuift ze beslist aan de kant. „Gemeen? In de jaren zeventig had ik mijn laars door je camera getrapt.” Ze is milder geworden, concludeerde ze. Smith had het tot buiten de deuren luisterende publiek op haar hand.
Bij het lange gedicht ’Vogels van Irak’ kreeg ze hulp van de band van Vic Chesnutt. Met viool, contrabas, elektrische gitaren en drums voorzagen zij de eerste oorlogsbommen, de ’zenuwstorm’ op de eerste lentedag, van atmosferische ruisklanken. Maar het onweer bleef uit. Anders was dat bij Chesnutt’s eigen optreden geweest. Vanuit zijn rolstoel verkondigt hij zijn levenslessen, en kan daarbij onverwacht ontvlammen. Een dynamisch, ontwricht americana is het gevolg. Je zou van een ’Electrical Storm’ kunnen spreken, als de Amerikaan Joseph Arthur dat niet als songtitel had geclaimd.
Met zijn Lonely Astronauts, onder wie twee femmes fatales op bas en gitaar, stond die onder de zolderbalken van de schouwburg. Arthur oogt als een zoon van Keith Richards, terwijl zijn stem bij wisselbeurt familie is van Eels, Peter Gabriel of Neil Finn. Twee albums bracht hij dit jaar uit, en voor het kleine publiek dat blij was dat hij Nederland eens aandeed, had hij zowaar een derde paraat. Buiten in het halletje zoemden onder het optreden enkele computers, voor een vers gebrande live-cd.
Schrijver-dichter Owen Sheers en Fflur Dafydd uit Wales zochten het experiment door Engels en Welsh, en literatuur en muziek te vermengen. Hun aanpak werkte als Sheers een gedicht voordroeg over zijn grootvader, die alleen Welsh sprak, en zij die woorden spookachtig herhaalde. Maar als Sheers uit zijn debuutroman ’Verzet’ voorleest, over het geheime leger dat Groot-Brittannië in de Tweede Wereldoorlog oprichtte, speelt Dafydd pianomuziek vol ’Hiraeth’, de Welshe variant op saudade, verlangen, heimwee, en klinkt hun oorlog niet als een zenuwstorm maar als een lente-idylle.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.