*

 

Platte versie van een verboden liefde

Hanny Alkema − 01/02/07, 00:00

opinie

’Phaedra’s Love’ van Sarah Kane door Nationale Toneel onder regie van Susanne Kennedy t/m 25-1 in Theater ad Haven te Den Haag; tournee t/m 17-3; inl.: 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl

Ruim een jaar na de zeventiende-eeuwse Phèdre van Jean Racine komt het Nationale Toneel met een laat 20e eeuwse versie op hetzelfde thema. Hoewel beide geïnspireerd op de klassieke voorbeelden van Euripides en Seneca, verschillen ze toch enorm.

Sober en in een strakke berijming, die de onderhuidse passie moet betomen, vertelt Racine het verhaal van de koningin die verliefd wordt op haar stiefzoon Hippolytus, door hem wordt afgewezen, en dan met een gekrenkte beschuldiging van eerroof het noodlot over hem en haarzelf afroept.

Anders dan bij Racine is er bij Sarah Kane (1971-1999) van enige ingetogenheid geen sprake. De hartstochten worden er hier uitgeschreeuwd en het schelderige ’fucking’ is niet van de lucht. Word je bij Racine de taal ingezogen om door de onderdrukte gevoelens te worden geraakt, bij Kane krijg je het allemaal over je uitgestort.

Kane behoorde tot de zogenaamde British wave (’Britse golf’), een groep jonge Engelse toneelschrijvers die in de jaren negentig het Londense publiek schokten met een extreem vertoon van geweld en moordlustige seks. Anders dan haar mannelijke ’wave’-maatjes bleek Kane echter inhoudelijk wel degelijk iets te vertellen hebben. In haar eerste stuk ’Blasted’, dat ook door Nationale Toneel werd opgevoerd, legde zij op haast analytische wijze een grimmige verbinding tussen seksueel geweld thuis en in een oorlogssituatie.

Vergeleken met ’Blasted’ en latere stukken als ’Crave’ of ’4.48u Psychosis’ is ’Phaedra’s Love’ een flinke tegenvaller. Het is Kane’s enige adaptatie van een bestaande tekst en het lijkt of die tekst haar eerder heeft belemmerd dan geïnspireerd. En de jonge regisseuse Susanne Kennedy heeft zich in haar enscenering vooral laten leiden door de faam van geweld.

In een soort kappersstoel hangt Hippolytus volstrekt indolent te wezen, terwijl Phaedra haar liefde uittiert, zich ontkleedt, hem pijpt en dan, gefrustreerd, uitbarst in een woeste dodendans. In het kale toneelbeeld (Lena Müller), met een reusachtig hart van rode lampjes als blikvanger, drentelen een arts, een priester en echtgenoot Theseus wat heen en weer, en probeert Phaedra’s dochter haar moeder tot enige terughoudendheid te manen.

Na het briefje met de beschuldiging van verkrachting barst de boel eerst goed los met moord, doodslag en een lynchpartij. Dan pas gaan de oogjes van de stervende Hippolytus glinsteren. In stuk en voorstelling is de boodschap, dat mensen heden ten dage slechts door extreme prikkels kunnen worden opgeschud, niet meer dan een platte mededeling. ’Phaedra’s Love’ roept geen enkele emotie op. Het enige moment waarop er iets gebeurt, is tijdens de dialoog tussen Hippolytus en de priester. Merijn de Jong en Flip Filtz maken die tot een venijnige uithaal naar de hypocrisie van de kerk. En maatschappij.

Het stuk wordt een zwarte komedie genoemd. Als de regisseuse die kwalificatie tot leidraad had genomen, had de voorstelling een bitterder en harder aankomende toon kunnen krijgen. Op een rare manier doet al het overbodige geschreeuw, naakt en toneelbloed nu zelfs wat ouderwets aan.

mailIcon print |