recensie
‘De Inwendige’ van Pauline Slot is een boek dat lang om de hete brei heen draait. De eerste honderd bladzijden lees je als een onwaarschijnlijk precies naturalistisch verslag van opgroeien in de Hollandse middenklasse in de jaren zestig en zeventig. Toen waren alle gezinnen op dezelfde wijze ongelukkig. Ze aten witlof op zondag en draadjesvlees. Bij wijze van traktatie kregen de kinderen koetjesrepen of zwart-wit. Nederigheid werd aangeleerd met een boterham met tevredenheid. De pastachoca was beregoed. Op de pindakaas dreef olie. De Mounties op tv maakten moeder niet vrolijker.
De hoofdstukken dragen titels als ‘Bruin knip’, ‘Lammetjespap’, ‘Hotel cake’. De introverte ik figuur, Alma Oosting, beschrijft minutieus wat ze eet, met wie, hoe. Het boek begint als Alma’s amandelen net zijn geknipt en ze ijs krijgt tegen de keelpijn. Het eindigt als de volwassen Alma een kerstdiner (lam met artisjokhart) heeft voorbereid voor haar geliefde, haar ouders, haar zus, diens man en twee zonen.
Daartussenin observeren we via Alma het gezin om haar heen: wat losse opmerkingen van vader en moeder, wat bezoekjes aan opa’s en oma’s, het zwembad, de tandarts. Wie nog dacht dat zijn moeder de enige was die graag vroeg afwaste om een lekker lange avond te hebben, komt door het lezen van ‘De Inwendige’ op andere gedachten. En zo is er meer. Het lijkt er aardig op dat we toch allemaal uit diezelfde best tuttige familie komen.
Maar waar moet dit naar toe? Afstand neemt de auteur niet. We zitten in het hier en nu met Alma en gaan even stilletjes als zij door het leven. We horen niets over hoe ze zich voelt, en hoe de anderen zich voelen wordt alleen in flarden duidelijk. Moeder huilt ineens, vader maakt een cynische opmerking, vriendin is mager en heeft veel slaap nodig.
Lang lijkt er zich achter die halfhartige observaties een duiveltje schuil te houden, dat op gegeven moment wel te voorschijn móet gaan springen. Toch sluipt pas op bladzijde 151, als voor het eerst sprake is van overgeven, het bewustzijn het boek binnen dat Alma’s relatie met eten ongewoon is. Pas dan begint het te dagen dat die precisie in de beschrijvingen zelf het duiveltje is. Eten en overgeven, wegen. Tanden poetsen of koffie drinken om een nieuw begin te scheppen. ‘De inwendige’ blijkt het verslag van een obsessie, weergegeven vanuit het perspectief van de gepreoccupeerde verslaafde zelf.
In eentonige opsomming en innerlijke leegte van de ik-figuur herinnert ‘De Inwendige’ zo nog het meest aan het Franse schandaalboek ‘Het seksuele leven van Catherine M’. Het verschil is alleen dat Slot her en der wel het jeugdsentiment raakt, maar er, anders dan Millet, niet in slaagt om de obsessie ook echt te laten voelen.
Dat zal met het onderwerp te maken hebben, seks met onbekenden is nu eenmaal prikkelender dan de beschrijving van de druppelende tuit van een pak yoghurt, maar het schuilt ook in de schrijfstijl van de auteur en in de opzet van het boek. De tegenwoordige tijd zorgt voor een verteller die vooral in het begin wat gekunsteld kinderlijk klinkt en gekke associatieve sprongetjes maakt. ,,De rand van de beker tikt tegen mijn tanden. Die zijn van melk gemaakt’’, aldus de vijfjarige.
In gebrek aan autonomie lijkt Alma op de hoofdpersoon van ‘Zuiderkruis’, Slots geprezen debuutroman. Dat was ook een verloren vrouw die in het leven parasiteerde op anderen. Maar achter die zoekende ik-figuur in ‘Zuiderkruis’ school een auteur die beter wist. In ‘De Inwendige’ schijnt de auteur even overgeleverd aan de dingen als haar hoofdpersoon, en daarmee even pijnlijk kwetsbaar.
Het lijkt erop dat Slot niet heeft willen verdichten maar de kern juist wil raken door het theater van de verslaving opnieuw te ensceneren. Soms tonen de kinderlijkheid en uitvoerigheid ook wél treffend hoe geremd Alma is en hoe leeg. Vaker zou je echter willen dat Slot toch boven de monotonie was uitgestegen.
‘De Inwendige’ was gebaat geweest bij de distantie die wel schuilt in het aan de tekst voorafgaande motto van Michael Cunningham, die eten een relikwie noemt. In Slots roman is het eten geen relikwie, het is gewoon wit brood, chocolade bonbons, aangekoekte custard; vrij treurig voedsel, vrij saai opgeschreven.
Slots tekst raakt zo de deprimerende sleur van een eetverslaving, maar maakt niet duidelijk waar die onweerstaanbare drang om toch weer te gaan schrokken vandaan komt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.