*

 

Itzik Galili’s nieuwe ’Six’ leunt aan bij De Châtel

Sander Hiskemuller − 26/11/07, 00:00

opinie

Galili Dance met ’Ignis Fatuus’. Gezien 24/11 Castellum Alphen a/d Rijn. Tournee t/m 9/2. www.galilidance.com

In het tienjarig bestaan van het Groningse Galili Dance heeft artistiek leider Itzik Galili geregeld teruggegrepen op oud werk. Dat is ongebruikelijk in de Nederlandse dans; choreografen richten zich na het afronden van dansprojecten doorgaans liever op iets nieuws. Of je moet Krisztina de Châtel heten, die recent haar klassiek geworden repetitieve meesterwerk ’Föld’ (1985) herinstudeerde – en dat was op veler verzoek.

Wellicht wilde Galili in zijn jubileumjaar grondige artistieke introspectie plegen, temeer hij in 2009 Groningen verlaat in de wens met diezelfde De Châtel een nieuw Amsterdams dansgezelschap te stichten. Hoe dan ook: er is niets tegen creatieve recycling, maar er moet wel iets van artistieke noodzaak zijn. In het geval van het programma ’Ignis Fatuus’ van Galili Dance laat die zich soms raden.

Zo blijkt ’Drunken Garden’ (1999) door de tijd te zijn ingehaald. Het concept dat dansers met eigen stem en hun lichaam als klankkast zelf dansritmes produceren, is door groepen als Stomp! en Mayumana flink uitgemolken en virtuozer gebracht. Fraai blijft Galili’s poëtische verbeeldingskracht, waarin hij met een Tati-achtige lichtheid wrange kopstootjes uitdeelt. Altijd is daar de mens die als kwetsbaar wezen op zoek is naar richting en duiding. Galili’s dynamische Hof van Eden eindigt in verstilling: Adam is van olijke dikkerd in een kaal gestript hoopje mens getransformeerd, Eva balanceert moeizaam in een uitgelicht clair-obscur.

Ook ’Exile Within’ (2006) had niet dezelfde impact als de ’oerversie’, omdat er door een deels nieuwe cast wat tam gedanst werd. Jammer, want met Galili’s vertaalslag van kleine naar grote zaal is de choreografie als geheel puntiger geworden: hier heeft de creatieve recycling dus wel noodzakelijkerwijs gewerkt. Dit werk belichaamt de titel van het programma ’Ignis Fatuus’ – dwaallicht: in diffuse belichting vormen de dansers sprankelingen van hun eigen verinnerlijkte droomwerkelijkheid. In Helena Volkovs solo – een van de hoogtepunten van Galili’s oeuvre – beweegt de danseres in een door belichting ingeperkte ruimte, ze maakt ons deelgenoot van haar strubbelingen (’I cannot erase fear, nor time’) en haar hartslag pulseert golvend door haar borst. Galili laat zijn emotioneel-aardse, vitaal-grillige danstaal knap samensmelten met thema’s als onmacht en melancholische berusting.

Is het toeval dat het enige nieuwe werk ’Six’ aanleunt bij Krisztina de Châtel, (wellicht) Galili’s toekomstige artistieke wapenzuster? De bij De Châtel altijd aanwezige gekaderde ruimte wordt in ’Six’ gevormd door mobiele schermen die het blikveld op vijf danseressen manipuleren. Galili zet de perspectiefwisselingen te scheutig en te monotoon in, toch lijkt zijn vloeiende expressie zich thuis te voelen in ruimtelijke rechtlijnigheid. Wat dat betreft zou de verhouding De Châtel-Galili tot mooie resultaten kunnen leiden.

mailIcon print |