opinie
Italiaanse Nacht van üdön von Horváth door toneelgroep Oostpool onder regie van Arie de Mol t/m 4-2 (di t/m zat) in Huis Oostpool te Arnhem; tournee t/m 24-3; inl.: 026-4437655 of www.oostpool.nl
De toneellampen zijn nog niet opgelicht of het ’Ontwaakt, verworpenen der aarde’ klinkt uit een tiental kelen. Het is of we op een politieke bijeenkomst zijn beland. Dat is ook zo, maar dan op eentje met verschillende gezichten, die op een geraffineerde manier dooreen gaan lopen. De zingende sociaal-democraten zitten op een terrasje, terwijl achter een metalen rasterhek de waard een maaltijd aan het voorbereiden is. Dan wordt plots het rasterwerk opengetrokken en vecht de club zich naar het beste plekje om de toespraak van hun rechts-radicale leider aan te horen en te voorzien van fel het publiek in gescandeerde kreten als ’dood, dood, dood’ of ’weg, weg, weg’. Het opruiende anti-vreemdelingenbetoog gaat soepeltjes over in een welluidend ’Wilhelmus’ en zoetsappige vragen aan het publiek: „U nodigt toch ook vrienden uit op uw verjaardag en geen onbekenden?” Wat later werpen met bivakmutsen getooide, links-radicale elementen zich op de nationale vlag om deze te scheuren en te besmeuren.
De Oostenrijkse schrijver üdön von Horváth (1901-1938) schreef ’Italiaanse Nacht’ in 1930 als een waarschuwing tegen de polarisering van de maatschappij bij de opkomst van het fascisme. Volgens regisseur Arie de Mol dreigt bij ons een even beangstigende radicalisering. Hij vertaalde het stuk naar het hier en nu. Nog essentiëler voor de sinistere boodschap van het stuk is zijn ingreep om de spelers niet in groepen tegenover elkaar te zetten, maar hen telkens te laten transformeren in hun tegenstanders. Hierdoor lijken de verschillende standpunten in elkaar over te vloeien, wat het onrustige besef opdringt van hoe weinig er maar nodig is om iemand in het verkeerde kamp te doen belanden.
Het hier nooit eerder opgevoerde ’Italiaanse Nacht’ speelt zich, als vaker bij Von Horváth, af in de kleinburgerlijke ambiance van een provincieplaatsje. Het is een scherpzinnige satire op de tegenstrijdigheden in het maatschappelijke én persoonlijke bewustzijn. Er is de van twee walletjes etende waard die zijn etablissement op dezelfde dag verhuurt aan de democraten als aan de neonazi’s. Er is de wethoudster die haar democratische gedachtengoed moeiteloos afwisselt met tirannieke schimpscheuten naar haar echtgenoot.
Gewiekst wordt de dubbelheid geïllustreerd in twee elkaar opvolgende scènes. Eerst wordt de linkse Martin als te radicaal uit de partij gegooid. Prompt daarop wijst diezelfde Martin een van zijn eigen volgelingen, die kritiek heeft, de deur.
Arie de Mol geeft het satirische karakter van het stuk nog een extra zetje met duivelse contrasten. Een agressieve pistolenparade krijgt een angstige tegenkleur met het lied ’Thuis’. Een ander, lieftallig gezongen liedje gaat vergezeld van een militant spelletje: ’Wie niet springt die is een joód.’ Qua kleur en patroon uniforme kostuums en de vele liederen roepen associaties op met eng nationalistische tendensen. Tegelijk werken ze als een knipoog. De voorstelling heeft een meeslepend tempo, en zindert van spanning, energie en lol in het spel. De Mol heeft vier ervaren en zes piepjonge acteurs tot een gloedvol ensemble gesmeed, dat ook op schijnbaar ongevaarlijke momenten lichte huiver weet op te roepen. Theater op niveau.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.