*

 

Kaarten van Europa tonen een gekleurde werkelijkheid

Gijs Moes − 17/11/07, 00:00

Kaarten tonen de werkelijkheid, maar ze kunnen daarbij ook liegen. Een tentoonstelling in Brussel laat zien hoe het beeld van Europa steeds verandert.

Papieren kaarten raken in onbruik, Google en GPS zijn ruim voldoende om de weg te vinden. Philippe De Maeyer, hoogleraar cartografie in Gent, vindt dat jammer. „Zo verdwijnt het overzicht. Papieren kaarten geven nog altijd het beste totaalbeeld, maar je kunt er ook op inzoomen en de details bestuderen.”

Juist het overzicht van Europa staat centraal op de tentoontstelling ’Formatting Europe’, die vanaf vandaag te bezoeken is in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (KBR). Eeuwenlang hebben cartografen het continent verkend, opgemeten en afgebakend. Grote namen als Ptolemaeus, Mercator en Ortelius gaven Europa vorm op perkament en papier. Eerst het gebied rond de Middellandse Zee en later de rest, naar het noorden toe.

De eerste grote wandkaart van Europa, van de Vlaming Mercator, siert de ingang van de tentoonstelling. Althans, de uitvergroting van een facsimile uit de negentiende eeuw. Want de originele kaart, gedrukt met vijftien koperplaten, bestaat niet meer. Hij is in 1945 verbrand, bij een geallieerd bombardement op Wroclaw, in het zuiden van Polen.

Oorlogen hebben altijd hun stempel gedrukt op de cartografie. De tentoonstelling toont de kaarten aan de hand van de grote vredesverdragen, zoals dat van Münster – na de Tachtigjarige Oorlog, en dat van Wenen – na de Napoleontische tijd.

Ze geven niet alleen de geografische, maar ook de politieke realiteit van dat moment weer. En die werkelijkheid werd soms aangepast aan de wensen van de opdrachtgever. „Kaarten kunnen liegen”, zegt Wouter Bracke, hoofd van de afdeling kaarten van de KBR en samensteller van de tentoonstelling.

De Middeleeuwers hadden nog genoeg aan een heel schematische voorstelling van de wereld. Die was in drieën verdeeld: Azië, Afrika en Europa, met Jeruzalem in het midden. Die eeuwige waarheid veranderde niet. „Europa werd zelden alleen afgebeeld”, vertelt Bracke.

Toen het beeld van Europa eenmaal compleet was, was het trekken van de grenzen de volgende stap. „Die liggen pas sinds de achttiende eeuw gedetailleerd vast”, aldus De Maeyer. En ze bleven verschuiven. Grote rijken als Spanje en Oostenrijk-Hongarije vielen uiteen, nieuwe kwamen op, zoals de Sovjet-Unie.

Met de opkomst van kranten en tijdschriften kregen kaarten een veel grotere verspreiding. Soms werden ze ook gebruikt om de machthebbers op de hak te nemen, zoals op een satirische kaart uit de negentiende eeuw. De landen zijn als dieren afgebeeld, met de wrede Russische beer als grote boosdoener.

Nu lijkt de Europese kaart weer veel op die van vlak na de Eerste Wereldoorlog. „Europa is zoals het vroeger was, met al die kleine landjes in het Oosten”, zegt De Maeyer. „Mensen hebben een bepaald beeld opgedrongen gekregen, met het IJzeren Gordijn als scheidslijn. Maar dat was slechts een momentopname.”

De tentoonstelling eindigt met een Amerikaanse kaart, waarop de Verenigde Staten in het midden zijn afgebeeld. Voor Europa schiet een bescheiden hoekje aan de Oostrand over. Is de toekomst aan Chinese kaarten, waarop Europa in het uiterste Westen ligt? „Die zijn er al”, zegt De Maeyer. „Maar iedereen zal zijn eigen kaarten blijven maken. Men zet zichzelf steeds in het midden.”

mailIcon print |