opinie
’De geschiedenis van de familie Avenier’ van Maria Goos onder regie van Jaap Spijkers bij Het Toneel Speelt. 30/1 Zaandam, 1+2+3/2 Apeldoorn, 6 t/m 11/2Den Haag, tournee t/m 6/5. 020 - 6269550 of www.hettoneelspeelt.nl.
’Moest ik vijftien jaar aan de kade blijven staan met een verrekijker?’ vraagt Toos even geestig als retorisch. Toos is een sleutelfiguur uit het familiefeuilleton ’De geschiedenis van de familie Avenier’ dat Maria Goos schreef voor het gezelschap dat zich louter op Nederlandstalig toneel richt, Het Toneel Speelt. Hoewel inmiddels met een ander getrouwd, is Brabantse Toos nog steeds verliefd op haar verloofde van toen, Henk, die vijftien jaar geleden ging varen en nu met een geheim terugkeert.
In die vijftien jaar is veel gebeurd: de familie Avenier heeft het ’verschrikkelijk goed gekregen’, ze rijden allemaal in een auto, ze praten allemaal zoveel, ’we zijn zo druk en zo voorlijk en mondig’. De armoe en verstikkende atmosfeer van de jaren vijftig is voorbij (en behandeld in het eerste deel ’De ontdekking van de wereld’). Het is jaren zeventig, Nederland leert het verschijnsel gastarbeider kennen, welvaart, popfestival Kralingen, partnerruil.
De familienaam zegt het al: ze zijn vol van de toekomst, maar weten alleen nog niet goed hoe hun rol daarin zal zijn. Die arme kroegbaas Theo, die eigenlijk tegen personeel en dus tegen de ’vooruitgang’ is die ’toekomst’ heet. ,,Ik ga geen gulden voor een kopje koffie vragen. Het is toch maar koffie?”
Deel 1 speelt op Oudejaarsavond van 1955. En dat betekent dus ook boilers op het toneel, boven een aanrechtkastje met gordijntjes. Als iemand verkleumd binnenkomt, weerklinken typische Gooszinnen als ’Hang jij die jas eens op; er zit een verschrikkelijke kou in’. De gast die met een in pakpapier gewikkelde stuk vlees komt aanzetten, krijgt te verstaan: ,,Draai jij die rosbief nou maar es aan.” Lang kijkt dit lid van de Avenierfamilie naar het pakpapier, waar vast nog de notabecijferingen van de slager op staan. In de kamer hangen waslijnen, op deze feestdag zonder was en met de nationele driekleur als ’welkom thuis’ voor de afwezige zeeman Henk. Goos documenteerde zich voor haar vierluik bij eigen neven en nichten en bij andere families. Kruidenier Jan Avenier ontkent het bestaan van een ’duivemelkersziekte’, maar laat zich desalniettemin de eerste huissauna van Nederland aanleunen. Peter Blok speelt hem als een scharrelende lobbes, die een opblaassauna om zich heen gedrapeerd ziet. In deel 2 (twintig jaar later) is hij dood, en komt de familie rond zijn grafkist bijeen. Acteurs als Carine Crutzen, Gijs Scholten van Aschat en Tjitske Reidinga zetten hun zeilen bij, maar krijgen de voorstelling niet vlot. Scenarioschrijfster Goos weet heel goed waar te nemen, daar ligt het niet aan. Met aangename fragmenten, zoals ’We kunnen dit jaar toch best ’es wat meer naar de bioscoop gaan?’. Theatraal moeten er toch wat sturende spinneweblijnen zichtbaar worden. Nu blijft het een aanhoudende stoet aan fragmenten. Alsof je overal dakpannen ziet en hoort rangschikken, terwijl je nergens onderdak bent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.