*

 

Graancirkel als wenk van boven

door Koert van der Velde − 26/01/07, 00:00

recensie Volkenkundige Theo Meder verkeerde vijf jaar ’in graancirkelkringen’. Na vele congressen en avontuurlijke zoektochten in de velden constateert hij dat graancirkels boven alles een religieus fenomeen zijn. Al blijft hij twijfelen – ’een wetenschappelijke verklaring is er nog steeds niet’.

Toen etnoloog Theo Meder van het Meertensinstituut vijf jaar geleden begon aan zijn onderzoek naar graancirkelgelovigen, ook wel croppies (fans) en cereologen (onderzoekers) genoemd, was hij er vast van overtuigd dat alle graancirkels mensenwerk zijn, en dat hij dat desnoods zou kunnen bewijzen ook. Maar toen hij in dat beginjaar een lezing over graancirkels bijwoonde, kreeg hij daar zoveel verbluffende feiten en dia’s gepresenteerd, dat hij toch begon te twijfelen. Als dat allemaal waar was

„In feite ondervond ik aan den lijve wat alle croppies en cereologen vóór mij ook hebben doorgemaakt: je laat je meeslepen door de graancirkelverhalen. Ik begon te ervaren hoe het mechanisme werkte.’’

Om erachter te komen wat deze gelovigen bezielt, bezocht Theo Meder vijf jaar lang vergaderingen van graancirkelgelovigen, en stroopte hij ’s zomers met hen het land af, op zoek naar nieuwe mysterieuze creaties. Onlangs verscheen zijn studie.

De Nederlandse graancirkel-scene is verdeeld in twee kampen, die helemaal niets met elkaar te maken willen hebben. De grootste groep hangt de theorie aan dat graancirkels producten zijn van buitenaardse intelligenties, een kleinere groep denkt dat de cirkels een bovennatuurlijke oorsprong hebben. De laatsten proberen met telepathie en channelen contact te leggen met de goden en geesten die ons met de cirkels aanspreken. De theorie dat graancirkels plaatsen zijn waar ufo’s zijn geland, heeft weinig aanhang meer, zelfs onder degenen die zweren bij de buitenaardse oorsprong van de cirkels. Buitenaardsen verplaatsen zich tegenwoordig door wormvormige gaten, parallelle universa en ’disrupties in het tijd-ruimte-continuüm’. Ze creëren graancirkels als te ontcijferen boodschappen aan de mens.

De vijandschap is terug te voeren op persoonlijke tegenstellingen, denkt Meder, maar ook het onder graancirkelgelovigen populaire geloof in complottheorieën maakt andersdenkenden al snel verdacht.

Meder kreeg regelmatig voor de voeten geworpen dat hij ook best een AIVD-infiltrant kon zijn. Hij beschrijft de manier van denken van een van de weinige prominente vrouwen onder graancirkelfans: „In de beleving van Janet trekt het leger er vroegtijdig op uit om aan graancirkels sporen van mensenwerk toe te voegen.”

Meder typeert de graancirkelgelovigen – die zichzelf niet als gelovigen zien, maar als ’weters’ – als ’het typisch mannelijk segment van de new-agemarkt met een hoog Kuifje-gehalte’.

Meder is specialist in oude volksverhalen, en zo ziet hij de verhalen die over graancirkels de ronde doen ook. Verhalen over graancirkelfans die ’s nachts terwijl ze op wacht lagen in de hoop een graancirkel te zien ontstaan, lichtwezens zien die liefde uitstralen en zo zwarte wezens op afstand houden, gaan er bij deze mensen in ’als het godswoord in de ouderling’.

Hoe beter een verhaal past in het wereldbeeld van de toehoorders, des te makkelijker wordt het als geloofwaardig geaccepteerd. Dat is niet verrassend. Wél dat hiertoe ook typisch kerkelijke strategieën worden gebruikt. Verhalen worden herhaald en het ene verhaal wordt op het andere gestapeld, en op congressen worden aan de ’welwillende parochie’ foto’s en schilderijen van graancirkels gepresenteerd onder begeleiding van gregoriaans gezang en new-ageklanken. „Tijdens dergelijke grote bijeenkomsten kan men in de zaal – net als in de kerk – door het gevoel overvallen worden een klein onderdeeltje te zijn van een groot gelovend lichaam. Ook lijkt soms een gevoel van uitverkiezing te heersen.”

De ontwaakte toehoorders, die het gevoel krijgen aan de grenzen van het weten te pionieren, zien zichzelf als uitverkorenen in een onwetende wereld, zegt Meder.

Weinig aandacht geeft Meder aan de zogenaamde hoaxers, mensen die in het geheim graancirkels trekken. Er zijn websites met handleidingen – ’strooi altijd een of andere chemische substantie op de plek, dat vergroot de kans dat het geloofd wordt.’ De Britse kunstenaar Lindberg bijvoorbeeld maakt ze ’omdat de mensen erin geloven’ en hij naar eigen zeggen ’het mysterie in stand wil houden’. Meder sluit niet uit dat enthousiaste gelovigen soms zelf ook een graancirkel maken, om het geloof een handje te helpen – toevallig lagen alle graancirkels die in Nederland verschenen in de buurt van de woonplaats van verwoede graancirkelfans. Hoaxers – kunstenaars, grappenmakers en reclamebureaus gingen steeds ingenieuzere en plastischer beelden maken – hartjes, auto’s, gezichten. Graancirkelgelovigen reageerden door abstracte patronen de meeste authenticiteit toe te kennen. Maar hier lijkt een kentering in te komen, schrijft Meder. Zo trekt de cereoloog Boerman de conclusie dat boodschappen van boven nu ook aardse symboliek kunnen bevatten.

Graancirkels zijn een avontuurlijke hobby, ontdekte Meder. „Weg van het bureau, de vrije natuur in over onbekende boerenwegen rijden, op zoek naar graancirkels waarvan je niet weet of je ze zult vinden. Op je knieën door het platte graan kruipen, soms in de zinderende hitte, soms overvallen door een enorme plensbui.’’ Meder noemt het ’een ernstig spel’. Wie het spel op topniveau wil spelen, gaat ’s zomers naar Zuid Engeland, het mekka voor graancirkelfans. Je hebt er zelfs speciale graancirkelcafés, van waaruit fans hun nachtelijke zoektochten ondernemen.

Gaandeweg zijn onderzoek is Meder graancirkelverhalen steeds meer gaan zien als expressie van religiositeit, schrijft hij. De bekeringsverhalen van sceptici die gingen geloven, lijken op de traditionele bekeringsverhalen, het bezoeken van graancirkels lijkt op pelgrimeren, en de verhalen over het verschijnen van een cirkel hebben veel overeenkomsten met het verschijnen van Maria, stelt hij. „Mij werd steeds duidelijker dat het graancirkelverhaal voor de croppies en cereologen hetzelfde is als het bijbelverhaal voor de christenen.’’ Daarom is het ’het meest zuiver’ deze verhalen als exempelen te benoemen, naar hun traditioneel christelijke evenknie. „In het verleden heeft de mensheid naar de hemel omhoog gekeken om een glimp op te vangen van God, de engelen en de heiligen. Nu kan het gebeuren dat mensen omhoog kijken om ufo’s, lichtbollen en entiteiten uit een andere dimensie te zien. Er wordt gespeeld met de gedachte dat superieure wezens over ons waken.’’

Persoonlijk is hij na vijf jaar studie weer op zijn oude uitgangspunt beland, zegt hij. „Wat ligt er nu meer voor de hand dan dat graancirkels door mensen gemaakt worden? Maar het zaad van de twijfel is voorgoed gezaaid. Wetenschappelijk gezien is de waarheidsvraag ten aanzien van graancirkels even onbeantwoordbaar als de vraag naar het bestaan van God.’’

mailIcon print |