recensie
Regie: Bruno Dumont. Met Samuel Boidin en Adelaide Leroux. In filmtheaters.
Het Filmfestival in Rotterdam is in volle gang, maar een van de belangrijkste films ontbreekt in het programma: ’Flandres’ van Bruno Dumont, die vorig jaar uit handen van Wong Kar-wai, juryvoorzitter van het Filmfestival van Cannes, de Grote Juryprijs ontving. Reden is dat festivaldirecteur Sandra den Hamer en filmdistributeur Gerard Huisman (van Contact Film) het voor het derde achtereenvolgende jaar niet eens werden over een financiële kwestie aangaande de vertoning van films op het festival.
Een kwestie van ’geven en nemen’, en wie er ook gelijk heeft, de films en filmmakers waar het om gaat, zijn de pineut.
Zo moeten we niet alleen Bruno Dumont in Rotterdam missen, een regisseur die hier zeker thuis hoort, en die hier met zijn films ’La Vie de Jésus’, ’l’Humanité’ en ’29 Palms’ ook steeds prominent aanwezig was, maar ook de belangrijkste Turkse cineast van dit moment, Nuri Bilge Ceylan, met zijn autobiografisch getoonzette relatiedrama ’Iklimner’.
Niemand zit te wachten op een filmfestival dat lijkt op een toonkamer voor filmdistributeurs, maar een kwaliteitsfilm als ’Flandres’ mag hier niet ontbreken. Een beschamende zaak, zeker in internationaal perspectief.
Dumont – enfant terrible par excellence – heeft intussen een hypnotiserende nieuwe film gebrouwen, gesitueerd in Vlaanderen, waar hij zelf opgroeide, en waar hij zich net zo thuis voelt als de amateur-acteurs die hij in een straal van ongeveer tien kilometer verwijderd van Demesters boerderij vond.
Demester is de boerenjongen die vrijt met het boerenmeisje Barbe, en die op een dag naar een verre oorlog in een ver land gaat. Om welke oorlog het gaat en om welk land, dat weet Demester niet, en wij evenmin. We kijken naar zijn diepliggende ogen, zijn bonkige lichaam. En dan staat hij daar ineens, in uniform, tussen het stof, en gebeuren er dingen die hij en wij niet kunnen bevatten. Oorlog, dood, verkrachting, foltering, verraad.
Dumont, die met zijn Frans-Algerijnse producent Rachid Bouchareb (regisseur van de recente oorlogsfilm ’Indigènes’) op locatie in Tunesië filmde, brengt de oorlog in beeld alsof hij helemaal niet weet hoe je een oorlog moet filmen. Het is prachtig, hoe gammel Dumonts oorlog er uit ziet, en hoe adembenemend hij vervolgens weer de mist in Vlaanderen vangt, en de rode dakpannen en de zwiepende koeienstaarten. Dan blijkt deze oorlogsfilm opeens een liefdesfilm te zijn. Nee, het was vanaf het begin al een liefdesfilm, zo’n mooie, zinnelijke film als Truffauts ’Jules et Jim’. Bij Truffaut bleef het meisje ook achter en moesten de twee Franse jongens aan het slot meevechten in de Eerste Wereldoorlog. Bij Dumont gaat het over alle oorlogen. De koloniale oorlogen even goed als Irak.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.