*

 

De wrange humor van een uiteengespatte droom

Hanny Alkema − 30/01/07, 00:00

opinie

’Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ van Edward Albee onder regie van Gerardjan Rijnders, productie van Hummelinck Stuurman Theaterbureau; tournee t/m 19-5; inl.: 020-6164004 of www.hummelinckstuurman.nl

Sinds de legendarische eerste uitvoering in 1964, met Ank van der Moer en Han Bentz van den Berg in de onvergetelijke hoofdrollen, wordt ’Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ nu al voor de tiende keer uitgebracht. En dat is er niet één keer te veel.

Voor de zoveelste keer pakt het stuk me bij de lurven. Voor de zoveelste keer moet ik vaststellen, dat dit stuk het beste uit acteurs naar boven haalt. Voor de zoveelste keer zitten de lach en de huil me huiveringwekkend dicht op de huid.

’Wie is er bang?’ mag met recht dé moderne klassieker van de twintigste eeuw heten. Albee heeft de strijd die huwelijk heet in zo’n genadeloze vorm gegoten, dat je, of je wilt of niet, jezelf daar wel in moet herkennen. Misschien diegenen die zogenaamd nooit ruzie hebben, nog wel meer dan zij die zich weleens voluit laten gaan.

Alle onderdrukte irritaties, frustraties en teleurstellingen in elkaar, die in een langdurige relatie spelen, heeft Albee samengebald in een met alcohol doordrenkte nacht van verbaal geweld. Geen ordinaire ruzie, maar een pokerspel met vernederingen die de ander telkens dwingen tot een nog dodelijker tegenzet.

Het is een spel dat zijn ontluisterende kracht ontleent aan de aanwezigheid van publiek. Martha heeft daartoe het jonge paar Nick en Honey uitgenodigd. Hun geschokte reacties zijn de adrenaline voor haar steekspel met George. Gefundenes Fressen voor acteurs als Olga Zuiderhoek en Porgy Franssen.

Zuiderhoeks Martha straalt een monter overwicht uit als zij midden in de nacht meedeelt dat ze nog gasten krijgen. Zij heeft het heft in handen. Franssens George dribbelt nerveus rond met, naar hij eerst dacht, het allerlaatste slaapmutsje. Onzeker over wat hen te wachten staat: „Als je maar niet begint over..”

In de regie van Gerardjan Rijnders hebben zij zich de tekst vrijmoedig eigen gemaakt, leggen zij hier en daar andere dan door Albee bedoelde accenten, wat een frisse én onbarmhartige ritmiek oplevert.

Prachtig is hoe Zuiderhoek bijna onmerkbaar van oppermachtig zuigende kwelgeest verandert in een doodmoe hoopje ontreddering. Subliem is Franssens tegenspel. Martha’s natuurlijke overwicht pareert hij met beweging. Als een getergd dier loopt George af en aan, gevraagd en ongevraagd drankjes uitdelend, zo zichzelf de ruimte gevend om er niet aan onderdoor te gaan en op tegengif te zinnen. Door zijn grimmige houding kiert onnavolgbaar subtiel de kwetsbare mens.

Stevig weerwerk krijgen zij van Eline ten Camp en Ruben Brinkman als de Honey die in één nacht haar naïveteit verliest en de Nick die van blaaskaak tot speelbal verwordt.

In een sober decor van slechts twee roodlederen driezitsbanken en een bovenmatige gong maken zij gevieren het stuk tot een duivels festijn, dat je het lachen doet vergaan, ook al verga je van het lachen. Het is de wrange humor van een uit elkaar gespatte droom die je steeds opnieuw beetpakt.

mailIcon print |